Vanaf 9 december 2026 is software een product: Richtlijn (EU) 2024/2853, wetsvoorstel 36906 en waarom uw exoneratieclausule de claim niet meer tegenhoudt

Op 9 september 2026 is wetsvoorstel 36906 aangemeld voor plenaire behandeling in de Tweede Kamer. Dat voorstel zet Richtlijn (EU) 2024/2853 om in het Burgerlijk Wetboek, en de Europese omzettingstermijn loopt af op 9 december 2026. Vanaf die datum geldt voor alles wat daarna in de handel wordt gebracht een nieuw regime, waarin software volgens artikel 4 uitdrukkelijk een product is. Voor softwarebedrijven, machinebouwers met firmware, importeurs en integratiepartijen is dat geen detail: het is een risicoaansprakelijkheid die buiten het contract om loopt.

Waarom de exoneratie in uw voorwaarden hier niets doet

Artikel 15 van de richtlijn verbiedt beperking of uitsluiting van de aansprakelijkheid jegens de benadeelde. Geen aansprakelijkheidsplafond, geen uitsluiting van gevolgschade, geen beperking tot twaalf maanden contractwaarde. Die bedingen blijven werken tussen contractspartijen en raken de vordering van de benadeelde niet. Wat vanaf december het werk moet doen, is de vrijwaring voor aanspraken van derden: de afspraak die bepaalt wie in de keten uiteindelijk betaalt. In veel Nederlandse leveringsvoorwaarden staat een uitvoerige exoneratie en geen woord over vrijwaring. De schade die onder de richtlijn valt is wel begrensd — letsel, zaakschade en dataverlies in de privésfeer, niet de bedrijfsschade van uw zakelijke klant.

Bewijs, updates en de vraag wanneer u zelf fabrikant wordt

Artikel 9 geeft de rechter de bevoegdheid om afgifte van relevant bewijsmateriaal te bevelen; artikel 10 laat het gebrek vermoeden als die stukken uitblijven. Uw release-administratie, testrapporten en incidentenregister worden daarmee procesdocumenten. Artikel 7 lid 2 rekent het vermogen van een product om na levering te blijven leren mee bij de beoordeling van gebrekkigheid, en artikel 11 lid 2 sluit vrijstelling uit wanneer het gebrek te wijten is aan software, aan updates of aan het ontbreken van beveiligingsupdates. Wie bovendien de software van een ander ingrijpend wijzigt en onder eigen naam levert, geldt op grond van artikel 8 lid 2 zelf als fabrikant voor die wijziging.

Zes vragen vóór 9 december

Het artikel eindigt met zes concrete vragen over uw inkoop- en leveringsvoorwaarden: welke producten software bevatten, wie per onderdeel fabrikant is, of er een vrijwaring tegenover de exoneratie staat, tot wanneer u beveiligingsupdates levert in verhouding tot de vervaltermijn van tien jaar in artikel 17, welke documenten u zou moeten afgeven, en of u per levering kunt aantonen wanneer het product in de handel kwam. Die laatste vraag beslist welk van de twee regimes geldt.

Read more

Een leveranciers- of distributierelatie zonder opzegbepaling opzeggen: zwaarwegende grond, opzegtermijn en schadevergoeding volgens de Hoge Raad van 28 oktober 2011 en 2 februari 2018

Een leveranciers-, distributie- of dienstverleningsrelatie loopt jaren door zonder dat ooit is opgeschreven hoe zij eindigt. Dan komt de brief, met een termijn van een maand. De vraag is zelden of opzeggen mag, want dat mag in beginsel. De vraag is op welke grond, met welke termijn, en of er een vergoeding bij hoort.

De maatstaf van de Hoge Raad uit 2011 en 2018

In De Ronde Venen/Stedin van 28 oktober 2011 besliste de Hoge Raad dat een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd zonder opzegregeling in beginsel opzegbaar is, maar dat de eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen meebrengen dat een voldoende zwaarwegende grond nodig is, dat een bepaalde opzegtermijn in acht moet worden genomen, of dat de opzegging gepaard moet gaan met het aanbod tot betaling van een schadevergoeding. Auping/Beverslaap bevestigde die lijn in 2013 voor een distributieverhouding. In Goglio/SMQ Europe van 2 februari 2018 kwam daar de andere helft bij: staat er wél een opzegregeling in wet of contract, dan is dat beding het uitgangspunt en kunnen aanvullende eisen alleen worden gesteld voor zover wet en overeenkomst daarvoor ruimte laten. Een uitgeschreven opzegbeding is daarmee aanzienlijk sterker dan geen beding.

Waarom uw jaarrekening de opzegtermijn bepaalt

Rechters wegen de duur van de relatie, de afhankelijkheid, de omzet en vooral de investeringen die alleen binnen deze samenwerking waarde hebben. Daaruit volgt een anker dat zelden wordt gebruikt: de resterende afschrijvingstermijn van de machine, koppeling of certificering die voor deze afnemer is aangeschaft. Die termijn staat al jaren in de boeken, is door een accountant gezien, en zegt hoeveel tijd de opgezegde partij zelf nodig achtte om de investering terug te verdienen.

Agentuur, distributie en zeven vragen vooraf

Bemiddelt de wederpartij tegen provisie op uw naam, dan gelden de dwingende opzegtermijn van artikel 7:437 BW en de klantenvergoeding van artikel 7:442 BW. Koopt zij voor eigen rekening in, dan is het distributie en geldt de open weging. Het artikel geeft zeven vragen die u beantwoordt voordat de opzeggingsbrief de deur uitgaat, en zegt wat u doet als de brief al is verstuurd of juist bij u is binnengekomen.

Read more

AI-tools op de werkvloer en de derde eis van artikel 1 Wbb: welke maatregelen uw bedrijfsgeheim in stand houden

Een accountmanager plakt op dinsdagmiddag de calculatie van vorig jaar, de inkoopprijzen van drie toeleveranciers en een conceptofferte in een gratis chatbot, om te laten controleren of de opbouw klopt. Er wordt niets geforceerd en niets meegenomen. Een jaar later gaat dezelfde afnemer met een concurrent in zee die opvallend dicht bij die prijsopbouw zit, en dan begint het onderzoek bij de eigen onderneming: was die calculatie op dat moment nog een bedrijfsgeheim?

Artikel 1 Wbb stelt drie eisen, en de derde gaat over uw eigen gedrag

De Wet bescherming bedrijfsgeheimen van 17 oktober 2018, in werking op 23 oktober 2018 ter uitvoering van Richtlijn (EU) 2016/943, noemt drie cumulatieve voorwaarden. De informatie moet geheim zijn, zij moet handelswaarde bezitten omdat zij geheim is, en zij moet door de rechtmatige houder zijn onderworpen aan redelijke maatregelen, gezien de omstandigheden, om haar geheim te houden. De eerste twee eisen zijn eigenschappen van de informatie. De derde is een redelijkheidstoets over uw eigen handelen: de rechter weegt het samenstel van maatregelen en hun feitelijke werking, gezien de omstandigheden. Eén ongeoorloofde invoer beëindigt de bescherming dus niet automatisch, al kan een patroon van ongecontroleerde verspreiding het samenstel wel onderuithalen. Daarin verschilt een bedrijfsgeheim van een octrooi of een merk, waar de aanspraak in een register vastligt en slordigheid overleeft; hier moet de houder de bescherming blijven onderhouden. De vergelijking met een preventieve garantie in een verzekeringspolis gaat maar ten dele op, en wijst vooral de richting waarin de bewijslast loopt: het gaat om wat er in de organisatie feitelijk gebeurde.

Waarom tools met kunstmatige intelligentie deze eis raken, en waar het in de voorwaarden zit

Wie een document in zo'n tool plakt, verplaatst het naar de infrastructuur van een derde partij. Vier variabelen lopen daarbij door elkaar: training op invoer, bewaartermijn, inzage door medewerkers van de aanbieder, en de contractuele bescherming. Elk daarvan is per product en per accounttype anders geregeld en verandert met enige regelmaat, dus de vuistregel dat gratis onveilig is en betaald veilig, houdt geen stand. Wat telt is welk product met welke instellingen is toegestaan en of dat op de gebruiksdatum is vastgelegd. In een geschil luidt het eerste verweer dat gevoelige documenten routinematig in publieke tools werden ingevoerd; slaagt dat, dan kan de zaak op de definitie eindigen.

Twee keer gewogen, en wat de arbeidsovereenkomst hierover kan regelen

Haalt u de drempel wel, dan kan de rechter op grond van artikel 5 en 6 Wbb staking bevelen, beslag toestaan en vernietiging of afgifte van bestanden gelasten. Artikel 7 lid 1 onderdeel b Wbb weegt daarbij opnieuw welke beschermingsmaatregelen zijn genomen. Intern volstaat vaak het instructierecht van artikel 7:660 BW: een gedateerde, aantoonbaar verstrekte lijst van toegestane tools. Bij het boetebeding gelden de strenge eisen van artikel 7:650 BW, met een weekmaximum en een maximum per afzonderlijke boete van een halve dag loon, en artikel 7:651 BW verbiedt om ter zake van hetzelfde feit zowel boete te heffen als schadevergoeding te vorderen. Het artikel sluit af met zes controles op het personeelsreglement, de arbeidsovereenkomsten en de NDA's die u zelf hebt getekend, en sluit aan op het eerdere stuk over de kennisclausule.

Read more

Uw aanbetaling staat niet apart

Een aanbetaling krijgt geen eigen kluis

Een mkb-bedrijf bestelt een maatwerkmachine en betaalt veertig procent bij opdracht. Wanneer de leverancier vóór levering failliet gaat, blijken de factuur en het bankafschrift vooral bewijs van betaling. Het geld stond op de gewone rekening van de leverancier en is gebruikt in de bedrijfsvoering. Zonder aanvullende zekerheid vormt een zakelijke aanbetaling geen afgescheiden pot en geeft zij de afnemer niet vanzelf voorrang op andere schuldeisers.

De overeenkomst verdwijnt bij faillissement niet automatisch. Artikel 37 Faillissementswet geeft, wanneer beide partijen een wederkerige overeenkomst nog niet volledig hebben uitgevoerd, een route om de curator schriftelijk binnen een redelijke termijn te laten verklaren of de boedel zal nakomen. Kiest de curator voor nakoming, dan moet hij zekerheid stellen. Blijft die keuze uit, dan kan de afnemer met een geldvordering achterblijven. Vorderingen die samenhangen met ontbinding en schade komen volgens artikel 37a in beginsel als concurrente vorderingen in het faillissement terecht. De opbrengst en wachttijd zijn dan onzeker.

Betaling en eigendom lopen uiteen

Betaling maakt de afnemer ook niet zonder meer eigenaar van materialen of een half afgemonteerde machine. Eigendomsoverdracht heeft eigen vereisten. Bij maatwerk zijn onderdelen soms nog niet ingekocht, onvoldoende geïndividualiseerd of al verwerkt in een groter geheel. Een losse zin dat “al het betaalde eigendom van opdrachtgever is” kan daarom tekortschieten. De overeenkomst moet aansluiten op de werkplaats: welke delen zijn voor deze klant bestemd, waar liggen ze, hoe zijn ze gemarkeerd en welke rechten kunnen leveranciers van onderdelen uitoefenen?

Dat is de spiegel van eigendomsvoorbehoud. Daar beschermt de verkoper zich tegen een koper die niet betaalt. Bij vooruitbetaling heeft de koper zijn geld al afgestaan. Zijn bescherming zit in een heldere eigendomsketen, controleerbare voortgang en een route om goederen of geld terug te krijgen wanneer de productie stopt.

Laat geld in stappen vrijkomen

Een goed betaalschema koppelt tranches aan objectieve gebeurtenissen: een definitief ontwerp, ontvangen hoofdcomponenten, een geslaagde fabriekstest, levering of acceptatie. Het contract benoemt ook welk document de mijlpaal bewijst, hoe lang de afnemer voor controle heeft en wat er bij afkeur gebeurt. Daarmee wordt productieplanning een juridisch vrijgavemechanisme.

Voor bedragen die al vroeg nodig zijn, kan een vooruitbetalingsgarantie, escrowregeling, draagkrachtige concerngarantie of passende kredietverzekering bescherming geven. Looptijd, claimvoorwaarden en uitsluitingen moeten wel samenvallen met de leveringsplanning. Een garantie die twee weken vóór de uitgestelde fabriekstest eindigt, biedt op het beslissende moment weinig comfort.

De JAVB contractscan kan offerte, betaalschema en leveranciersvoorwaarden naast elkaar analyseren op ongedekte vooruitbetaling, vage mijlpalen, ontbrekende inspectierechten, botsende vervaldata en onduidelijke eigendomsafspraken. Bij hoge voorschotten of concrete financiële problemen blijft de feitelijke goederen- en insolventiepositie bepalend. De betaalroute moet daarom worden ontworpen voordat het eerste voorschot de rekening verlaat.

Read more