Direct en geautomatiseerd — geen wachttijd, geen afspraak. Eenmalig per tekstset. U krijgt:
Scan uw zakelijke contract direct online — vaste prijs, vandaag resultaat
Direct en geautomatiseerd — geen wachttijd, geen afspraak. Eenmalig per tekstset. U krijgt:
De leverancier van uw planningspakket, boekhoudsysteem of helpdesk kondigt nieuwe functies aan die werkbonnen samenvatten, offerteteksten voorstellen en klantvragen beantwoorden. Onderaan het servicebericht staat de zin die er juridisch toe doet: voor die functies wordt een nieuwe partij ingeschakeld die de gegevens verwerkt, en wie binnen dertig dagen geen bezwaar maakt, wordt geacht in te stemmen. Die aankondiging breidt de kring van partijen uit die bij uw klantgegevens kunnen, en vaak ook de doeleinden waarvoor die gegevens worden gebruikt.
Bijna elke verwerkersovereenkomst die een mkb-bedrijf tekent, bevat een algemene schriftelijke toestemming voor toekomstige subverwerkers. In dat geval verplicht de AVG de leverancier alleen om u te informeren over een voorgenomen toevoeging of vervanging en om u de gelegenheid te geven bezwaar te maken. Over het gevolg van dat bezwaar zwijgt de verordening: geen vetorecht, geen opschorting, geen ontbindingsrecht. De contractuele uitkomst hangt af van het beding in uw eigen overeenkomst, terwijl u volgens de EDPB-opinie 22/2024 zelf verantwoordelijk blijft voor de beoordeling of de nieuwe partij voldoende garanties biedt. Daarnaast blijft de leverancier op grond van artikel 28 lid 4 AVG volledig aansprakelijk voor het nakomen van de verplichtingen van de partij die hij inschakelt, en geldt hij op grond van lid 10 zelf als verwerkingsverantwoordelijke zodra hij doel en middelen van een verwerking bepaalt — bijvoorbeeld door met uw klantgegevens een eigen model te trainen.
In deze gesprekken blijft artikel 6:76 BW meestal onbesproken. Wie bij de uitvoering van een verbintenis gebruikmaakt van de hulp van anderen, is voor hun gedragingen op gelijke wijze aansprakelijk als voor eigen gedragingen. Uw leverancier koos de subverwerker. Voor zover die partij wordt ingezet bij de uitvoering van wat de leverancier heeft beloofd en haar handelen bij de leverancier zelf een tekortkoming zou opleveren, wordt het aan hem toegerekend. Het verwerkersrecht geeft een informatieplicht, het verbintenissenrecht een toerekeningsregel, en een ruime exoneratie begrenst het gevolg van die tweede. Of de dienst eenzijdig mag veranderen, volgt uit het wijzigingsbeding, getoetst aan artikel 6:233 sub a BW, met de grenzen van artikel 6:235 lid 1 en lid 3 BW voor grotere ondernemingen en voor wie zelf meermalen dezelfde voorwaarden gebruikt en artikel 6:248 lid 2 BW als terugvaloptie.
Het artikel besluit met een concrete lijst: een reële kennisgevingstermijn aan een genoemd contactpersoon, bezwaar met een beëindigingsgevolg, een verbod op gebruik van uw gegevens voor training en modelverbetering, nieuwe verwerkingsfuncties standaard uit, een exitregeling met export en aantoonbare verwijdering bij subverwerkers, en aansprakelijkheid die de keten volgt. Voor bedrijven die klantgegevens onder geheimhouding houden, komt daar de eis van redelijke geheimhoudingsmaatregelen uit de Wet bescherming bedrijfsgeheimen bij.
Huur van bedrijfsruimte kent in Nederland twee regimes, en het verschil tussen die twee is groter dan bijna elk beding dat partijen zelf in hun contract opnemen. Aan de ene kant staat de bedrijfsruimte van artikel 7:290 BW: winkel, restaurant of café, afhaal- of besteldienst, ambachtsbedrijf, hotel of camping. Aan de andere kant staat al het overige — kantoor, praktijk, opslag, atelier, werkplaats — dat onder artikel 7:230a BW valt. De grens loopt over één voorwaarde in de wet, en die voorwaarde stelt een vraag die niet juridisch klinkt: is er in de verhuurde ruimte een voor het publiek toegankelijk lokaal waar rechtstreeks zaken worden geleverd of diensten worden verricht.
Het gevolg van die grens is scherp. Onder artikel 7:290 BW geldt de huurovereenkomst als hoofdregel voor vijf jaar en wordt zij daarna van rechtswege met vijf jaar verlengd, met afwijkingen voor een langere overeengekomen duur en voor korte huur. Zegt de verhuurder op tegen het einde van de eerste termijn, dan kan de rechter dat volgens artikel 7:296 BW slechts op twee gronden toewijzen: slecht huurderschap of dringend eigen duurzaam gebruik. Verkoop van het pand hoort daar niet bij; renovatie die zonder beëindiging van de huur onmogelijk is, wel. Onder artikel 7:230a BW is er geen termijnbescherming. Daar kan de huurder alleen om verlenging van de ontruimingstermijn vragen, binnen twee maanden na de schriftelijke ontruimingsaanzegging, met een maximum van drie jaar in stappen van een jaar en zonder hoger beroep tegen de beschikking.
Beslissend is waarvoor de ruimte volgens de huurovereenkomst is bestemd, niet wat het bestemmingsplan zegt of wat er op de gevel staat. Die contractuele bestemming wordt daarna getoetst aan een feitelijke voorwaarde: het publiek toegankelijke lokaal moet er werkelijk zijn. Zo'n inrichtingsbeslissing levert bewijs in een kwalificatiediscussie, maar verandert het regime niet uit zichzelf: daarvoor is een gewijzigde afspraak of voldoende duidelijke toestemming nodig, en gedogen is dat niet. Een webshop die op een bedrijventerrein een afhaalbalie opent, kan jaren later in een ander regime blijken te zitten dan het contract suggereert. Bij gecombineerd gebruik is eerst de vraag of de activiteiten samen één 290-bedrijf vormen en of het gehuurde splitsbaar is; pas bij werkelijk gemengd en niet-splitsbaar gebruik telt het zwaartepunt van het gebruik.
Een clausule die afdeling 6 buiten toepassing verklaart, houdt in beginsel geen stand: artikel 7:291 BW verbiedt afwijking ten nadele van de huurder, tenzij de rechter het beding heeft goedgekeurd, en die goedkeuring wordt alleen gegeven als de rechten van de huurder niet wezenlijk worden aangetast of zijn maatschappelijke positie de bescherming overbodig maakt. Andersom besliste de Hoge Raad op 6 maart 2026 dat partijen afdeling 7.4.6 BW juist wel van toepassing kunnen verklaren op een ruimte die niet onder artikel 7:290 lid 2 BW valt. De bestemmingsclausule is daarom de bepaling waar de werkelijke ruimte zit. Welk van de twee ROZ-modellen is gebruikt, kiest het regime niet — bestemming, partijbedoeling en inrichting blijven beslissend — maar het model weegt in de uitleg wel zwaar mee. Dit artikel zet de wettelijke criteria naast elkaar, laat zien hoe de kwalificatie met het gebruik kan meebewegen, en geeft zeven vragen om vóór een verlenging of een opzegging langs de eigen huurovereenkomst te leggen.
De Cyberbeveiligingswet en het bijbehorende Cyberbeveiligingsbesluit gelden sinds 15 augustus 2026. Voor de meeste ondernemers begint deze wet niet met een brief van een toezichthouder, maar met een vragenlijst van een klant. Een softwarebureau van veertien man valt zelf niet onder de Cyberbeveiligingswet en krijgt toch elf pagina's aan vragen over back-ups, toegangsbeheer en onderaannemers, plus een addendum bij het bestaande onderhoudscontract. Zo bereikt deze regelgeving het mkb: via het contract van iemand anders. De ondernemer die zo'n vragenlijst krijgt, staat daarmee voor een contractenvraag in plaats van een technische.
Staatsblad 2026, 189 bevat geen wettekst maar een algemene maatregel van bestuur die de open normen van de wet invult. Artikel 35 laat wet en besluit samen op 15 augustus 2026 in werking treden, waarbij bewust is afgeweken van de vaste verandermomenten omdat het om implementatie van de Europese NIS2-richtlijn gaat. In de toelichting staat één zin die veel bestuurders zullen willen aanstrepen: het besluit voorziet niet in overgangsrecht. Geen wettelijke ingroeiperiode en geen apart regime voor kleinere entiteiten die net binnen de reikwijdte vallen. Het geraadpleegde mkb-panel heeft om zo'n ingroeiperiode gevraagd en die niet gekregen.
Artikel 10 van het besluit verplicht de entiteiten waarop het van toepassing is tot schriftelijk beleid over de beveiliging van hun toeleveringsketen, en tot periodieke toetsing van hun rechtstreekse leveranciers en dienstverleners. Artikel 4 zondert daarbij elf typen entiteiten uit, waaronder aanbieders van cloudcomputingdiensten en van beheerde diensten, omdat voor hen een Europese uitvoeringsverordening rechtstreeks geldt. Het woord "rechtstreekse" doet vervolgens het werk: de toetsplicht stopt bij de partijen waarmee de entiteit zelf een contract heeft. Verder de keten in reikt zij alleen als partijen dat contractueel doorleggen. De toelichting bakent de reikwijdte af met een voorbeeld dat blijft hangen: de leverancier van potloden valt erbuiten, de softwareleverancier valt er wel binnen.
De toelichting noemt zelf de instrumenten waarmee entiteiten aan hun toetsplicht voldoen: certificering, clausules in leveringsovereenkomsten, heronderhandeling, een aanvullend contract of overstappen naar een andere partij. Dit stuk publiekrecht wordt in de praktijk dus vooral een golf van contractwijzigingen. Het artikel behandelt vier punten die u moet nakijken voordat u tekent, waaronder de garantiebepaling die u laat verklaren dat u aan een wet voldoet die aan u, als u zelf geen entiteit bent, helemaal geen eisen stelt, en sluit af met vijf stappen die een mkb-bedrijf deze week zelf kan zetten.