Een accountmanager plakt op dinsdagmiddag de calculatie van vorig jaar, de inkoopprijzen van drie toeleveranciers en een conceptofferte in een gratis chatbot, om te laten controleren of de opbouw klopt. Er wordt niets geforceerd en niets meegenomen. Een jaar later gaat dezelfde afnemer met een concurrent in zee die opvallend dicht bij die prijsopbouw zit, en dan begint het onderzoek bij de eigen onderneming: was die calculatie op dat moment nog een bedrijfsgeheim?
Artikel 1 Wbb stelt drie eisen, en de derde gaat over uw eigen gedrag
De Wet bescherming bedrijfsgeheimen van 17 oktober 2018, in werking op 23 oktober 2018 ter uitvoering van Richtlijn (EU) 2016/943, noemt drie cumulatieve voorwaarden. De informatie moet geheim zijn, zij moet handelswaarde bezitten omdat zij geheim is, en zij moet door de rechtmatige houder zijn onderworpen aan redelijke maatregelen, gezien de omstandigheden, om haar geheim te houden. De eerste twee eisen zijn eigenschappen van de informatie. De derde is een redelijkheidstoets over uw eigen handelen: de rechter weegt het samenstel van maatregelen en hun feitelijke werking, gezien de omstandigheden. Eén ongeoorloofde invoer beëindigt de bescherming dus niet automatisch, al kan een patroon van ongecontroleerde verspreiding het samenstel wel onderuithalen. Daarin verschilt een bedrijfsgeheim van een octrooi of een merk, waar de aanspraak in een register vastligt en slordigheid overleeft; hier moet de houder de bescherming blijven onderhouden. De vergelijking met een preventieve garantie in een verzekeringspolis gaat maar ten dele op, en wijst vooral de richting waarin de bewijslast loopt: het gaat om wat er in de organisatie feitelijk gebeurde.
Waarom tools met kunstmatige intelligentie deze eis raken, en waar het in de voorwaarden zit
Wie een document in zo'n tool plakt, verplaatst het naar de infrastructuur van een derde partij. Vier variabelen lopen daarbij door elkaar: training op invoer, bewaartermijn, inzage door medewerkers van de aanbieder, en de contractuele bescherming. Elk daarvan is per product en per accounttype anders geregeld en verandert met enige regelmaat, dus de vuistregel dat gratis onveilig is en betaald veilig, houdt geen stand. Wat telt is welk product met welke instellingen is toegestaan en of dat op de gebruiksdatum is vastgelegd. In een geschil luidt het eerste verweer dat gevoelige documenten routinematig in publieke tools werden ingevoerd; slaagt dat, dan kan de zaak op de definitie eindigen.
Twee keer gewogen, en wat de arbeidsovereenkomst hierover kan regelen
Haalt u de drempel wel, dan kan de rechter op grond van artikel 5 en 6 Wbb staking bevelen, beslag toestaan en vernietiging of afgifte van bestanden gelasten. Artikel 7 lid 1 onderdeel b Wbb weegt daarbij opnieuw welke beschermingsmaatregelen zijn genomen. Intern volstaat vaak het instructierecht van artikel 7:660 BW: een gedateerde, aantoonbaar verstrekte lijst van toegestane tools. Bij het boetebeding gelden de strenge eisen van artikel 7:650 BW, met een weekmaximum en een maximum per afzonderlijke boete van een halve dag loon, en artikel 7:651 BW verbiedt om ter zake van hetzelfde feit zowel boete te heffen als schadevergoeding te vorderen. Het artikel sluit af met zes controles op het personeelsreglement, de arbeidsovereenkomsten en de NDA's die u zelf hebt getekend, en sluit aan op het eerdere stuk over de kennisclausule.
Read more