Een toeleverancier van roestvaststalen leidingwerk stuurt op maandagochtend een offerte per e-mail. Onder de prijsregels staat dat op alle aanbiedingen zijn algemene voorwaarden van toepassing zijn, te vinden op zijn website. De klant, een installatiebedrijf, antwoordt woensdag met een inkooporder uit zijn eigen pakket. Onderaan die order staat dat inkoop uitsluitend geschiedt onder de eigen inkoopvoorwaarden, die als PDF meegaan. Er wordt geleverd, er wordt betaald, en niemand kijkt er verder naar. Zeven maanden later scheurt een las, staat er een claim van 180.000 euro op tafel, en blijkt de uitkomst af te hangen van twee vragen die in maart al beslist waren: welke set voorwaarden hoort bij deze overeenkomst, en of de partij die zich erop beroept ze op tijd heeft afgegeven.

Die twee vragen staan los van elkaar. De eerste gaat over toepasselijkheid en volgt het gewone aanbod-en-aanvaardingsrecht. De tweede gaat over de informatieplicht van de gebruiker en kan een beding vernietigbaar maken terwijl het wel van toepassing is. Ondernemers behandelen ze als één vraag, en dat kost in de praktijk het exoneratiebeding waar de calculatie op rustte.
Twee sets voorwaarden in één dossier: de offerte van de leverancier en de inkooporder van de klant
Algemene voorwaarden worden onderdeel van de overeenkomst langs dezelfde weg als elk ander beding: een verklaring en een gerechtvaardigd vertrouwen daarop. De inhoud hoeft de wederpartij niet te kennen. Artikel 6:232 BW zegt met zoveel woorden dat zij ook gebonden is als de gebruiker begreep of moest begrijpen dat zij die inhoud niet kende. Een verwijzing die zij redelijkerwijs heeft moeten begrijpen, brengt de set dus binnen.
Het probleem ontstaat wanneer beide partijen dat doen. In het voorbeeld verwijst de offerte naar leveringsvoorwaarden en de inkooporder naar inkoopvoorwaarden, en die twee spreken elkaar tegen op precies de punten die er bij een geschil toe doen: aansprakelijkheidsplafond, garantietermijn, klachttermijn, eigendomsvoorbehoud, forum- en rechtskeuze. Er ontstaat geen middenweg. Het Nederlandse recht kiest een winnaar, en het criterium is de volgorde van de documenten.
Artikel 6:225 lid 3 BW: de tweede verwijzing werkt niet, tenzij zij de eerste uitdrukkelijk van de hand wijst
Artikel 6:225 lid 3 BW regelt het geval waarin aanbod en aanvaarding naar verschillende algemene voorwaarden verwijzen. Aan de tweede verwijzing komt dan geen werking toe, tenzij daarbij de toepasselijkheid van de eerste set uitdrukkelijk van de hand wordt gewezen. Nederland volgt daarmee de first-shot-regel: wie het eerst verwijst, wint, en de tegenpartij doorbreekt dat alleen met een expliciete afwijzing in het document waarmee zij aanvaardt.
Dat legt het zwaartepunt bij iets wat zelden juridisch wordt beheerd: de volgorde waarin uw verkoop- en inkoopproces documenten verstuurt. De offerte gaat meestal eerst de deur uit, dus de leverancier heeft standaard de betere positie. Koopt u in, dan verandert die verhouding zodra u zelf de eerste stap zet met een aanvraag of raamorder waarin uw voorwaarden staan. In een organisatie die haar inkoop via een ERP-pakket doet, ligt die keuze vast in de inrichting van een documentsjabloon, en die inrichting is meestal ooit door een implementatieconsultant gedaan.
De afwijzing moet bovendien duidelijk zijn. Een zin die zelf verstopt zit in de algemene voorwaarden waarvan de toepasselijkheid nog moet worden vastgesteld, is een zwakke plek in het dossier. Zet de van-de-handwijzing zichtbaar in het orderdocument zelf, boven de handtekeningregel, in gewone taal: de toepasselijkheid van uw algemene voorwaarden wordt hierbij uitdrukkelijk van de hand gewezen.
Wat de Hoge Raad op 11 februari 2011 besliste in First Data/Attingo: de wederpartij hoeft de voorwaarden niet zelf op internet op te zoeken
Is de toepasselijkheid eenmaal rond, dan begint de tweede vraag. Op grond van artikel 6:233 sub b BW is een beding vernietigbaar als de gebruiker de wederpartij geen redelijke mogelijkheid heeft geboden om van de voorwaarden kennis te nemen. In HR 11 februari 2011 (First Data/Attingo, ECLI:NL:HR:2011:BO7108) oordeelde de Hoge Raad dat het niet volstaat om de wederpartij naar het internet te verwijzen om zelf de toepasselijke voorwaarden op te zoeken. Uit het stelsel van artikel 6:234 BW volgt dat de gebruiker het initiatief tot bekendmaking moet nemen, en wel zo dat voor de wederpartij duidelijk is welke voorwaarden gelden en dat zij daarvan eenvoudig kennis kan nemen.
De offerte uit het voorbeeld sneuvelt op die maatstaf. Zij verwees naar een website zonder de voorwaarden mee te sturen of naar de juiste versie door te linken, dus moest de klant zelf gaan zoeken. Wat de leverancier overhoudt, is een set die van toepassing is maar waarvan de zware bedingen op verzoek van de klant onderuit kunnen. Het aansprakelijkheidsplafond verdwijnt dan uit het dossier terwijl de rest van de overeenkomst overeind blijft.
Artikel 6:234 lid 2 BW: wanneer een meegestuurde PDF of een directe deeplink voldoet en een algemene websiteverwijzing tekortschiet
Artikel 6:234 BW werkt de norm uit. Bij een overeenkomst die langs elektronische weg tot stand komt, mag de terhandstelling elektronisch, mits de voorwaarden voor of bij het sluiten beschikbaar worden gesteld op een wijze die opslaan en later raadplegen mogelijk maakt. Komt de overeenkomst niet langs elektronische weg tot stand, dan mag die route alleen met instemming van de wederpartij. Alleen als terhandstelling redelijkerwijs onmogelijk is, blijft de terugvaloptie over: bekendmaken waar de voorwaarden ter inzage liggen of zijn gedeponeerd, met toezending op verzoek.
Praktisch betekent dat het volgende. Een PDF die als bijlage bij de offerte meegaat, voldoet. Een directe link naar de geldende versie kan bij een langs elektronische weg gesloten overeenkomst eveneens voldoen, zolang die link naar de juiste set wijst en de wederpartij het bestand kan opslaan en later opnieuw kan raadplegen. Een algemene verwijzing in de e-mailhandtekening naar een homepage of een voorwaardenpagina waar de lezer zelf de juiste set moet uitzoeken, haalt die maatstaf niet. Een verwijzing naar een depot bij de Kamer van Koophandel of de rechtbank redt het bij een e-mailorder evenmin, omdat meesturen gewoon mogelijk was. Wie een jaar later moet aantonen welke versie in de bijlage zat, heeft aan een archief van verzonden berichten meer dan aan een verklaring achteraf; dezelfde bewijspositie speelt bij de vraag wat een e-mail juridisch heeft veiliggesteld.
Artikel 6:235 BW en HR 1 oktober 1999: welke wederpartij dit verweer helemaal niet heeft
Het vernietigingsrecht is niet voor iedereen. Artikel 6:235 lid 1 BW sluit het beroep op de artikelen 6:233 en 6:234 BW uit voor twee omschreven categorieën, en dat wordt beoordeeld naar het tijdstip waarop de overeenkomst werd gesloten: de rechtspersoon als bedoeld in artikel 2:360 BW die op dat moment laatstelijk zijn jaarrekening openbaar had gemaakt of op wie toen artikel 2:403 lid 1 BW was toegepast, en de partij bij wie op dat moment vijftig of meer personen werkzaam waren, dan wel bij wie dat aantal bleek uit een opgave krachtens de Handelsregisterwet 2007. Een onderneming die pas later publiceert of doorgroeit, valt er dus niet met terugwerkende kracht in. Lid 3 sluit het beroep ook uit voor de partij die meermalen dezelfde of nagenoeg dezelfde algemene voorwaarden in haar eigen overeenkomsten gebruikt. Die uitsluiting wordt in de rechtspraak beperkt uitgelegd. Dat u zelf voorwaarden hanteert, is op zichzelf niet genoeg, en ook niet dat beide sets een aansprakelijkheidsbeperking bevatten: het gaat om het gebruik van dezelfde of nagenoeg dezelfde voorwaarden als de set die tegen u wordt ingeroepen. Zo verwierp Hof Amsterdam op 11 oktober 2016 het beroep op lid 3 omdat beide partijen enkel een exoneratie in hun voorwaarden hadden staan, en Hof 's-Hertogenbosch op 20 oktober 2020 toetste het langs dezelfde lijn. Buiten die gevallen blijft artikel 6:225 lid 3 BW hoe dan ook overeind, want toepasselijkheid staat buiten afdeling 6.5.3.
Ook zonder die uitsluitingen kan het verweer stranden. In HR 1 oktober 1999 (Geurtzen/Kampstaal, ECLI:NL:HR:1999:ZC2977) aanvaardde de Hoge Raad dat een beroep op vernietigbaarheid naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar kan zijn, onder meer wanneer de wederpartij bij het sluiten met het beding bekend was of geacht kon worden daarmee bekend te zijn. Bij partijen die al jaren op dezelfde voorwaarden zaken doen, is dat een reële uitkomst. Handelt u met een leverancier buiten Nederland, dan verschuift het speelveld nog verder. Artikel 6:247 lid 2 BW verklaart afdeling 6.5.3 niet van toepassing op een overeenkomst tussen partijen die handelen in de uitoefening van beroep of bedrijf wanneer de wederpartij niet in Nederland is gevestigd. Gaat het om internationale koop van roerende zaken en is het Verdrag der Verenigde Naties inzake internationale koopovereenkomsten betreffende roerende zaken (Wenen, 1980) van toepassing en niet contractueel uitgesloten, dan bepaalt artikel 19 van dat verdrag wanneer een aanvaarding met afwijkende voorwaarden nog aanvaarding is. Uw Nederlandse reflex over de eerste verwijzing gaat de grens niet zonder meer over.
Zes controles op uw eigen orderstroom
Bij een geschil komt het aan op welke tekst als eerste de deur uit ging en of hij compleet is meegestuurd. Zes controles, in de volgorde waarin ze aan bod komen:
- Wie verstuurt het eerste document? Loop uw drie grootste klant- en leveranciersrelaties na en stel vast wie in de praktijk begint met offerte, aanvraag of raamorder.
- Staat de van-de-handwijzing in het document zelf? Zichtbaar op de order of de opdrachtbevestiging, op de plek waar iemand hem leest, in plaats van in artikel 1 van uw eigen voorwaarden.
- Gaat de PDF altijd mee? Controleer het sjabloon in uw offerte- of ERP-pakket in plaats van de instructie aan de verkoopafdeling.
- Klopt de versie? Eén geldende versie, met datum, en een vindplaats van elke eerdere versie voor lopende contracten.
- Bewaart u het verzonden bericht met bijlage? Bewaren zolang de relatie loopt en daarna zolang er nog een vordering kan komen. Een vordering tot nakoming van een verbintenis uit overeenkomst verjaart vijf jaar na de dag waarop zij opeisbaar is geworden (artikel 3:307 BW), een vordering tot schadevergoeding vijf jaar nadat de benadeelde bekend is met de schade en de aansprakelijke persoon, met twintig jaar na de schadeveroorzakende gebeurtenis als uiterste grens (artikel 3:310 BW), en gegevens die tot uw fiscale administratie behoren, houdt u zeven jaar (artikel 52 lid 4 AWR). Houd de langste termijn aan die op het dossier van toepassing is.
- Sluiten uw voorwaarden aan op uw feitelijke positie? Een eigendomsvoorbehoud in uw voorwaarden werkt alleen als de administratie de geleverde zaken later nog kan aanwijzen, zoals eerder aan de orde kwam bij eigendomsvoorbehoud en voorraadbewijs.
Op het moment dat een geschil ontstaat, ligt het dossier er al. De contractscan legt uw eigen voorwaarden naast de inkoopvoorwaarden van uw grootste afnemer en markeert waar de twee sets botsen en welke verwijzing in uw sjablonen ontbreekt. Wat er in maart precies is verstuurd, staat alleen in uw eigen map met verzonden items.
Wetteksten geraadpleegd via wetten.overheid.nl op 31 augustus 2026, in de geldende versie van Boek 6 BW van 16 juli 2026. Uitspraken via uitspraken.rechtspraak.nl.