Sinds 15 augustus bereikt de zorgplicht u via de contracten van uw klanten

De Cyberbeveiligingswet en het bijbehorende Cyberbeveiligingsbesluit gelden sinds 15 augustus 2026. Voor de meeste ondernemers begint deze wet niet met een brief van een toezichthouder, maar met een vragenlijst van een klant. Een softwarebureau van veertien man valt zelf niet onder de Cyberbeveiligingswet en krijgt toch elf pagina's aan vragen over back-ups, toegangsbeheer en onderaannemers, plus een addendum bij het bestaande onderhoudscontract. Zo bereikt deze regelgeving het mkb: via het contract van iemand anders. De ondernemer die zo'n vragenlijst krijgt, staat daarmee voor een contractenvraag in plaats van een technische.

Wat er precies is gaan gelden

Staatsblad 2026, 189 bevat geen wettekst maar een algemene maatregel van bestuur die de open normen van de wet invult. Artikel 35 laat wet en besluit samen op 15 augustus 2026 in werking treden, waarbij bewust is afgeweken van de vaste verandermomenten omdat het om implementatie van de Europese NIS2-richtlijn gaat. In de toelichting staat één zin die veel bestuurders zullen willen aanstrepen: het besluit voorziet niet in overgangsrecht. Geen wettelijke ingroeiperiode en geen apart regime voor kleinere entiteiten die net binnen de reikwijdte vallen. Het geraadpleegde mkb-panel heeft om zo'n ingroeiperiode gevraagd en die niet gekregen.

De plicht die u bereikt zonder dat u eronder valt

Artikel 10 van het besluit verplicht de entiteiten waarop het van toepassing is tot schriftelijk beleid over de beveiliging van hun toeleveringsketen, en tot periodieke toetsing van hun rechtstreekse leveranciers en dienstverleners. Artikel 4 zondert daarbij elf typen entiteiten uit, waaronder aanbieders van cloudcomputingdiensten en van beheerde diensten, omdat voor hen een Europese uitvoeringsverordening rechtstreeks geldt. Het woord "rechtstreekse" doet vervolgens het werk: de toetsplicht stopt bij de partijen waarmee de entiteit zelf een contract heeft. Verder de keten in reikt zij alleen als partijen dat contractueel doorleggen. De toelichting bakent de reikwijdte af met een voorbeeld dat blijft hangen: de leverancier van potloden valt erbuiten, de softwareleverancier valt er wel binnen.

Wat dit betekent voor uw voorwaarden

De toelichting noemt zelf de instrumenten waarmee entiteiten aan hun toetsplicht voldoen: certificering, clausules in leveringsovereenkomsten, heronderhandeling, een aanvullend contract of overstappen naar een andere partij. Dit stuk publiekrecht wordt in de praktijk dus vooral een golf van contractwijzigingen. Het artikel behandelt vier punten die u moet nakijken voordat u tekent, waaronder de garantiebepaling die u laat verklaren dat u aan een wet voldoet die aan u, als u zelf geen entiteit bent, helemaal geen eisen stelt, en sluit af met vijf stappen die een mkb-bedrijf deze week zelf kan zetten.

Read more

De kennisclausule: wat uw leverancier na de opdracht mag meenemen

Achterin de huisvoorwaarden van een dienstverlener kan een bepaling van twee regels staan: de opdrachtnemer mag de bij de uitvoering van de overeenkomst opgedane kennis ook voor andere doeleinden gebruiken, zolang daarbij geen strikt vertrouwelijke informatie van de opdrachtgever bij derden terechtkomt. Zij wordt zelden onderhandeld en bijna nooit gelezen, en zij regelt de waardevolste opbrengst van een opdracht: het begrip van hoe uw onderneming werkt. De gangbare branchestandaard kent haar niet — de NLdigital Voorwaarden van 2025 bevatten geen bepaling over hergebruik van opgedane kennis — waardoor zij vooral opduikt in de eigen voorwaarden van een individuele leverancier. Wie drie jaar lang een softwarehuis, een ingenieursbureau of een dataconsultant meekijkt in calculatie, planning en klantpatronen, geeft precies datgene prijs waar deze kennisclausule in algemene voorwaarden over gaat.

Waarom de wet u hier niet redt

Bij auteursrecht op ontwerp of code weet u waar u staat: het recht ontstaat bij de maker en gaat pas over bij akte. Werkwijzen, calculatieregels en inkoopstrategie kennen zo'n absoluut recht niet. Zij kunnen wel als bedrijfsgeheim worden beschermd, mits aan drie cumulatieve kenmerken is voldaan, en binnen die bescherming weegt zwaar wat partijen zelf hebben afgesproken. De Wet bescherming bedrijfsgeheimen stelt drie cumulatieve eisen — de informatie is geheim, zij heeft handelswaarde omdat zij geheim is, en u nam er redelijke maatregelen toe. Een kennisclausule snijdt geen van die eisen automatisch af; zij geeft de leverancier een contractuele grondslag voor het overeengekomen gebruik en weegt mee bij de beoordeling van uw geheimhoudingsmaatregelen. Of gebruik vervolgens onrechtmatig is, hangt mede af van toestemming en van schending van een contractuele gebruiksbeperking. Hoever de clausule reikt, is een uitleg- en reikwijdtevraag. Daar komt de toepasselijkheidsvraag bovenop. Wie zijn eigen inkoopvoorwaarden onder aan de bestelbon zet zonder de voorwaarden van de wederpartij uitdrukkelijk van de hand te wijzen, wint de botsing van voorwaardensets niet.

Wat er sinds de komst van AI is verschoven

De bepaling is geschreven voor een adviseur die iets onthield. Zijn geheugen was begrensd, gebonden aan één persoon, en verdween grotendeels bij een baanwissel. Bij een moderne dienstverlener kan dezelfde opgedane kennis achterblijven in een verfijnd model, een promptbibliotheek of een intern sjabloon: niet gebonden aan de mensen die bij u aan tafel zaten, niet aan te wijzen in één document, en zichtbaar als output waarvan de herkomst zich slecht laat reconstrueren. Voor persoonsgegevens kan de clausule de verwerking niet zelfstandig legitimeren — een verwerker verwerkt uitsluitend op gedocumenteerde instructie, behoudens een wettelijke verplichting, en rol, grondslag en doelbinding volgen uit de feiten en uit de AVG. Voor de overige knowhow houdt het beding wel betekenis, binnen zijn uitgelegde reikwijdte.

Waar u het verschil maakt

Het gaat om drie concrete plekken in uw leverancierscontract: de definitie van strikt vertrouwelijk, de vraag of de uitzondering ook intern hergebruik verbiedt, en de rangorde tussen geheimhoudingsovereenkomst, verwerkersovereenkomst en algemene voorwaarden. Dit artikel loopt die plekken langs met acht vragen die u vóór de opdrachtbevestiging kunt stellen, met de smalle routes die overblijven wanneer de handtekening er al staat, en met het verlengingsmoment als het punt waarop een aanvullende afspraak over hergebruik nog goedkoop is.

Read more

Betaald, geleverd, en toch niet van u

Neem een situatie die zich in wisselende gedaanten steeds herhaalt. Een ondernemer verkoopt zijn bedrijf en krijgt in het boekenonderzoek een vraag waarop niemand zich had voorbereid: waar staat eigenlijk dat het logo, de website en de productfotografie van de vennootschap zijn? Er liggen offertes, een opdrachtbevestiging en betaalde facturen van het ontwerpbureau. Verder niets. Het bureau bevestigt vriendelijk dat het auteursrecht bij hen ligt, en juridisch heeft het gelijk. De koopprijs zakt of een deel ervan gaat in escrow. Dat is geen ongelukkige uitzondering, maar de standaarduitkomst van de Auteurswet zodra partijen over rechten niets hebben vastgelegd: het recht ontstaat bij de maker en blijft daar, hoeveel facturen er ook zijn voldaan.

Schriftelijke overeenkomst, en voor de overdracht ook een akte

De wet stelt twee eisen naast elkaar. De overeenkomst waarin auteursrecht wordt overgedragen of een exclusieve licentie wordt verleend, moet schriftelijk worden aangegaan, en voor de overdracht komt daar een levering bij akte overheen. Een losse e-mail waarin staat dat alles van u is, haalt die drempel in beginsel niet. Draagt de maker zelf over, dan gaan alleen de bevoegdheden mee die uitdrukkelijk zijn genoemd of noodzakelijkerwijs uit de overeenkomst voortvloeien. Voor werknemers geldt een uitzondering: wat zij in hun functie maken, komt behoudens afwijkende afspraak van meet af aan bij de werkgever terecht. Voor zzp’ers, bureaus en hun toeleveranciers geldt die regel niet, en een bureau kan bovendien alleen overdragen wat het zelf van zijn eigen mensen heeft verkregen.

Wat u zonder overdracht wél heeft

Zonder overdracht houdt u meestal een gebruiksrecht voor het doel waarvoor u de opdracht gaf: de huisstijl om mee te ondernemen, de foto’s voor de webshop, de site om online te staan. Hoe ver dat recht reikt, is een kwestie van uitleg; exclusiviteit levert het zelden op, ruimte om het werk te verbouwen botst op de persoonlijkheidsrechten van de maker, en of het meegaat bij een overname of herstructurering staat allerminst vast. Daarnaast volgen het merk en de domeinnaam de registratie, volgen hosting en codeopslag het account, en blijven bewerkbare bronbestanden, lettertypen en stockbeeld vaak bij het bureau achter.

Acht punten vóór de eerste factuur

Het artikel zet de wettelijke regels naast de dagelijkse praktijk van ontwerp, code en fotografie, en sluit af met een checklist van acht afspraken die in de opdrachtbevestiging horen: de schriftelijke overdracht met akte, de opsomming van bevoegdheden, de rechtenketen en vrijwaring, persoonlijkheidsrechten, bronbestanden en licenties, registraties en accounts, de koppeling aan betaling, en de portfoliobepaling. Voor werk dat al is opgeleverd volgt een herstelroute, inclusief de momenten waarop uw onderhandelingspositie vanzelf weer sterker wordt.

Read more

Er winkelt een agent in uw webshop

Op 4 augustus 2026 vernietigde het Amerikaanse hof van beroep voor het Ninth Circuit de voorlopige voorziening die Amazon had verkregen tegen Perplexity's browserassistent. Op dit dossier, zo oordeelde het hof, verkreeg de gebruiker zelf toegang tot Amazons systemen; de Amerikaanse anti-hackwet richt zich op personen, en de assistent was hun gereedschap. Het hof onderstreepte de beperkte reikwijdte van zijn beslissing, de zaak loopt door, en toch haalde de uitspraak wereldwijd de vakpers. De onderliggende vraag ligt namelijk ook op het bord van elke Nederlandse ondernemer met een webshop of klantportaal. AI-agenten die op instructie van een klant prijzen vergelijken, formulieren invullen en bestellingen afrekenen, zijn technisch gewoon bezoekers; juridisch dwingen ze u opnieuw na te denken over de vraag met wie u eigenlijk contracteert.

Wie is gebonden als een agent bestelt?

Naar Nederlands recht is het antwoord geruststellend nuchter. Een agent is zelf geen rechtssubject en wordt geen partij; de bestelling kan worden toegerekend aan de gebruiker die hem inzette, een mens of een rechtspersoon, en de koop komt dan gewoon tot stand door aanbod en aanvaarding. Dat geldt ook omgekeerd: laat uw eigen medewerker een inkooporder door een assistent plaatsen, dan kan die order uw bedrijf binden. De echte werkvragen zitten een laag dieper: gelden uw algemene voorwaarden wanneer een machine ze te zien krijgt, houdt uw beroep op een kennelijke prijsfout stand tegen een agent die in minuten tientallen exemplaren bestelt, en kunt u achteraf bewijzen wat de bezoeker in uw bestelflow getoond kreeg?

Spelregels stelt u aan de balie

Het artikel loopt de Amerikaanse uitspraak langs en vertaalt haar naar de Nederlandse praktijk: de terhandstellingsplicht bij elektronisch contracteren, de botbepaling waarmee u geautomatiseerd gebruik toestaat, weert of kanaliseert, de prijsfoutclausule en de logging die uw bewijspositie draagt.

Vijf vragen voor uw eigen flow

Een beslisschema van vijf vragen helpt u uw webshop of portaal agent-klaar te maken, van de voorwaardenversie in de bestelflow tot interne afspraken over wie bij u een agent mag laten inkopen. Zo bepaalt u zelf de spelregels voordat de eerste agent-bestelling tussen de ochtendorders zit.

Read more

Het lek is vijf jaar oud, uw leverancierscontract ook

Vijf jaar stil, in dagen leeggehaald

Eind juli 2026 waarschuwde hardwarefabrikant Coinkite voor een zwakte in zijn Coldcard-apparaten. In diezelfde dagen werden getroffen wallets leeggehaald: één veegactie van ongeveer 41 minuten kostte gebruikers circa 70 miljoen dollar, en begin augustus stond de teller volgens Galaxy Research op ongeveer 1.755 bitcoin uit zo'n 5.000 wallets, terwijl het incident nog liep. Het onderliggende gebrek zat sinds maart 2021 in de firmware: een bouwfout zorgde ervoor dat ongemerkt een zwakke reserveversie van de sleutelgenerator werd meegeleverd. Vijf jaar lang werkte alles ogenschijnlijk normaal. Voor ondernemers die software of apparatuur inkopen raakt dit incident direct aan de eigen inkooppraktijk. Een beveiligingsgebrek in geleverde software kan naar Nederlands recht een tekortkoming opleveren, en de vraag wie de schade draagt wordt in belangrijke mate beslist door het contract dat u jaren eerder tekende.

De patch is het begin, het contract bepaalt de rest

De firmware-update van de fabrikant repareert de generator, maar een sleutel die onder de fout is aangemaakt blijft zwak, zelfs na overzetting naar een ander apparaat; alleen extra eigen invoer bij het aanmaken of een sterke passphrase beperkte volgens de fabrikant het risico, en die laatste herstelt de sleutel zelf niet. Herstel omvat hier dus heruitgifte, migratie, onderzoek en notificatie, en juist die kostbare nasleep valt in veel leverancierscontracten buiten de herstelverplichting. Wie de risicoverdeling wil begrijpen, kijkt naar de definitie van herstel, naar meldtermijnen en naar de exoneratieclausule in de algemene voorwaarden, die gevolgschade vrijwel altijd uitsluit en tussen ondernemingen vaak standhoudt, afhankelijk van onder meer totstandkoming, uitleg en de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid. Precies daar valt aan de voorkant het meest te winnen.

AI maakt het venster kleiner

De waarschuwing en de veegacties vielen in dezelfde dagen, en de fabrikant vermoedt, zonder bewijs vooralsnog, dat de aanvaller AI gebruikte om het lek te vinden. Opmerkelijker is dat zijn eigen AI-controle van dezelfde code weken eerder niets vond. Eén AI-scan zegt dus weinig, als aanvalswapen noch als zorgvuldigheidsverweer. IBM telde in 2026 dat een op de vier kwaadaardige inbreuken AI-ondersteund was, ruim de helft meer dan een jaar eerder. De bijdrage vertaalt dit incident naar de Nederlandse inkooppraktijk en geeft vijf concrete contractvragen over meldplichten, hersteltermijnen, aansprakelijkheid en bewijs, zodat u weet wie de rekening krijgt wanneer een oud gebrek plots actueel wordt.

Read more

De boze e-mail die uw vordering niet veiligstelt

De eerste mail bepaalt meer dan de toon

Een zakelijke klant schrijft dat een installatie “zo niet werkt” en vraagt de leverancier snel terug te komen. De mail legt onvrede vast, maar laat open welk gebrek is ontdekt, welk herstel wordt verlangd en wanneer dat herstel klaar moet zijn. Maanden later kan precies die vaagheid het geschil beheersen. Een tijdige klacht bij gebrekkige prestatie moet herkenbaar aansluiten op de opdracht en op het concrete probleem. Een teleurgestelde reactie of informeel serviceticket is daarvoor niet altijd genoeg.

Artikel 6:89 BW kent geen vaste algemene klachttermijn voor ondernemers. De aard van de prestatie, de deskundigheid van partijen, de mogelijkheid van onderzoek en het nadeel voor de leverancier wegen mee. De Hoge Raad benadrukte in Van de Steeg/Rabobank dat alle omstandigheden tellen. Ondernemers kunnen daardoor niet veilig aannemen dat twee weken altijd tijdig is of dat enkele maanden altijd te laat is. Vroeg melden, technisch bewijs bewaren en aanvullende bevindingen aankondigen geeft het dossier meer houvast.

Klacht en hersteltermijn hebben elk een taak

Met een klacht protesteert de klant tegen de geleverde prestatie. Een ingebrekestelling doet ander werk: zij benoemt wat de leverancier alsnog moet uitvoeren, stelt daarvoor een redelijke termijn en maakt duidelijk dat verder uitblijven gevolgen heeft. Artikel 6:82 BW geeft daarvoor de hoofdroute. Soms treedt verzuim zonder ingebrekestelling in, maar een herstelbare prestatie verdient meestal een ondubbelzinnige herstelvraag met een haalbare einddatum. “Graag spoedig oplossen” kan commerciële vaart tonen en toch juridisch te weinig richting geven.

Ook verjaring loopt op een eigen spoor. Voor rechtsvorderingen tot nakoming verlangt artikel 3:317 lid 1 BW een schriftelijke mededeling waaruit duidelijk blijkt dat de schuldeiser zijn recht op nakoming voorbehoudt. De wederpartij moet na lezing rekening houden met een aanspraak en bewijs blijven bewaren. Voor andere rechtsvorderingen geldt lid 2. Wie bijvoorbeeld ontbinding via een rechtsvordering wil bewaren, moet een schriftelijke aanmaning binnen zes maanden laten volgen door een daad van rechtsvervolging. Een klachtmail heeft dus alleen stuitende werking wanneer tekst én vervolg bij de soort aanspraak passen.

Eén bericht kan drie functies dragen

Een ondernemer hoeft niet automatisch drie afzonderlijke brieven te sturen. Eén goed opgebouwd bericht kan protest, hersteltermijn en rechtenvoorbehoud combineren. De functies moeten wel los van elkaar te herkennen zijn. Noem de overeenkomst, het gebrek en de ontdekking; beschrijf daarna het verlangde herstel met een redelijke datum; leg ten slotte vast welke rechten en vorderingen worden gehandhaafd. Verstuur de mail via het contractueel afgesproken kanaal en bewaar ontvangst, bijlagen en vervolgreacties.

Contractvoorwaarden verdienen daarbij aandacht. Korte klachttermijnen, exclusieve notice-adressen, servicetickets en vervalbedingen kunnen naast elkaar bestaan en botsen met de dagelijkse werkwijze. Een contractcheck van klachttermijnen en remedies maakt zulke verschillen zichtbaar voordat een projectmail een juridisch noodverband moet worden. De JAVB contractscan kan overeenkomst en algemene voorwaarden naast elkaar lezen op termijnen, adressen, herstelprocedures en aansprakelijkheidsclausules. Een bestaand geschil vraagt daarnaast om beoordeling van de volledige feiten en correspondentie.

Read more

Uw aanbetaling staat niet apart

Een aanbetaling krijgt geen eigen kluis

Een mkb-bedrijf bestelt een maatwerkmachine en betaalt veertig procent bij opdracht. Wanneer de leverancier vóór levering failliet gaat, blijken de factuur en het bankafschrift vooral bewijs van betaling. Het geld stond op de gewone rekening van de leverancier en is gebruikt in de bedrijfsvoering. Zonder aanvullende zekerheid vormt een zakelijke aanbetaling geen afgescheiden pot en geeft zij de afnemer niet vanzelf voorrang op andere schuldeisers.

De overeenkomst verdwijnt bij faillissement niet automatisch. Artikel 37 Faillissementswet geeft, wanneer beide partijen een wederkerige overeenkomst nog niet volledig hebben uitgevoerd, een route om de curator schriftelijk binnen een redelijke termijn te laten verklaren of de boedel zal nakomen. Kiest de curator voor nakoming, dan moet hij zekerheid stellen. Blijft die keuze uit, dan kan de afnemer met een geldvordering achterblijven. Vorderingen die samenhangen met ontbinding en schade komen volgens artikel 37a in beginsel als concurrente vorderingen in het faillissement terecht. De opbrengst en wachttijd zijn dan onzeker.

Betaling en eigendom lopen uiteen

Betaling maakt de afnemer ook niet zonder meer eigenaar van materialen of een half afgemonteerde machine. Eigendomsoverdracht heeft eigen vereisten. Bij maatwerk zijn onderdelen soms nog niet ingekocht, onvoldoende geïndividualiseerd of al verwerkt in een groter geheel. Een losse zin dat “al het betaalde eigendom van opdrachtgever is” kan daarom tekortschieten. De overeenkomst moet aansluiten op de werkplaats: welke delen zijn voor deze klant bestemd, waar liggen ze, hoe zijn ze gemarkeerd en welke rechten kunnen leveranciers van onderdelen uitoefenen?

Dat is de spiegel van eigendomsvoorbehoud. Daar beschermt de verkoper zich tegen een koper die niet betaalt. Bij vooruitbetaling heeft de koper zijn geld al afgestaan. Zijn bescherming zit in een heldere eigendomsketen, controleerbare voortgang en een route om goederen of geld terug te krijgen wanneer de productie stopt.

Laat geld in stappen vrijkomen

Een goed betaalschema koppelt tranches aan objectieve gebeurtenissen: een definitief ontwerp, ontvangen hoofdcomponenten, een geslaagde fabriekstest, levering of acceptatie. Het contract benoemt ook welk document de mijlpaal bewijst, hoe lang de afnemer voor controle heeft en wat er bij afkeur gebeurt. Daarmee wordt productieplanning een juridisch vrijgavemechanisme.

Voor bedragen die al vroeg nodig zijn, kan een vooruitbetalingsgarantie, escrowregeling, draagkrachtige concerngarantie of passende kredietverzekering bescherming geven. Looptijd, claimvoorwaarden en uitsluitingen moeten wel samenvallen met de leveringsplanning. Een garantie die twee weken vóór de uitgestelde fabriekstest eindigt, biedt op het beslissende moment weinig comfort.

De JAVB contractscan kan offerte, betaalschema en leveranciersvoorwaarden naast elkaar analyseren op ongedekte vooruitbetaling, vage mijlpalen, ontbrekende inspectierechten, botsende vervaldata en onduidelijke eigendomsafspraken. Bij hoge voorschotten of concrete financiële problemen blijft de feitelijke goederen- en insolventiepositie bepalend. De betaalroute moet daarom worden ontworpen voordat het eerste voorschot de rekening verlaat.

Read more

Als de BV leent en de bestuurder meetekent

Twee handtekeningen, twee rechtsverhoudingen

Een BV kan een lening aangaan zonder dat haar bestuurder de schuld automatisch privé draagt. Dat verandert wanneer de bestuurder een afzonderlijke borgakte of medeondertekening tekent. Artikel 7:850 BW behandelt borgtocht als de verbintenis van een borg tegenover de schuldeiser voor de schuld van een derde, de hoofdschuldenaar. De bank of leverancier krijgt daarmee naast de BV een extra verhaalsmogelijkheid. De persoonlijke borgtocht verdient daarom een eigen lezing, los van rente, aflossing en de zakelijke reden voor de financiering.

De borgtocht blijft verbonden met de hoofdschuld. Dat bepaalt onder meer welke verweermiddelen de borg kan voeren en hoe toekomstige verplichtingen moeten zijn omschreven. Bij een rekening-courant of doorlopend krediet is vooral de begrenzing belangrijk. Wanneer het bedrag nog niet vaststaat, verlangt de regeling voor particuliere borgtocht een overeengekomen maximumbedrag in geld. Lening, algemene kredietvoorwaarden en borgakte moeten samen laten zien welke trekkingen, rente en kosten onder de zekerheid vallen.

Bestuurder zijn neemt de bescherming niet vanzelf weg

De wet omschrijft wanneer een natuurlijke persoon als particuliere borg geldt. Bij een bestuurder-aandeelhouder spelen de aandelenpositie en de vraag of de borgtocht is aangegaan ten behoeve van de normale bedrijfsuitoefening van de vennootschap. Een functietitel geeft dus nog geen volledig antwoord. Een gewone bedrijfsfinanciering, een uitzonderlijke overname en een reddingskrediet kunnen juridisch anders worden beoordeeld, ook als dezelfde bestuurder tekent.

Daarnaast kan artikel 1:88 BW toestemming van de echtgenoot of geregistreerde partner verlangen. Voor bepaalde bestuurder-aandeelhouders bestaat een uitzondering, maar ook die is gekoppeld aan de normale uitoefening van het bedrijf. Ontbrak toestemming terwijl zij wel nodig was, dan kan de andere echtgenoot de rechtshandeling op grond van artikel 1:89 BW vernietigen. De vraag naar toestemming van de echtgenoot hoort daarom vóór ondertekening bij het financieringsdossier, niet pas wanneer de BV achterloopt met betalen.

Lees de akte als een keten

Het etiket “borg”, “garant” of “hoofdelijk medeschuldenaar” volstaat niet. De inhoud bepaalt wanneer de schuldeiser mag aanspreken, hoe afhankelijk de verplichting van de BV-schuld is, welk bedrag geldt en welke wijzigingen automatisch doorwerken. Een bruikbare controle legt vier documenten naast elkaar: de hoofdlening, de borgakte, de vennootschapsstukken en een toestemmingsverklaring indien die vereist is. Ook het einde moet zichtbaar zijn. Vertrek als bestuurder, verkoop van aandelen of aflossing leidt niet onder iedere tekst vanzelf tot vrijgave.

De JAVB contractscan kan borgclausules en financieringsbijlagen als self-service clausuleanalyse controleren op een ontbrekend plafond, een te ruime schulddefinitie, onduidelijke duur en botsende aansprakelijkheidstekst. Aandelenverhoudingen, bedrijfsdoel en gezinsrechtelijke toestemming blijven feitelijke vragen. Zo wordt het tweede handtekeningvak beoordeeld op wat het doet: een specifieke contractuele brug van de BV-schuld naar mogelijk privéverhaal.

Read more

Eigendomsvoorbehoud begint bij het serienummer

De clausule moet de goederen kunnen vinden

Een leverancier kan op papier een degelijk eigendomsvoorbehoud hebben en bij betalingsproblemen toch vastlopen. Stel dat bij de afnemer drie identieke pompen staan. Twee zijn al ingebouwd, één ligt nog in het magazijn en de administratie noemt alleen “onderdelen”. Dan ontstaat een praktisch bewijsprobleem: welke pomp hoort bij de onbetaalde factuur en valt onder het voorbehoud?

Artikel 3:92 BW maakt het mogelijk de eigendom voor te behouden totdat de afgesproken prestatie is voldaan. De wet begrenst tegelijk welke vorderingen met deze constructie kunnen worden gedekt. Staat het beding in algemene voorwaarden, dan moet de leverancier bovendien kunnen aantonen dat de koper die voorwaarden tijdig kon raadplegen. Een factuurverwijzing na het sluiten van de overeenkomst kan te laat zijn. Offerte, orderbevestiging en voorwaarden horen daarom één herkenbaar contractueel spoor te vormen.

Voorraadadministratie krijgt juridische waarde

Terugname vraagt meer dan een clausule. De leverancier moet de nog aanwezige zaken kunnen aanwijzen. Serienummers zijn daarvoor sterk, maar batchcodes, typecodes, pakbonnen, afleverfoto's en magazijnlocaties kunnen samen hetzelfde werk doen. Goede voorraadidentificatie koppelt de fysieke zaak aan de order en vervolgens aan de openstaande factuur.

Daarmee wordt eigendomsvoorbehoud een gezamenlijk onderwerp voor verkoop, finance en logistiek. Het verkoopteam bewaart de geaccepteerde offerte, finance koppelt factuurregels aan leveringen en het magazijn registreert de daadwerkelijk verzonden objecten. De informatie hoeft niet in één softwarepakket te staan. Elk onderdeel moet wel naar dezelfde zaak verwijzen. Zodra goederen worden doorverkocht, verbruikt, vermengd of ingebouwd, kan terugname juridisch en feitelijk lastiger worden.

Vijf controles vóór er betalingsstress is

Een bruikbare controle volgt de reis van het product. Eerst: is het beding overeengekomen en zijn de voorwaarden aantoonbaar verstrekt? Daarna: past de reikwijdte bij artikel 3:92 BW? Vervolgens: verbinden order, pakbon en serienummer de zaak met de factuur? Ook de bestemming telt: mag de koper doorverkopen of verwerken, en wanneer meldt hij betalingsproblemen? Tot slot hoort vast te staan wie een terugname beoordeelt en welke inventaris daarbij beschikbaar is. Bij structureel kredietrisico kan een kortere betaaltermijn beter passen.

Deze volgorde voorkomt dat een sterke juridische tekst strandt bij de magazijndeur. Zij laat ook zien wanneer een andere maatregel beter past, zoals vooruitbetaling, een kortere betaaltermijn, kredietverzekering of aanvullende zekerheid. De JAVB contractscan analyseert als self-service clausuleanalyse het aangeleverde eigendomsvoorbehoud en de omringende bedingen en signaleert in algemene zin ontbrekende onderdelen; de feitelijke aansluiting met de eigen leveringsadministratie vraagt een aparte inventarisatie door de organisatie zelf. Zo wordt vroeg zichtbaar of de onderneming bij een openstaande factuur ook een aantoonbare zaak kan aanwijzen.

Bronnen geraadpleegd op 20 juli 2026: Burgerlijk Wetboek Boek 3, artikel 92, en Burgerlijk Wetboek Boek 6, artikelen 233 en 234. De concrete positie hangt af van de overeenkomst, goederenstroom en omstandigheden.

Read more

Transparantieverplichtingen AI Act: wat uw bedrijf moet melden — check het met de artikel 50-scan

De AI Act gaat óók over uw chatbot

Veel ondernemers denken bij de Europese AI-verordening aan techreuzen en hoog-risicosystemen. De transparantieverplichtingen uit artikel 50 gaan over iets veel gewoners: de chatbot op uw website, de AI-productfoto's in uw webshop, de gegenereerde campagnevideo. Vanaf 2 augustus 2026 moeten die toepassingen op de juiste plek vermelden wat ze zijn — geen conformiteitsbeoordeling, geen technisch dossier, wel de eis dat uw klant weet wanneer hij met AI praat en wanneer content kunstmatig is gemaakt. Voor het mkb is dit vooral een tekstklus met een deadline, en zoals altijd komt de verplichting via uw software en uw leverancierscontracten binnen.

Vier plichten, vertaald naar de mkb-praktijk

Het artikel loopt de vier meldplichten langs met concrete scenario's: de klantenservicebot die zich als digitale assistent voorstelt (in de interface, aan het begin van het gesprek — een verwijzing in de voorwaarden volstaat niet), de machineleesbare markering op gegenereerde content die uw eigen publicatieproces moet overleven, de informatieplicht bij emotieherkenning in ingekochte tools, en de vermelding bij deepfakes en AI-tekst met publieksinformatie. Boetes kunnen oplopen tot € 15 miljoen of drie procent van de jaaromzet, en realistischer dan de maximumboete is de klacht van een concurrent: publiek zichtbare teksten zijn het makkelijkste bewijs dat er bestaat. Ook de rolverdeling tussen aanbieder en gebruiker — en wat die betekent voor uw leverancierscontracten — komt aan bod.

Eén middag voorwerk, direct een dossier

De aanpak past op één A4: lijst uw zichtbare AI-toepassingen op, citeer wat er nu over AI wordt gezegd en vergelijk dat met de vier plichten. De AI Act artikel 50-scan automatiseert dat voorwerk: plak uw teksten in de scanner en ontvang per plicht wat er staat, wat ontbreekt en welke meldingstekst u kunt overnemen — met evidence-pack, self-service, voor € 119. Wie in juli zijn teksten kent, heeft in augustus geen project maar een routineklus — en een dossier dat zichzelf heeft opgebouwd, klaar voor elke vraag van een klant, platform of toezichthouder. Start met de AI Act artikel 50-scan.

Read more