Te laat geklaagd over een gebrekkige levering: de klachtplicht van artikel 7:23 en 6:89 BW en de arresten van de Hoge Raad van 29 juni 2007, 25 maart 2011 en 8 februari 2013 over bekwame tijd

Een groothandel ontvangt twintig pallets sinaasappels uit een koelwagen, tekent de vrachtbrief zonder opmerkingen en ontdekt op donderdag dat een deel van de vruchten bevroren is geweest. De inkoper belt de leverancier pas drie weken later. De leverancier antwoordt dat de klacht te laat komt. Of dat klopt, hangt af van de klachtplicht van artikel 7:23 BW bij koop en van artikel 6:89 BW bij een gebrekkige prestatie buiten koop, zoals dienstverlening.

Wat de wet vraagt van een zakelijke koper of opdrachtgever

Wie een gebrek niet binnen bekwame tijd meldt nadat hij het heeft ontdekt of redelijkerwijs had moeten ontdekken, verliest zijn rechten. Dat geldt voor ontbinding, schadevergoeding, herstel en vervanging tegelijk, ook als het gebrek vaststaat. Voor consumenten is een melding binnen twee maanden na ontdekking tijdig. Tussen bedrijven bestaat geen vaste termijn. Bij koop verjaart de vordering bovendien twee jaar na de kennisgeving.

Hoe de Hoge Raad de termijn invult in 2007, 2011 en 2013

Sinds het arrest van 29 juni 2007 moet de zakelijke koper eerst het onderzoek doen dat redelijkerwijs van hem mag worden verwacht en daarna binnen bekwame tijd melden wat hij vond. Op 25 maart 2011 voegde de Hoge Raad in een zaak over een verontreinigd tankstation toe dat een vaste termijn niet als uitgangspunt mag dienen, en dat een koper die op geruststellende mededelingen van de verkoper mag vertrouwen minder snel hoeft te onderzoeken. Op 8 februari 2013 maakte de Hoge Raad duidelijk dat ook het nadeel van de wederpartij meeweegt, zoals een slechtere bewijspositie of een gemiste kans om de schade te beperken.

In het artikel leest u hoe die drie arresten samen werken, waarom de sinaasappelgroothandel met een melding op donderdag en de uitlezing van de temperatuurlogger veel sterker had gestaan, en hoe een klachttermijn in algemene voorwaarden tussen bedrijven werkt. U vindt ook een praktisch schema voor het moment van ontvangst, de eerste dagen daarna, langer lopend onderzoek, de klacht zelf en de verjaring, plus de fouten die ondernemers na een gebrekkige levering het vaakst maken.

Read more

Contractuele boete matigen onder artikel 6:94 BW: de arresten Intrahof/Bart Smit van 27 april 2007 en Turan/Easystaff van 16 februari 2018, en hoe u uw boetebeding daarop schrijft

Een uitzendbureau sloot een exclusiviteitsovereenkomst met een payrollorganisatie, met een boete van 20.000 euro per overtreding en 5.000 euro per dag. Na overtredingen van nog geen drie maanden vorderde het 1.230.000 euro; het hof wees 21.150 euro toe bij een vastgestelde schade van 5.906,25 euro, en de Hoge Raad liet dat op 16 februari 2018 in stand (Turan/Easystaff). Dit artikel legt uit wat artikel 6:91 tot en met 6:94 BW over het boetebeding regelen, welke maatstaf de Hoge Raad op 27 april 2007 in Intrahof/Bart Smit gaf voor matiging van een contractuele boete, en welke keuzes u bij een boetebeding in een NDA, exclusiviteitsafspraak, leveringscontract of huurovereenkomst maakt om een matigingsverweer zo weinig mogelijk aanknopingspunten te geven.

Wat de wet regelt en wat u niet kunt wegcontracteren

De boete treedt volgens artikel 6:92 lid 2 BW in de plaats van de wettelijke schadevergoeding, tenzij het beding anders zegt; de boete is niet verschuldigd als de tekortkoming niet toerekenbaar is; en voor het opeisen geldt dezelfde aanmaningseis als voor schadevergoeding, tenzij partijen de boete direct opeisbaar maken. Artikel 6:94 lid 1 BW laat de rechter matigen als de billijkheid dat klaarblijkelijk eist, nooit tot onder de wettelijke schadevergoeding, en lid 3 verklaart ieder beding dat die bevoegdheid uitsluit nietig.

De maatstaf van 2007 en de vijf omstandigheden van 2018

In Intrahof/Bart Smit had het hof een huurboete van ruim 100.000 euro gematigd alleen omdat zij ver boven de wettelijke rente uitkwam. De Hoge Raad vernietigde dat: matiging mag pas als toepassing van het beding tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt, en de rechter weegt daarbij ook de aard van de overeenkomst, de inhoud en strekking van het beding en de omstandigheden waaronder het is ingeroepen. In Turan/Easystaff bleef de matiging juist overeind, omdat het hof vijf omstandigheden in samenhang had gewogen: de schuldeiser had het beding opgesteld en het bedrag bepaald zonder onderhandeling, Protec had niet toegelicht waarop de hoge boetebedragen waren gebaseerd, de boete stond in geen verhouding tot de schade, het ging om enkele incidenten aan het begin van de relatie, en de beboete handelingen hadden niet tot verlies van klanten geleid. Die vijf omstandigheden zijn een voorbeeld van wat meeweegt, geen uitputtende lijst.

Zeven onderdelen van een boetebeding, afgeleid uit beide arresten

Uit beide arresten volgt een checklist voor uw boetebeding: verschillende bedragen voor verschillende overtredingen in plaats van één eenheidsboete, een herleidbaar bedrag met een vastgelegde onderbouwing, een dagboete met een plafond, bewijs dat over het beding is onderhandeld, een uitdrukkelijke keuze tussen boete en schadevergoeding, een duidelijke regeling van opeisbaarheid en aanmaning, en een afbakening van overmacht. Wie zelf een boete gepresenteerd krijgt, loopt dezelfde zeven punten in omgekeerde richting langs. Met de contractscan van JAVB ziet u waar uw eigen beding op deze punten kwetsbaar is.

Read more