Uw prototype uitlenen aan een afnemer of distributeur: wat artikel 3 Wet bescherming bedrijfsgeheimen toestaat aan demontage en reverse engineering, en wat uw NDA daarom moet regelen

Een motorenbouwer uit Helmond leent drie prototypes van een nieuwe middenmotor voor elektrische bakfietsen uit aan een fietsfabrikant die de motor wil testen. Beide partijen tekenen een standaard-NDA over "vertrouwelijke informatie". De motoren komen terug, één behuizing is geopend geweest, en een half jaar later brengt de fabrikant een eigen motor uit met een vergelijkbare tandwieloverbrenging. Kan de motorenbouwer iets doen? De gebruiksbeperking in de NDA kan concurrerend gebruik al in de weg staan, afhankelijk van de uitleg van het contract. Veel sterker staat hij met een bepaling die in veel NDA's ontbreekt: een verbod op demontage en reverse engineering.

Wat de Wet bescherming bedrijfsgeheimen toestaat

De Wet bescherming bedrijfsgeheimen geldt sinds 23 oktober 2018. Artikel 3 lid 1 sub b bepaalt dat het verkrijgen van een bedrijfsgeheim door observatie, onderzoek, demontage of testen van een product niet onrechtmatig is als de verwerver het product rechtmatig bezit en niet gebonden is aan een rechtsgeldige verplichting om dat verkrijgen te beperken. Wie een prototype netjes in bruikleen heeft gekregen zonder contractueel verbod, mag het dus openschroeven en opmeten. Of hij die kennis daarna voor een eigen product mag gebruiken, hangt af van de gebruiksbeperking in de NDA. Ook een onafhankelijk eigen ontwerp is toegestaan.

Wat uw NDA daarom moet regelen

Een NDA die alleen over verstrekte informatie gaat, dekt het fysieke product vaak niet. Een demontageverbod is een rechtsgeldige beperking van het verkrijgen, waardoor de uitzondering van artikel 3 niet meer opgaat. Voor het gebruik daarna geldt artikel 2 lid 2 Wbb: gebruik van een bedrijfsgeheim is onrechtmatig bij inbreuk op een geheimhoudingsovereenkomst of op een contractuele beperking van het gebruik. Een helder verbod op openen, demonteren, scannen en analyseren, gecombineerd met de afspraak dat het prototype uw eigendom blijft, een vaste teruggavedatum en een boete per overtreding, geeft de rechter iets om op te bouwen. Bij een voorlopig verbod onder artikel 5 en de maatregelen van artikel 6 Wbb weegt de rechter bovendien mee welke maatregelen de houder zelf nam.

Octrooi en het moment van tonen

Wie de techniek wil octrooieren, moet ook op artikel 4 Rijksoctrooiwet 1995 letten. Wat vóór de aanvraag openbaar toegankelijk is gemaakt, ook door toepassing, behoort tot de stand van de techniek. Een prototype zonder geheimhoudingsafspraak meegeven kan de nieuwheid van een latere aanvraag schaden. In het artikel vindt u zes bepalingen voor een evaluatieovereenkomst bij een prototype.

Read more

Contractuele boete matigen onder artikel 6:94 BW: de arresten Intrahof/Bart Smit van 27 april 2007 en Turan/Easystaff van 16 februari 2018, en hoe u uw boetebeding daarop schrijft

Een uitzendbureau sloot een exclusiviteitsovereenkomst met een payrollorganisatie, met een boete van 20.000 euro per overtreding en 5.000 euro per dag. Na overtredingen van nog geen drie maanden vorderde het 1.230.000 euro; het hof wees 21.150 euro toe bij een vastgestelde schade van 5.906,25 euro, en de Hoge Raad liet dat op 16 februari 2018 in stand (Turan/Easystaff). Dit artikel legt uit wat artikel 6:91 tot en met 6:94 BW over het boetebeding regelen, welke maatstaf de Hoge Raad op 27 april 2007 in Intrahof/Bart Smit gaf voor matiging van een contractuele boete, en welke keuzes u bij een boetebeding in een NDA, exclusiviteitsafspraak, leveringscontract of huurovereenkomst maakt om een matigingsverweer zo weinig mogelijk aanknopingspunten te geven.

Wat de wet regelt en wat u niet kunt wegcontracteren

De boete treedt volgens artikel 6:92 lid 2 BW in de plaats van de wettelijke schadevergoeding, tenzij het beding anders zegt; de boete is niet verschuldigd als de tekortkoming niet toerekenbaar is; en voor het opeisen geldt dezelfde aanmaningseis als voor schadevergoeding, tenzij partijen de boete direct opeisbaar maken. Artikel 6:94 lid 1 BW laat de rechter matigen als de billijkheid dat klaarblijkelijk eist, nooit tot onder de wettelijke schadevergoeding, en lid 3 verklaart ieder beding dat die bevoegdheid uitsluit nietig.

De maatstaf van 2007 en de vijf omstandigheden van 2018

In Intrahof/Bart Smit had het hof een huurboete van ruim 100.000 euro gematigd alleen omdat zij ver boven de wettelijke rente uitkwam. De Hoge Raad vernietigde dat: matiging mag pas als toepassing van het beding tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt, en de rechter weegt daarbij ook de aard van de overeenkomst, de inhoud en strekking van het beding en de omstandigheden waaronder het is ingeroepen. In Turan/Easystaff bleef de matiging juist overeind, omdat het hof vijf omstandigheden in samenhang had gewogen: de schuldeiser had het beding opgesteld en het bedrag bepaald zonder onderhandeling, Protec had niet toegelicht waarop de hoge boetebedragen waren gebaseerd, de boete stond in geen verhouding tot de schade, het ging om enkele incidenten aan het begin van de relatie, en de beboete handelingen hadden niet tot verlies van klanten geleid. Die vijf omstandigheden zijn een voorbeeld van wat meeweegt, geen uitputtende lijst.

Zeven onderdelen van een boetebeding, afgeleid uit beide arresten

Uit beide arresten volgt een checklist voor uw boetebeding: verschillende bedragen voor verschillende overtredingen in plaats van één eenheidsboete, een herleidbaar bedrag met een vastgelegde onderbouwing, een dagboete met een plafond, bewijs dat over het beding is onderhandeld, een uitdrukkelijke keuze tussen boete en schadevergoeding, een duidelijke regeling van opeisbaarheid en aanmaning, en een afbakening van overmacht. Wie zelf een boete gepresenteerd krijgt, loopt dezelfde zeven punten in omgekeerde richting langs. Met de contractscan van JAVB ziet u waar uw eigen beding op deze punten kwetsbaar is.

Read more

AI-tools op de werkvloer en de derde eis van artikel 1 Wbb: welke maatregelen uw bedrijfsgeheim in stand houden

Een accountmanager plakt op dinsdagmiddag de calculatie van vorig jaar, de inkoopprijzen van drie toeleveranciers en een conceptofferte in een gratis chatbot, om te laten controleren of de opbouw klopt. Er wordt niets geforceerd en niets meegenomen. Een jaar later gaat dezelfde afnemer met een concurrent in zee die opvallend dicht bij die prijsopbouw zit, en dan begint het onderzoek bij de eigen onderneming: was die calculatie op dat moment nog een bedrijfsgeheim?

Artikel 1 Wbb stelt drie eisen, en de derde gaat over uw eigen gedrag

De Wet bescherming bedrijfsgeheimen van 17 oktober 2018, in werking op 23 oktober 2018 ter uitvoering van Richtlijn (EU) 2016/943, noemt drie cumulatieve voorwaarden. De informatie moet geheim zijn, zij moet handelswaarde bezitten omdat zij geheim is, en zij moet door de rechtmatige houder zijn onderworpen aan redelijke maatregelen, gezien de omstandigheden, om haar geheim te houden. De eerste twee eisen zijn eigenschappen van de informatie. De derde is een redelijkheidstoets over uw eigen handelen: de rechter weegt het samenstel van maatregelen en hun feitelijke werking, gezien de omstandigheden. Eén ongeoorloofde invoer beëindigt de bescherming dus niet automatisch, al kan een patroon van ongecontroleerde verspreiding het samenstel wel onderuithalen. Daarin verschilt een bedrijfsgeheim van een octrooi of een merk, waar de aanspraak in een register vastligt en slordigheid overleeft; hier moet de houder de bescherming blijven onderhouden. De vergelijking met een preventieve garantie in een verzekeringspolis gaat maar ten dele op, en wijst vooral de richting waarin de bewijslast loopt: het gaat om wat er in de organisatie feitelijk gebeurde.

Waarom tools met kunstmatige intelligentie deze eis raken, en waar het in de voorwaarden zit

Wie een document in zo'n tool plakt, verplaatst het naar de infrastructuur van een derde partij. Vier variabelen lopen daarbij door elkaar: training op invoer, bewaartermijn, inzage door medewerkers van de aanbieder, en de contractuele bescherming. Elk daarvan is per product en per accounttype anders geregeld en verandert met enige regelmaat, dus de vuistregel dat gratis onveilig is en betaald veilig, houdt geen stand. Wat telt is welk product met welke instellingen is toegestaan en of dat op de gebruiksdatum is vastgelegd. In een geschil luidt het eerste verweer dat gevoelige documenten routinematig in publieke tools werden ingevoerd; slaagt dat, dan kan de zaak op de definitie eindigen.

Twee keer gewogen, en wat de arbeidsovereenkomst hierover kan regelen

Haalt u de drempel wel, dan kan de rechter op grond van artikel 5 en 6 Wbb staking bevelen, beslag toestaan en vernietiging of afgifte van bestanden gelasten. Artikel 7 lid 1 onderdeel b Wbb weegt daarbij opnieuw welke beschermingsmaatregelen zijn genomen. Intern volstaat vaak het instructierecht van artikel 7:660 BW: een gedateerde, aantoonbaar verstrekte lijst van toegestane tools. Bij het boetebeding gelden de strenge eisen van artikel 7:650 BW, met een weekmaximum en een maximum per afzonderlijke boete van een halve dag loon, en artikel 7:651 BW verbiedt om ter zake van hetzelfde feit zowel boete te heffen als schadevergoeding te vorderen. Het artikel sluit af met zes controles op het personeelsreglement, de arbeidsovereenkomsten en de NDA's die u zelf hebt getekend, en sluit aan op het eerdere stuk over de kennisclausule.

Read more

Wie had toegang tot het recept? NDA's, bedrijfsgeheimen en bewijs in het mkb

Wanneer informatie juridisch een geheim wordt

Een recept, prijsmatrix, klantenlijst of broncodebibliotheek heeft niet automatisch bescherming omdat een ondernemer het woord "vertrouwelijk" bovenaan zet. De Wet bescherming bedrijfsgeheimen kijkt naar drie samenhangende omstandigheden: de informatie is niet algemeen bekend of gemakkelijk toegankelijk, zij heeft handelswaarde omdat zij geheim is, en de rechthebbende heeft redelijke maatregelen genomen om haar geheim te houden. Dat maakt bescherming van bedrijfsgeheimen zichtbaar in gewone bedrijfsvoering. Wie toegang kreeg, waarom die toegang nodig was en hoe zij na vertrek werd ingetrokken, kan even belangrijk worden als de tekst van de overeenkomst.

De NDA en de toegangslijst horen bij elkaar

Een bruikbare NDA geeft informatie een bestemming. Zij benoemt het doel van de uitwisseling, de toegestane ontvangers, de grenzen aan gebruik en doorgifte, en wat er gebeurt met kopieën na afloop. Een investeerder, softwareleverancier en distributeur hoeven niet dezelfde gegevens te zien. Wanneer de clausule alle informatie eeuwig en zonder onderscheid geheim noemt, ontstaat schijnprecisie. De werkvloer heeft juist behoefte aan een begrijpelijke lijn tussen intern, vertrouwelijk en strikt beperkt, met passende gevolgen voor delen, downloaden en bewaren.

Daarom is toegangsbeheer ook juridisch bewijs. Een getekende overeenkomst verliest overtuigingskracht als oud-medewerkers nog maanden in de dealmap kunnen. Omgekeerd laat een streng systeem zonder duidelijke gebruiksafspraak ruimte voor discussie over wat een ontvanger met rechtmatig verkregen informatie mocht doen. De sterkste positie ontstaat wanneer contract, projectmap, deelregister en exitprocedure hetzelfde verhaal vertellen. Voor leveranciers telt bovendien de keten: onderaannemers moeten onder vergelijkbare beperkingen vallen en verwijdering moet verder reiken dan de hoofdaannemer.

Vier kolommen maken het dossier leesbaar

Een compact dossier koppelt ieder informatieobject aan zijn commerciële waarde, de toegestane ontvangers en het gebruiksdoel, plus de maatregel die daarvan bewijs levert. Dat kan een NDA-versie zijn, een toegangslog, een register van gedeelde bestanden of een verwijderverklaring. Zo wordt de abstracte aanduiding "vertrouwelijk" een beslismodel dat ook tijdens een overname, leverancierswissel of personeelsvertrek leesbaar blijft. Een gerichte JAVB-contractscan kan vervolgens beoordelen of definitie, gebruiksdoel, doorgifte, eigendom van verbeteringen en exitprocedure bij de feitelijke informatiestroom passen. De kwaliteit zit in de aansluiting tussen NDA en toegangsbeheer, omdat precies daar de juridische grens later moet kunnen worden bewezen.

Read more

Quantum Technologie & Recht

Quantumcomputers halen het nieuws met records die abstract blijven — maar één gevolg hoort nu al op de directietafel: data die vandaag veilig versleuteld zijn, kunnen later alsnog op straat liggen. Kwaadwillenden onderscheppen versleutelde gegevens nú om ze te ontsleutelen zodra de techniek dat toelaat. De vraag is dus niet wanneer de machine komt, maar hoe lang uw geheimen mee moeten. Voor ondernemers, IT-verantwoordelijken en inkopers in het mkb.

De vertrouwelijkheidshorizon

De vuistregel: alles wat langer geheim moet blijven dan de verwachte komst van krachtige quantummachines, verdient nu aandacht — bedrijfsgeheimen en R&D, langlopende contracten en geschillendossiers, medische en financiële persoonsgegevens, en al het intellectueel eigendom dat u versleuteld deelt met partners.

Wat u vandaag contractueel regelt

De techniek is aan specialisten, de levensduur van afspraken aan de jurist: een crypto-agility-clausule in IT-contracten (standaarden vervangbaar zonder herbouw of meerkosten), de voorbereidingsvraag in elke RFP en verwerkersovereenkomst, geheimhoudingsbedingen waarvan de beveiliging meegroeit met de belofte — en dataminimalisatie, de saaiste maatregel die het zekerst werkt.

Geen paniek, wel planning

De internationale standaardisatie van quantumbestendige cryptografie loopt; "quantumveilige" verkooppraatjes verdienen terughoudendheid, aantoonbare voorbereiding verdient een plek in uw contracten. Hoe u inkoopcontracten sowieso scherp houdt, leest u op onze pagina over contracten controleren.

Read more