Vanaf 9 december 2026 is software een product: Richtlijn (EU) 2024/2853, wetsvoorstel 36906 en waarom uw exoneratieclausule de claim niet meer tegenhoudt

Op 9 september 2026 besloot de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid het wetsvoorstel dat de nieuwe Europese productaansprakelijkheid in het Burgerlijk Wetboek zet, aan te melden voor plenaire behandeling. Kamerstuk 36906, ingediend op 2 maart 2026. De Europese deadline staat vast en ligt drie maanden verderop: op 9 december 2026 moet de omzetting rond zijn, en vanaf diezelfde dag geldt voor alles wat daarna in de handel komt een aansprakelijkheidsregime waarin software een product is.

Verzegelde transportkoffer met een kale printplaat, vastgezet op een pallet met blauwe en rode stapelkratten in een zonnige expeditiehal: software die als koopwaar in de handel wordt gebracht

Voor een softwarebedrijf, een machinebouwer met firmware, een webshop die buiten de EU inkoopt of een bureau dat het model van een ander doorontwikkelt, verandert daarmee iets dat in geen enkel contract te repareren valt. In de algemene voorwaarden staat een exoneratiebeding. Dat beding blijft doen wat het altijd deed tussen de contractspartijen, en het doet niets tegen de vordering waar dit over gaat.


Wat artikel 4 van Richtlijn (EU) 2024/2853 op 9 december 2026 verandert aan het begrip product

Artikel 4, punt 1 definieert een product als "elke roerende zaak, ook nadat zij is geïntegreerd in of onderling is verbonden met een andere roerende of onroerende zaak, met inbegrip van elektriciteit, digitale fabricagedossiers, grondstoffen en software". Die laatste vier woorden zijn de hele verandering. Onder de oude richtlijn 85/374/EEG, in Nederland afdeling 6.3.3 van Boek 6 BW (artikelen 6:185 tot en met 6:193), stond de status van losse software al veertig jaar ter discussie. Voor de koopregels heeft de Hoge Raad die vraag beantwoord in De Beeldbrigade, het arrest dat wij bespraken bij de vraag wanneer een AI-systeem geleverd is; dat ging over koper en verkoper. Productaansprakelijkheid loopt langs een andere lijn: van de fabrikant naar de benadeelde, zonder contract ertussen.

Artikel 2, lid 1 knipt de tijd in tweeën. Het nieuwe regime geldt voor producten die na 9 december 2026 in de handel worden gebracht; wat daarvoor op de markt kwam, blijft onder het huidige recht vallen. Twee regimes lopen dus jarenlang naast elkaar, en welk van de twee geldt, wordt beslist door een datum die u zelf moet kunnen aantonen. Bij fysieke producten is dat de partij, de serie, de leverbon. Bij software is het de release — en daarmee wordt uw releaseadministratie een juridisch document.


Wetsvoorstel 36906: een nieuw artikel 6:184a BW en het einde van de franchise van 500 euro

Het wetsvoorstel schrijft de definities van de richtlijn in een nieuw artikel 6:184a BW en werkt de rest van afdeling 6.3.3 bij. De Afdeling advisering van de Raad van State had geen inhoudelijke opmerkingen; het nader rapport dateert van 27 februari 2026. Aangenomen is het voorstel nog niet, door geen van beide Kamers, met een omzettingstermijn die op 9 december afloopt.

Eén wijziging raakt ondernemers in het klein. Artikel 6:190 lid 1 BW kent nu een franchise van 500 euro voor zaakschade: onder dat bedrag is er geen vordering uit productaansprakelijkheid. De richtlijn kent die drempel niet en het wetsvoorstel schrapt hem. Schade van tweehonderd euro aan een privézaak wordt daarmee een vordering die er eerder niet was. Voor wie in volume aan consumenten levert, verschuift het schadebeeld daarmee naar veel kleine claims.


Wie er volgens artikel 8 aansprakelijk is, en wanneer u door een ingrijpende wijziging zelf fabrikant wordt

Artikel 8, lid 1 zet een rij marktdeelnemers achter elkaar: de fabrikant van het product, de fabrikant van een gebrekkig onderdeel, de importeur, de gemachtigde, de fulfilmentdienstverlener, en — subsidiair, als geen van de vorigen in de Unie te identificeren is — de distributeur. De volgorde is niet vrijblijvend. Koopt u in bij een leverancier buiten de EU en is die daar niet aanspreekbaar, dan schuift de aansprakelijkheid naar de partij die het product wél de Unie in bracht. Dat kunt u zijn.

Verraderlijker is lid 2. Wie een product buiten de controle van de oorspronkelijke fabrikant ingrijpend wijzigt en het daarna op de markt aanbiedt, wordt voor die wijziging als fabrikant beschouwd; artikel 4, punt 18 omschrijft dat begrip aan de hand van prestaties, doel, type en risiconiveau. Wie het model van een ander finetunet, er een eigen laag omheen bouwt en onder eigen naam levert, moet rekening houden met de kwalificatie fabrikant voor precies dat stuk. Dezelfde vraag speelt bij de machinebouwer die firmware van een toeleverancier aanpast en bij het integratiebureau dat een standaardpakket zo ver ombouwt dat de leverancier het niet meer herkent.


Artikel 15: uw exoneratiebeding houdt de benadeelde niet tegen en bepaalt alleen wie uiteindelijk betaalt

Artikel 15 is één zin lang: de lidstaten zien erop toe dat de aansprakelijkheid van een marktdeelnemer jegens de benadeelde niet wordt beperkt of uitgesloten. Geen plafond, geen uitsluiting van gevolgschade, geen beperking tot twaalf maanden contractwaarde. Die bedingen doen hun werk in de contractuele verhouding — bij wanprestatie, bij een tekortkoming in een SLA, bij de discussie over wiens algemene voorwaarden gelden — en tegenover de benadeelde die zich op deze richtlijn beroept zijn ze krachteloos.

Daarbij hoort meteen de begrenzing. Artikel 6 somt de schade op die vergoed wordt: overlijden en lichamelijk letsel, beschadiging of vernietiging van zaken die niet voor beroepsdoeleinden worden gebruikt, en in punt c de vernietiging of corruptie van gegevens die niet voor beroepsdoeleinden worden gebruikt. Zuivere bedrijfsschade van uw zakelijke klant valt er buiten en blijft langs het contract lopen. De claim komt van een consument, een werknemer, een patiënt, een bewoner die met uw product in aanraking kwam.

Voor uw papierwerk betekent dat een verschuiving van functie. Het exoneratiebeding verhuist van de verdediging naar de verdeling: het houdt de vordering niet tegen, en het beslist wel wie in de keten de rekening draagt. Wat dan het werk doet, is de vrijwaring, de regresafspraak, de verzekeringsverplichting en de plicht om elkaar tijdig van een claim op de hoogte te stellen. In veel Nederlandse leveringsvoorwaarden staat een uitvoerige exoneratie en geen woord over vrijwaring voor aanspraken van derden. Dat is vanaf december de verkeerde verhouding.


Artikel 9 en artikel 10: welke stukken u moet afgeven en wanneer het gebrek wordt vermoed

De richtlijn verandert ook de bewijspositie. Artikel 9 geeft de rechter de bevoegdheid de verweerder te bevelen relevant bewijsmateriaal openbaar te maken, zodra de eiser genoeg feiten heeft aangedragen om de vordering aannemelijk te maken; het wetsvoorstel brengt dat begrip in artikel 6:188 BW. Artikel 10 hangt er de sanctie aan: blijven die stukken uit, dan wordt het gebrek vermoed. Datzelfde vermoeden geldt wanneer het product niet voldoet aan dwingende veiligheidsvoorschriften, of wanneer de schade komt door een duidelijke storing bij normaal gebruik. Bij technische complexiteit die het bewijs buitensporig moeilijk maakt, kan ook het causaal verband worden vermoed.

Vertaal dat naar wat er in uw organisatie ligt. Release notes, testrapporten, de acceptatietest en het incidentenregister zijn de stukken die een rechter kan bevelen af te geven. Documentatie die u nu voor uzelf bijhoudt, houdt u vanaf december bij voor een procedure die u misschien nooit voert. Wie geen testverslag heeft, heeft geen bewijs dat het product bij het in de handel brengen niet gebrekkig was.

Twee bepalingen sluiten de deur die softwareleveranciers gewend zijn open te houden. Artikel 7, lid 2 noemt onder punt c uitdrukkelijk "het effect op het product van het vermogen om te blijven leren of nieuwe functies te verwerven nadat het in de handel is gebracht", en onder punt f de veiligheidsgerelateerde cyberbeveiligingsvoorschriften. Een systeem dat na levering blijft bijleren, wordt dus beoordeeld inclusief dat leren. Artikel 11, lid 2 voegt daaraan toe dat een marktdeelnemer niet is vrijgesteld wanneer de gebrekkigheid te wijten is aan een bijbehorende dienst, aan software met inbegrip van updates, of aan het ontbreken van updates die nodig zijn om de veiligheid te handhaven — een lijn die u herkent uit de zorgplicht die sinds 15 augustus via de contracten van uw klanten binnenkomt.

Zet daar de termijnen naast. Artikel 16 geeft de benadeelde drie jaar vanaf bekendheid met schade, gebrek en aansprakelijke; artikel 17 een vervaltermijn van tien jaar na het in de handel brengen, oplopend tot 25 jaar bij letsel dat zich pas later openbaart. Een supportcontract dat na vijf jaar afloopt, dekt de helft van die tien jaar niet.


Zes vragen om vóór 9 december 2026 te beantwoorden over uw contracten

  1. Welke van onze producten bevatten software of een bijbehorende dienst, en wie is per onderdeel de fabrikant in de zin van artikel 8?
  2. Wijzigen wij software of firmware van een ander zo ver dat wij onder artikel 8, lid 2 zelf als fabrikant gelden, en weten onze productmensen dat?
  3. Staat er in onze inkoop- en leveringsvoorwaarden een vrijwaring voor aanspraken van derden uit productaansprakelijkheid, of alleen een exoneratie waar artikel 15 omheen loopt?
  4. Tot wanneer leveren wij beveiligingsupdates, en hoe verhoudt die einddatum zich tot de tien jaar van artikel 17?
  5. Welke documenten zouden wij moeten afgeven onder een bevel op grond van artikel 9 — releaseadministratie, testrapporten, incidentenregister — en zijn die compleet en gedateerd?
  6. Kunnen wij per levering aantonen wanneer het product in de handel is gebracht, zodat vaststaat of het oude of het nieuwe regime geldt?

Wie deze zes vragen niet uit het hoofd kan beantwoorden, weet meteen waar het gesprek met de verzekeraar over gaat. Vraag daar expliciet of de polis productaansprakelijkheid voor software dekt; veel polissen zijn geschreven toen dat begrip nog niet bestond.

Wilt u weten wat er nu in uw eigen voorwaarden staat, leg het contract dan eens naast de contractscan van JAVB. Die leest de stukken door en laat zien waar de exoneratie zit, of er een vrijwaring tegenover staat en welke tekst u zou kunnen voorstellen. Levert u AI-functies mee, dan geeft de AI-transparantiescan er de informatieplichten bij. Het kost een half uur, en het is een prettiger half uur dan het gesprek dat u anders in december voert.