Uw klantenservice-chatbot belooft een klant gratis retour of korting: wanneer uw bedrijf daaraan gebonden is onder artikel 3:33, 3:35 en 6:217 BW, en wat Moffatt v. Air Canada (2024) daarover zegt

Een webshop verkoopt een espressomachine van € 2.400 aan een café. Maanden later vraagt de eigenaar via de chat op de website of hij de machine nog kan terugsturen. De chatbot antwoordt dat dat binnen 90 dagen gratis kan, met volledige terugbetaling. De algemene voorwaarden kennen voor zakelijke kopers geen retourrecht. Het café stuurt de machine terug en wil zijn geld. Het voorbeeld is fictief, de vraag speelt bij steeds meer ondernemers die een AI-assistent inzetten voor klantenservice, offertes of orderstatus.

Waarom de chatbot voor uw bedrijf spreekt

Een chatbot heeft geen eigen wil en is geen rechtspersoon. Of zijn antwoord aan de onderneming wordt toegerekend, hangt af van hoe zij hem inzet en presenteert, bijvoorbeeld als officieel klantenkanaal op haar website. Onder artikel 3:33 en 3:35 BW telt wat de klant redelijkerwijs mocht begrijpen, dus de gebondenheid aan een chatbot-toezegging hangt af van het vertrouwen van de klant. Dat de software zich vergiste, helpt de webshop dan weinig. In Canada oordeelde het Civil Resolution Tribunal in februari 2024 in Moffatt v. Air Canada dat de luchtvaartmaatschappij verantwoordelijk was voor wat haar chatbot over kortingen had gezegd, en kende het de klant schadevergoeding toe.

Wanneer een klant niet op het antwoord mag vertrouwen

Dat vertrouwen is beschermd zolang het redelijk is. In 2007 oordeelde de Rechtbank Breda dat Otto niet gebonden was aan een televisie voor € 99, omdat kopers de prijsfout hadden moeten zien. Een retourtermijn van 90 dagen klinkt geloofwaardig. Bij zakelijke kopers weegt mee of zij de voorwaarden hadden kunnen lezen en of de chatbot ernaar verwees. Voor consumenten geldt daarnaast de bescherming tegen misleidende handelspraktijken.

Disclaimer, AI-verordening en leverancierscontract

Een regel dat aan chatbot-antwoorden geen rechten kunnen worden ontleend, kan meewegen bij wat de klant mocht verwachten. Als uitsluiting van aansprakelijkheid moet hij geldig van toepassing zijn. Artikel 50 van de AI-verordening vraagt sinds 2 augustus 2026 dat klanten weten dat ze met AI praten. Of u de schade kunt verhalen op uw leverancier, hangt af van zijn verplichtingen, een eventuele tekortkoming en de geldigheid van de aansprakelijkheidsbeperking in uw SaaS-contract.

Read more

Algemene voorwaarden alleen via een link op uw website: wanneer een zakelijke klant uw aansprakelijkheidsbeperking kan vernietigen onder artikel 6:233, 6:234 en 6:235 BW

Een installatiebedrijf plaatst een warmtepomp op het dak van een familiehotel en verwijst in de offerte naar "onze algemene voorwaarden, te vinden op onze website". Als de installatie in de winter uitvalt en het hotel € 38.000 schadevergoeding vraagt, beroept de installateur zich op zijn aansprakelijkheidsbeperking. Het hotel antwoordt dat het beding vernietigbaar is, omdat de voorwaarden nooit zijn overhandigd. Het voorbeeld is fictief, maar het probleem komt in het mkb veel voor.

Wat de wet vraagt bij het verstrekken van algemene voorwaarden

Artikel 6:233 onder b BW maakt een beding vernietigbaar als de klant geen redelijke mogelijkheid had om van de voorwaarden kennis te nemen. Artikel 6:234 BW werkt dat uit: de hoofdregel is dat u de voorwaarden vóór of bij het sluiten van de overeenkomst ter hand stelt. Bij een overeenkomst die elektronisch tot stand komt, mag u ze ook elektronisch beschikbaar stellen, mits de klant ze kan opslaan en later kan raadplegen. De Hoge Raad oordeelde in Geurtzen/Kampstaal (1 oktober 1999) dat terhandstelling de norm is, en in First Data/Attingo (11 februari 2011) dat de mogelijkheid om de voorwaarden zelf op internet te zoeken niet genoeg is. De gebruiker moet het initiatief nemen. Voor dienstverrichters, zoals een installateur, kan volgens de Hoge Raad (2 juni 2023) ook een verwijzing naar een meegedeeld webadres volstaan, als de voorwaarden daar zonder noemenswaardige inspanning te vinden zijn. Een vage verwijzing naar "onze website" blijft dan kwetsbaar.

Welke zakelijke klanten zich niet op vernietiging kunnen beroepen

Artikel 6:235 BW beperkt de bescherming tot kleinere wederpartijen. Een bv of nv die haar laatste jaarrekening openbaar heeft gemaakt (of de groepsvrijstelling van artikel 2:403 toepaste), en een onderneming met vijftig of meer medewerkers, kunnen zich niet op deze vernietigingsgronden beroepen. Het familiehotel uit het voorbeeld is een vof met achttien medewerkers en kan dat wel. Kijk daarom bij elke nieuwe klant in het Handelsregister welke rechtsvorm hij heeft.

Waarom het probleem pas jaren later opduikt

De verjaringstermijn voor een vordering tot vernietiging gaat volgens artikel 6:235 lid 4 BW pas lopen op de dag nadat u zich op het beding hebt beroepen, en in een procedure kan de klant de vernietigingsgrond bovendien altijd als verweer gebruiken. Een fout bij het verstrekken van de voorwaarden in een offerte kan daardoor jaren later uw belangrijkste verweer kosten, juist bij een flinke aansprakelijkheidsbeperking. In het volledige artikel leest u hoe de rechtspraak de uitzonderingen afbakent en welke vijf controles u in uw offerte, orderbevestiging en webshop kunt inbouwen.

Read more

Uw zakelijke klant betaalt een termijn niet: wanneer u mag stoppen met leveren onder het opschortingsrecht van artikel 6:52, 6:262 en 6:263 BW

Een machinebouwer levert een flowpack-verpakkingsmachine van 240.000 euro aan een koekjesfabriek. De eerste termijn is betaald, maar de factuur van 120.000 euro voor de tweede termijn blijft liggen. De fabriek meldt dat de sealbekken lekken en wil pas betalen als alles werkt; de monteurs van de machinebouwer stoppen met inregelen. Beide partijen beroepen zich op hetzelfde middel: het opschortingsrecht van artikel 6:262 BW. Wie heeft gelijk, en hoeveel mag ieder inhouden?

Wat de wet toestaat als de ander niet betaalt of gebrekkig levert

Komt een partij bij een wederkerige overeenkomst haar verbintenis niet na, dan mag de wederpartij haar eigen prestatie opschorten. Bij een gedeeltelijke of niet behoorlijke nakoming mag dat alleen voor zover de tekortkoming de opschorting rechtvaardigt. Hoeveel de fabriek mag inhouden, hangt af van de ernst van het gebrek. De herstelkosten zijn daarbij niet doorslaggevend: ook de bruikbaarheid van de machine en de druk om herstel af te dwingen bepalen of volledige inhouding gerechtvaardigd is. De machinebouwer kan alleen opschorten voor het deel dat de fabriek ten onrechte inhoudt. Wie eerst moet presteren, kan onder artikel 6:263 BW toch opschorten als na het sluiten van het contract feiten bekend worden die goede grond geven te vrezen dat de klant niet zal betalen. Het algemene opschortingsrecht van artikel 6:52 BW reikt verder, tot verbintenissen die voldoende samenhangen, bijvoorbeeld uit zaken die partijen regelmatig met elkaar doen.

Waar het opschortingsrecht stopt

Wie de wederpartij zelf verhindert na te komen, bijvoorbeeld door monteurs geen toegang te geven, mag niet opschorten (artikel 6:54 onder a BW). Zekerheidstelling beëindigt een opschorting onder 6:52, tenzij de voldoening daardoor onredelijk wordt vertraagd; volgens artikel 6:264 BW geldt die regel niet voor opschorting onder 6:262 en 6:263. Een beding in algemene voorwaarden dat de afnemer opschorting ontzegt, staat tegenover consumenten op de zwarte lijst; tussen bedrijven is het in beginsel geldig, onder toetsing aan de redelijkheid. En wie te ruim of ten onrechte opschort, schiet zelf tekort.

In het artikel leest u hoe de zaak van de koekjesfabriek afloopt, hoe het retentierecht van artikel 3:290 BW werkt voor zaken van de klant in uw werkplaats, en welk schema voor een rechtmatige opschorting u helpt om stil te leggen zonder zelf in verzuim te raken.

Read more

Te laat geklaagd over een gebrekkige levering: de klachtplicht van artikel 7:23 en 6:89 BW en de arresten van de Hoge Raad van 29 juni 2007, 25 maart 2011 en 8 februari 2013 over bekwame tijd

Een groothandel ontvangt twintig pallets sinaasappels uit een koelwagen, tekent de vrachtbrief zonder opmerkingen en ontdekt op donderdag dat een deel van de vruchten bevroren is geweest. De inkoper belt de leverancier pas drie weken later. De leverancier antwoordt dat de klacht te laat komt. Of dat klopt, hangt af van de klachtplicht van artikel 7:23 BW bij koop en van artikel 6:89 BW bij een gebrekkige prestatie buiten koop, zoals dienstverlening.

Wat de wet vraagt van een zakelijke koper of opdrachtgever

Wie een gebrek niet binnen bekwame tijd meldt nadat hij het heeft ontdekt of redelijkerwijs had moeten ontdekken, verliest zijn rechten. Dat geldt voor ontbinding, schadevergoeding, herstel en vervanging tegelijk, ook als het gebrek vaststaat. Voor consumenten is een melding binnen twee maanden na ontdekking tijdig. Tussen bedrijven bestaat geen vaste termijn. Bij koop verjaart de vordering bovendien twee jaar na de kennisgeving.

Hoe de Hoge Raad de termijn invult in 2007, 2011 en 2013

Sinds het arrest van 29 juni 2007 moet de zakelijke koper eerst het onderzoek doen dat redelijkerwijs van hem mag worden verwacht en daarna binnen bekwame tijd melden wat hij vond. Op 25 maart 2011 voegde de Hoge Raad in een zaak over een verontreinigd tankstation toe dat een vaste termijn niet als uitgangspunt mag dienen, en dat een koper die op geruststellende mededelingen van de verkoper mag vertrouwen minder snel hoeft te onderzoeken. Op 8 februari 2013 maakte de Hoge Raad duidelijk dat ook het nadeel van de wederpartij meeweegt, zoals een slechtere bewijspositie of een gemiste kans om de schade te beperken.

In het artikel leest u hoe die drie arresten samen werken, waarom de sinaasappelgroothandel met een melding op donderdag en de uitlezing van de temperatuurlogger veel sterker had gestaan, en hoe een klachttermijn in algemene voorwaarden tussen bedrijven werkt. U vindt ook een praktisch schema voor het moment van ontvangst, de eerste dagen daarna, langer lopend onderzoek, de klacht zelf en de verjaring, plus de fouten die ondernemers na een gebrekkige levering het vaakst maken.

Read more

Contractuele boete matigen onder artikel 6:94 BW: de arresten Intrahof/Bart Smit van 27 april 2007 en Turan/Easystaff van 16 februari 2018, en hoe u uw boetebeding daarop schrijft

Een uitzendbureau sloot een exclusiviteitsovereenkomst met een payrollorganisatie, met een boete van 20.000 euro per overtreding en 5.000 euro per dag. Na overtredingen van nog geen drie maanden vorderde het 1.230.000 euro; het hof wees 21.150 euro toe bij een vastgestelde schade van 5.906,25 euro, en de Hoge Raad liet dat op 16 februari 2018 in stand (Turan/Easystaff). Dit artikel legt uit wat artikel 6:91 tot en met 6:94 BW over het boetebeding regelen, welke maatstaf de Hoge Raad op 27 april 2007 in Intrahof/Bart Smit gaf voor matiging van een contractuele boete, en welke keuzes u bij een boetebeding in een NDA, exclusiviteitsafspraak, leveringscontract of huurovereenkomst maakt om een matigingsverweer zo weinig mogelijk aanknopingspunten te geven.

Wat de wet regelt en wat u niet kunt wegcontracteren

De boete treedt volgens artikel 6:92 lid 2 BW in de plaats van de wettelijke schadevergoeding, tenzij het beding anders zegt; de boete is niet verschuldigd als de tekortkoming niet toerekenbaar is; en voor het opeisen geldt dezelfde aanmaningseis als voor schadevergoeding, tenzij partijen de boete direct opeisbaar maken. Artikel 6:94 lid 1 BW laat de rechter matigen als de billijkheid dat klaarblijkelijk eist, nooit tot onder de wettelijke schadevergoeding, en lid 3 verklaart ieder beding dat die bevoegdheid uitsluit nietig.

De maatstaf van 2007 en de vijf omstandigheden van 2018

In Intrahof/Bart Smit had het hof een huurboete van ruim 100.000 euro gematigd alleen omdat zij ver boven de wettelijke rente uitkwam. De Hoge Raad vernietigde dat: matiging mag pas als toepassing van het beding tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt, en de rechter weegt daarbij ook de aard van de overeenkomst, de inhoud en strekking van het beding en de omstandigheden waaronder het is ingeroepen. In Turan/Easystaff bleef de matiging juist overeind, omdat het hof vijf omstandigheden in samenhang had gewogen: de schuldeiser had het beding opgesteld en het bedrag bepaald zonder onderhandeling, Protec had niet toegelicht waarop de hoge boetebedragen waren gebaseerd, de boete stond in geen verhouding tot de schade, het ging om enkele incidenten aan het begin van de relatie, en de beboete handelingen hadden niet tot verlies van klanten geleid. Die vijf omstandigheden zijn een voorbeeld van wat meeweegt, geen uitputtende lijst.

Zeven onderdelen van een boetebeding, afgeleid uit beide arresten

Uit beide arresten volgt een checklist voor uw boetebeding: verschillende bedragen voor verschillende overtredingen in plaats van één eenheidsboete, een herleidbaar bedrag met een vastgelegde onderbouwing, een dagboete met een plafond, bewijs dat over het beding is onderhandeld, een uitdrukkelijke keuze tussen boete en schadevergoeding, een duidelijke regeling van opeisbaarheid en aanmaning, en een afbakening van overmacht. Wie zelf een boete gepresenteerd krijgt, loopt dezelfde zeven punten in omgekeerde richting langs. Met de contractscan van JAVB ziet u waar uw eigen beding op deze punten kwetsbaar is.

Read more

Een AI-agent logt in met geldige inloggegevens en wijzigt klantdata: de AEPD-melding van 14 september 2026, uw inloggegevensclausule, artikel 32 AVG en de exoneratie in uw SaaS-contract

Op 14 september 2026 berichtte de Spaanse toezichthouder AEPD over de eerste bij haar ingediende melding van een inbreuk waarbij de aanval volgens de melder door een AI-agent werd uitgevoerd. De agent logde met bestaande inloggegevens in, zocht daarna zelfstandig naar zwakke plekken in de applicatie en kon uiteindelijk persoonsgegevens wijzigen en facturen inzien; de AEPD benadrukt dat de melding nog onderzocht moet worden. Stel dat hetzelfde gebeurt bij een Nederlands bedrijf dat zijn klantportaal of administratie bij een SaaS-leverancier afneemt. Wie draagt dan de schade, de klant of de leverancier? Het antwoord staat verspreid over de inloggegevensclausule in de leveranciersvoorwaarden, de beveiligingsplicht van artikel 32 AVG en de exoneratie voor handelen van derden.

Een geldige login en daarna een zoektocht die mogelijk buiten de accountrechten kwam

De clausule dat alles wat via uw account gebeurt voor uw rekening komt, is geschreven voor de eerste fase van zo'n incident: iemand komt met bestaande inloggegevens binnen. Hoe die gegevens bij de aanvaller terechtkwamen, is dan de eerste vraag. De tweede fase vraagt een eigen beoordeling: als de agent daarbij buiten de toegekende accountrechten kwam, benutte hij een gebrek in de applicatie. Onder de uitlegmaatstaf van het arrest Haviltex van 13 maart 1981 wegen de tekst van de clausule, het overeengekomen beveiligingsniveau, het accountbeheer door de klant en het oorzakelijk verband mee; een wachtwoordclausule pleit er in de regel niet voor dat de klant ook kwetsbaarheden in de code van de leverancier draagt.

Artikel 32 AVG, artikel 33 AVG en de exoneratie voor handelen van derden

De AEPD verbindt vier gevolgen aan de melding: AI-aanvallen horen uitdrukkelijk in de risicoanalyse, reactietijden moeten opnieuw worden bekeken, API-sleutels en tokens met te ruime rechten worden het zwakke punt, en detectie kan niet alleen op handmatig ingrijpen rusten. Die vier punten zijn een signaal van een toezichthouder, geen Nederlandse norm, maar zij horen als afspraken in de beveiligingsbijlage die artikel 28 lid 3 onder c AVG naast artikel 32 AVG van uw verwerkersovereenkomst verlangt. Een ongeoorloofde wijziging van gegevens door een beveiligingsinbreuk is een inbreuk in de zin van artikel 4 onder 12 AVG, ook zonder dat er iets naar buiten lekt; uw leverancier informeert u zonder onredelijke vertraging en u meldt waar mogelijk binnen 72 uur na kennisneming, tenzij een risico voor betrokkenen onwaarschijnlijk is. Een exoneratie voor handelen van derden neemt een kwetsbaarheid in de eigen applicatie van de leverancier niet zonder meer weg: artikel 6:75 BW rekent zo'n tekortkoming in de regel aan hem toe, afhankelijk van het contract, de beveiligingsafspraken en de omstandigheden, en artikel 6:248 lid 2 BW begrenst het beroep op de uitsluiting.

Vijf vragen aan uw leverancierscontract

Het artikel sluit af met vijf vragen: waar de inloggegevensclausule eindigt, of de beveiligingsbijlage een norm en het principe van minimale rechten voor sleutels noemt, of de meldtermijn in uren staat, wie de logbestanden bewaart die de twee fasen van een aanval uit elkaar houden, en of de exoneratie een uitzondering maakt voor gebreken in de eigen applicatie. Met de contractscan van JAVB loopt u die vijf punten in uw eigen contract na.

Read more

Incassokosten en handelsrente bij een zakelijke wanbetaler: de staffel van 27 maart 2012, de 10,40 procent van dit halfjaar en het arrest van de Hoge Raad van 10 juli 2015 over uw incassobeding

Een zakelijke klant betaalt een factuur van 12.000 euro niet. Wat u daar wettelijk bovenop mag rekenen, staat op drie plekken: artikel 6:96 BW met het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van 27 maart 2012, en de artikelen 6:119a en 6:120 BW over de wettelijke handelsrente. Voor het tweede halfjaar van 2026 komt dat uit op 895 euro aan incassokosten en 10,40 procent rente per jaar, gemiddeld 104 euro per maand. Beide bedragen gelden zonder dat u er iets over heeft afgesproken; de rente loopt vanzelf, de volledige staffel vraagt eerst een aanmaning.

De staffel van het Besluit en het minimum van 40 euro bij handelsovereenkomsten

Het Besluit rekent 15 procent over de eerste 2.500 euro van de hoofdsom, daarna 10, 5, 1 en 0,5 procent over de volgende tranches, met een plafond van 6.775 euro. Bij een handelsovereenkomst is volgens artikel 6:96 lid 4 BW ten minste 40 euro verschuldigd zonder aanmaning, vanaf de dag na de uiterste betaaldag, en daarvan mag niet ten nadele van de schuldeiser worden afgeweken. De veertiendagenbrief geldt alleen voor consumenten; een bv of een zakelijk inkopende eenmanszaak heeft daar geen recht op.

Handelsrente van 10,40 procent en het arrest van de Hoge Raad van 10 juli 2015

De handelsrente is de ECB-herfinancieringsrente vóór het begin van het halfjaar plus acht procentpunten. Met de ECB-stand van 2,40 procent sinds 17 juni 2026 is dat 10,40 procent voor het halfjaar dat op 1 juli 2026 begon; de verhoging naar 2,65 procent per 16 september 2026 werkt pas op 1 januari 2027 door. De rente loopt van rechtswege, zonder ingebrekestelling. Veel algemene voorwaarden bevatten daarnaast een eigen incassobeding van 15 procent. De Hoge Raad besliste op 10 juli 2015 (ECLI:NL:HR:2015:1868) dat zo'n beding tussen ondernemingen geldig is, maar dat de rechter het ambtshalve kan matigen tot het staffelbedrag, tenzij de schuldeiser stelt en aannemelijk maakt dat zijn werkelijke kosten hoger en redelijk waren.

Artikel 6:44 BW en de deelbetaling die het dossier niet sluit

Hetzelfde arrest bevestigt dat incassokosten onder artikel 6:44 lid 1 BW vallen: een betaling wordt eerst op de kosten, dan op de rente en pas daarna op de hoofdsom toegerekend. De klant die na een sommatie precies de hoofdsom overmaakt, laat daarmee een deel van de hoofdsom openstaan waarover de rente doorloopt. Het artikel sluit af met vijf dingen die u vóór de eerste aanmaning vastlegt, van de uiterste betaaldag en het ontvangstbewijs van de factuur tot de schriftelijke toerekening van elke deelbetaling.

Read more

Wiens algemene voorwaarden gelden bij een order per e-mail: artikel 6:225 lid 3 BW en het arrest First Data/Attingo van 11 februari 2011

Een leverancier stuurt maandag een offerte waarin staat dat zijn algemene voorwaarden op de website te vinden zijn. De klant antwoordt woensdag met een inkooporder uit zijn eigen pakket, met de eigen inkoopvoorwaarden als PDF erbij. Er wordt geleverd en betaald. Maanden later, bij een claim, blijkt de uitkomst af te hangen van twee vragen die toen al beslist waren: welke set voorwaarden hoort bij deze overeenkomst, en of de partij die zich erop beroept ze op tijd heeft afgegeven. Die vragen staan los van elkaar, en ondernemers behandelen ze als één.

Artikel 6:225 lid 3 BW geeft de eerste verwijzing voorrang

Verwijzen aanbod en aanvaarding naar verschillende algemene voorwaarden, dan komt aan de tweede verwijzing geen werking toe, tenzij daarbij de toepasselijkheid van de eerste set uitdrukkelijk van de hand wordt gewezen. Nederland volgt daarmee de regel van de eerste verwijzing. Dat verplaatst het zwaartepunt naar de volgorde waarin uw verkoop- en inkoopproces documenten verstuurt: de offerte gaat meestal als eerste de deur uit, en wie inkoopt verandert die verhouding pas door zelf te beginnen met een aanvraag of raamorder. In een organisatie die haar inkoop via een ERP-pakket doet, ligt die keuze vast in de inrichting van een documentsjabloon. De van-de-handwijzing hoort zichtbaar in het orderdocument zelf te staan, op de plek waar iemand hem leest.

Toepasselijkheid en terhandstelling zijn twee verschillende gevechten

Is de toepasselijkheid rond, dan begint de vraag of de gebruiker een redelijke mogelijkheid tot kennisneming heeft geboden. In HR 11 februari 2011 (First Data/Attingo) oordeelde de Hoge Raad dat het niet volstaat om de wederpartij naar het internet te verwijzen om de voorwaarden zelf op te zoeken; de gebruiker moet het initiatief nemen. Artikel 6:234 BW laat elektronische terhandstelling toe bij een langs elektronische weg gesloten overeenkomst, mits de voorwaarden zo beschikbaar komen dat opslaan en later raadplegen mogelijk is. Een meegestuurde PDF voldoet, en een directe link naar de geldende versie kan eveneens voldoen; een algemene verwijzing naar een website waar de lezer zelf de juiste set moet uitzoeken, haalt die maatstaf niet. Een wederpartij bij wie ten tijde van het sluiten van de overeenkomst vijftig of meer personen werkzaam waren, of die als rechtspersoon in de zin van artikel 2:360 BW toen laatstelijk haar jaarrekening had gepubliceerd, mist dit verweer op grond van artikel 6:235 lid 1 BW; lid 3 doet dat alleen bij gebruik van dezelfde of nagenoeg dezelfde voorwaarden als de ingeroepen set, wat de hoven beperkt uitleggen. Na HR 1 oktober 1999 (Geurtzen/Kampstaal) kan bekendheid met het beding een beroep op vernietiging bovendien alsnog blokkeren.

Zes controles op uw eigen orderstroom

Het artikel sluit af met een concrete lijst: wie in elke relatie het eerste document verstuurt, of de van-de-handwijzing in dat document zelf staat, of de PDF automatisch meegaat vanuit het offerte- of ERP-sjabloon, welke versie geldt en waar eerdere versies vindbaar zijn, hoe lang verzonden berichten met bijlagen bewaard blijven gelet op verjarings- en bewaartermijnen, en of uw voorwaarden aansluiten op wat uw administratie later kan aantonen. Bij grensoverschrijdende inkoop verschuift het speelveld: artikel 6:247 lid 2 BW zet afdeling 6.5.3 opzij bij een buitenlandse wederpartij, en voor zover het Weens Koopverdrag van toepassing is en niet is uitgesloten, bepaalt artikel 19 van dat verdrag wanneer een aanvaarding met afwijkende voorwaarden nog aanvaarding is.

Read more

Uw softwareleverancier zet AI aan: bezwaar onder artikel 28 lid 2 AVG, en wat uw wijzigingsbeding daarna nog waard is

De leverancier van uw planningspakket, boekhoudsysteem of helpdesk kondigt nieuwe functies aan die werkbonnen samenvatten, offerteteksten voorstellen en klantvragen beantwoorden. Onderaan het servicebericht staat de zin die er juridisch toe doet: voor die functies wordt een nieuwe partij ingeschakeld die de gegevens verwerkt, en wie binnen dertig dagen geen bezwaar maakt, wordt geacht in te stemmen. Die aankondiging breidt de kring van partijen uit die bij uw klantgegevens kunnen, en vaak ook de doeleinden waarvoor die gegevens worden gebruikt.

Wat artikel 28 lid 2 AVG wel en niet regelt

Bijna elke verwerkersovereenkomst die een mkb-bedrijf tekent, bevat een algemene schriftelijke toestemming voor toekomstige subverwerkers. In dat geval verplicht de AVG de leverancier alleen om u te informeren over een voorgenomen toevoeging of vervanging en om u de gelegenheid te geven bezwaar te maken. Over het gevolg van dat bezwaar zwijgt de verordening: geen vetorecht, geen opschorting, geen ontbindingsrecht. De contractuele uitkomst hangt af van het beding in uw eigen overeenkomst, terwijl u volgens de EDPB-opinie 22/2024 zelf verantwoordelijk blijft voor de beoordeling of de nieuwe partij voldoende garanties biedt. Daarnaast blijft de leverancier op grond van artikel 28 lid 4 AVG volledig aansprakelijk voor het nakomen van de verplichtingen van de partij die hij inschakelt, en geldt hij op grond van lid 10 zelf als verwerkingsverantwoordelijke zodra hij doel en middelen van een verwerking bepaalt — bijvoorbeeld door met uw klantgegevens een eigen model te trainen.

Verwerkersrecht en verbintenissenrecht lopen naast elkaar

In deze gesprekken blijft artikel 6:76 BW meestal onbesproken. Wie bij de uitvoering van een verbintenis gebruikmaakt van de hulp van anderen, is voor hun gedragingen op gelijke wijze aansprakelijk als voor eigen gedragingen. Uw leverancier koos de subverwerker. Voor zover die partij wordt ingezet bij de uitvoering van wat de leverancier heeft beloofd en haar handelen bij de leverancier zelf een tekortkoming zou opleveren, wordt het aan hem toegerekend. Het verwerkersrecht geeft een informatieplicht, het verbintenissenrecht een toerekeningsregel, en een ruime exoneratie begrenst het gevolg van die tweede. Of de dienst eenzijdig mag veranderen, volgt uit het wijzigingsbeding, getoetst aan artikel 6:233 sub a BW, met de grenzen van artikel 6:235 lid 1 en lid 3 BW voor grotere ondernemingen en voor wie zelf meermalen dezelfde voorwaarden gebruikt en artikel 6:248 lid 2 BW als terugvaloptie.

Zes bepalingen voor het volgende verlengingsmoment

Het artikel besluit met een concrete lijst: een reële kennisgevingstermijn aan een genoemd contactpersoon, bezwaar met een beëindigingsgevolg, een verbod op gebruik van uw gegevens voor training en modelverbetering, nieuwe verwerkingsfuncties standaard uit, een exitregeling met export en aantoonbare verwijdering bij subverwerkers, en aansprakelijkheid die de keten volgt. Voor bedrijven die klantgegevens onder geheimhouding houden, komt daar de eis van redelijke geheimhoudingsmaatregelen uit de Wet bescherming bedrijfsgeheimen bij.

Read more

De kennisclausule: wat uw leverancier na de opdracht mag meenemen

Achterin de huisvoorwaarden van een dienstverlener kan een bepaling van twee regels staan: de opdrachtnemer mag de bij de uitvoering van de overeenkomst opgedane kennis ook voor andere doeleinden gebruiken, zolang daarbij geen strikt vertrouwelijke informatie van de opdrachtgever bij derden terechtkomt. Zij wordt zelden onderhandeld en bijna nooit gelezen, en zij regelt de waardevolste opbrengst van een opdracht: het begrip van hoe uw onderneming werkt. De gangbare branchestandaard kent haar niet — de NLdigital Voorwaarden van 2025 bevatten geen bepaling over hergebruik van opgedane kennis — waardoor zij vooral opduikt in de eigen voorwaarden van een individuele leverancier. Wie drie jaar lang een softwarehuis, een ingenieursbureau of een dataconsultant meekijkt in calculatie, planning en klantpatronen, geeft precies datgene prijs waar deze kennisclausule in algemene voorwaarden over gaat.

Waarom de wet u hier niet redt

Bij auteursrecht op ontwerp of code weet u waar u staat: het recht ontstaat bij de maker en gaat pas over bij akte. Werkwijzen, calculatieregels en inkoopstrategie kennen zo'n absoluut recht niet. Zij kunnen wel als bedrijfsgeheim worden beschermd, mits aan drie cumulatieve kenmerken is voldaan, en binnen die bescherming weegt zwaar wat partijen zelf hebben afgesproken. De Wet bescherming bedrijfsgeheimen stelt drie cumulatieve eisen — de informatie is geheim, zij heeft handelswaarde omdat zij geheim is, en u nam er redelijke maatregelen toe. Een kennisclausule snijdt geen van die eisen automatisch af; zij geeft de leverancier een contractuele grondslag voor het overeengekomen gebruik en weegt mee bij de beoordeling van uw geheimhoudingsmaatregelen. Of gebruik vervolgens onrechtmatig is, hangt mede af van toestemming en van schending van een contractuele gebruiksbeperking. Hoever de clausule reikt, is een uitleg- en reikwijdtevraag. Daar komt de toepasselijkheidsvraag bovenop. Wie zijn eigen inkoopvoorwaarden onder aan de bestelbon zet zonder de voorwaarden van de wederpartij uitdrukkelijk van de hand te wijzen, wint de botsing van voorwaardensets niet.

Wat er sinds de komst van AI is verschoven

De bepaling is geschreven voor een adviseur die iets onthield. Zijn geheugen was begrensd, gebonden aan één persoon, en verdween grotendeels bij een baanwissel. Bij een moderne dienstverlener kan dezelfde opgedane kennis achterblijven in een verfijnd model, een promptbibliotheek of een intern sjabloon: niet gebonden aan de mensen die bij u aan tafel zaten, niet aan te wijzen in één document, en zichtbaar als output waarvan de herkomst zich slecht laat reconstrueren. Voor persoonsgegevens kan de clausule de verwerking niet zelfstandig legitimeren — een verwerker verwerkt uitsluitend op gedocumenteerde instructie, behoudens een wettelijke verplichting, en rol, grondslag en doelbinding volgen uit de feiten en uit de AVG. Voor de overige knowhow houdt het beding wel betekenis, binnen zijn uitgelegde reikwijdte.

Waar u het verschil maakt

Het gaat om drie concrete plekken in uw leverancierscontract: de definitie van strikt vertrouwelijk, de vraag of de uitzondering ook intern hergebruik verbiedt, en de rangorde tussen geheimhoudingsovereenkomst, verwerkersovereenkomst en algemene voorwaarden. Dit artikel loopt die plekken langs met acht vragen die u vóór de opdrachtbevestiging kunt stellen, met de smalle routes die overblijven wanneer de handtekening er al staat, en met het verlengingsmoment als het punt waarop een aanvullende afspraak over hergebruik nog goedkoop is.

Read more