Klantenvergoeding voor de handelsagent onder artikel 7:442 BW: wanneer de principaal betaalt, het plafond van één jaarbeloning en de vervaltermijn van een jaar

Een fabrikant werkt jaren met een zelfstandige vertegenwoordiger die installateurs en showrooms bezoekt, orders binnenbrengt en daarover provisie krijgt. Dan zegt de fabrikant op en bestellen de klanten rechtstreeks door. Voor die situatie kent het Burgerlijk Wetboek de klantenvergoeding van artikel 7:442 BW. Dit artikel legt uit wanneer die vergoeding verschuldigd is, hoe hoog ze maximaal is, welke opzegtermijn geldt en welke contractbepalingen de wet opzij zet.

Opzegtermijn van artikel 7:437 BW en de voorwaarden van artikel 7:442 BW

Is in het agentuurcontract niets afgesproken, dan geldt een opzegtermijn van vier maanden, vijf maanden na drie jaar en zes maanden na zes jaar. Partijen mogen niet onder een, twee of drie maanden gaan, en de termijn voor de principaal mag niet korter zijn dan die voor de agent. De klantenvergoeding is verschuldigd als de agent nieuwe klanten aanbracht of de omzet met bestaande klanten aanmerkelijk uitbreidde, die klanten de principaal nog aanzienlijke voordelen opleveren en een vergoeding billijk is. Zegt de agent zelf op zonder rechtvaardiging, of beëindigt de principaal om een dringende reden die de agent te verwijten is, dan vervalt de aanspraak. Een agent die stopt vanwege leeftijd, invaliditeit of ziekte behoudt de aanspraak als van hem redelijkerwijs niet meer kan worden gevergd dat hij doorwerkt, mits ook aan de overige voorwaarden is voldaan.

Maximaal één jaarbeloning, en een melding binnen een jaar

De vergoeding bedraagt ten hoogste de beloning van één jaar, berekend naar het gemiddelde van de laatste vijf jaren. Bij 40.000, 52.000, 61.000, 58.000 en 49.000 euro ligt het plafond op 52.000 euro; de rechter kan lager uitkomen. De agent moet de principaal uiterlijk een jaar na het einde laten weten dat hij vergoeding verlangt, anders vervalt het recht.

Afstandsclausules en het concurrentiebeding van artikel 7:443 BW

Een contractbepaling die de vergoeding vooraf uitsluit of verlaagt, werkt niet ten nadele van de agent; na het einde kunnen partijen wel een regeling treffen. Een concurrentiebeding moet schriftelijk zijn, beperkt tot het soort producten en het toevertrouwde gebied (eventueel met de klantenkring daarin), en geldt hoogstens twee jaar. Het volledige artikel bevat een rekenvoorbeeld, een vergelijking met de goodwill bij de koop van een onderneming en zes punten om in uw eigen agentuurcontract na te lopen.

Read more

Een leveranciers- of distributierelatie zonder opzegbepaling opzeggen: zwaarwegende grond, opzegtermijn en schadevergoeding volgens de Hoge Raad van 28 oktober 2011 en 2 februari 2018

Een leveranciers-, distributie- of dienstverleningsrelatie loopt jaren door zonder dat ooit is opgeschreven hoe zij eindigt. Dan komt de brief, met een termijn van een maand. De vraag is zelden of opzeggen mag, want dat mag in beginsel. De vraag is op welke grond, met welke termijn, en of er een vergoeding bij hoort.

De maatstaf van de Hoge Raad uit 2011 en 2018

In De Ronde Venen/Stedin van 28 oktober 2011 besliste de Hoge Raad dat een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd zonder opzegregeling in beginsel opzegbaar is, maar dat de eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen meebrengen dat een voldoende zwaarwegende grond nodig is, dat een bepaalde opzegtermijn in acht moet worden genomen, of dat de opzegging gepaard moet gaan met het aanbod tot betaling van een schadevergoeding. Auping/Beverslaap bevestigde die lijn in 2013 voor een distributieverhouding. In Goglio/SMQ Europe van 2 februari 2018 kwam daar de andere helft bij: staat er wél een opzegregeling in wet of contract, dan is dat beding het uitgangspunt en kunnen aanvullende eisen alleen worden gesteld voor zover wet en overeenkomst daarvoor ruimte laten. Een uitgeschreven opzegbeding is daarmee aanzienlijk sterker dan geen beding.

Waarom uw jaarrekening de opzegtermijn bepaalt

Rechters wegen de duur van de relatie, de afhankelijkheid, de omzet en vooral de investeringen die alleen binnen deze samenwerking waarde hebben. Daaruit volgt een anker dat zelden wordt gebruikt: de resterende afschrijvingstermijn van de machine, koppeling of certificering die voor deze afnemer is aangeschaft. Die termijn staat al jaren in de boeken, is door een accountant gezien, en zegt hoeveel tijd de opgezegde partij zelf nodig achtte om de investering terug te verdienen.

Agentuur, distributie en zeven vragen vooraf

Bemiddelt de wederpartij tegen provisie op uw naam, dan gelden de dwingende opzegtermijn van artikel 7:437 BW en de klantenvergoeding van artikel 7:442 BW. Koopt zij voor eigen rekening in, dan is het distributie en geldt de open weging. Het artikel geeft zeven vragen die u beantwoordt voordat de opzeggingsbrief de deur uitgaat, en zegt wat u doet als de brief al is verstuurd of juist bij u is binnengekomen.

Read more