Uw leverancier beroept zich op overmacht en levert niet: wat artikel 6:75 BW, ontbinding onder artikel 6:265 BW en onvoorziene omstandigheden van artikel 6:258 BW voor u als koper betekenen

Een meubelmakerij in Eindhoven bestelt in mei een CNC-freesmachine van € 68.000 en betaalt 30 procent aan. Levering is afgesproken op 1 september, want in oktober begint de productie van het interieur voor een nieuw hotel. Eind augustus mailt de leverancier dat de spindels en aandrijvingen niet komen: bij zijn Italiaanse toeleverancier heeft een brand de productiehal stilgelegd. De leverancier beroept zich op overmacht, noemt "voorjaar 2027" als nieuwe datum en wijst elke schadeclaim af. De meubelmakerij moet nu een machine huren of het hotelproject deels uitbesteden. Het voorbeeld is fictief. De vraag wat een koper dan kan, speelt in iedere toeleveringsketen.

Groen gelakte portaalfrees met roestvrijstalen lineaire geleiders, kabelrups en een spindel met transparante stofkap die rondingen frest in een berkenmultiplex plaat, in een lichte meubelwerkplaats met hoge ramen en ochtendlicht

Het Burgerlijk Wetboek geeft op die vraag drie afzonderlijke antwoorden, en ondernemers halen ze vaak door elkaar. Of de leverancier schadevergoeding verschuldigd is, hangt af van toerekening. Of de koper van de koop af kan, hangt daar grotendeels niet van af. En of de rechter de afspraken aanpast omdat de wereld veranderde, is weer een derde vraag met een eigen, strenge maatstaf.


Wanneer een leverancier zich terecht op overmacht beroept: schuld en risico onder artikel 6:75 BW

Wie een verbintenis niet nakomt, moet volgens artikel 6:74 BW de schade vergoeden, tenzij de tekortkoming hem niet kan worden toegerekend. Artikel 6:75 BW zegt wanneer dat zo is: de tekortkoming is niet te wijten aan de schuld van de leverancier en komt ook niet krachtens wet, rechtshandeling of de in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening. Naast schuld telt dus ook de risicoverdeling. Een leverancier die niets te verwijten valt, draagt het risico toch wanneer het contract of de verkeersopvattingen het bij hem leggen.

Bij toeleveranciers werkt die laatste route meestal tegen de verkoper. Wie een machine verkoopt, kiest zelf waar hij de onderdelen inkoopt en kan dat risico spreiden, verzekeren of in zijn prijs verwerken. Daarom geldt in de regel dat het uitvallen van een eigen toeleverancier voor rekening van de verkoper komt. Een brand bij de Italiaanse fabriek maakt het beroep op overmacht dus nog niet geslaagd. De leverancier moet uitleggen waarom hij redelijkerwijs niet elders kon inkopen en waarom dit risico volgens het contract bij de koper ligt.


Wat de overmachtsclausule in de algemene voorwaarden van de leverancier verandert

Artikel 6:75 BW is regelend recht. Partijen mogen het risico anders verdelen, en veel leveranciers doen dat in hun algemene voorwaarden met een lange lijst: stakingen, transportproblemen, energietekorten en "tekortkomingen van toeleveranciers". Staat zo'n clausule in voorwaarden die geldig van toepassing zijn, dan kan de leverancier zich op de ruimere overmacht beroepen. Of dat lukt, hangt eerst af van de vraag of de voorwaarden goed zijn overeengekomen en ter hand gesteld; daarover schreven we eerder in ons artikel over algemene voorwaarden die alleen via een link op de website staan. Een zakelijke koper kan zo'n beding daarnaast onder artikel 6:233 BW aanvechten als het onredelijk bezwarend is, voor zover artikel 6:235 BW dat niet uitsluit. Die uitsluiting treft onder meer rechtspersonen die hun volledige jaarrekening openbaar hebben gemaakt en ondernemingen met vijftig of meer werknemers. Een kleine BV die alleen beperkte publicatiestukken deponeert, valt daar volgens rechtspraak niet zonder meer onder. Voor een kleinere meubelmakerij kan de toets dus beschikbaar blijven, mits geen uitsluiting van artikel 6:235 BW geldt, al slaagt zo'n beroep tussen professionele partijen niet snel.

Lees daarom ook wat de clausule over beëindiging zegt. Ook de wettelijke regels over ontbinding zijn regelend recht: een overmachtsbeding kan ontbinding uitsluiten, beperken of pas toestaan na een wachttermijn, bijvoorbeeld zestig dagen overmacht. Regelt de overeenkomst daar niets over, dan geldt de wettelijke hoofdregel hieronder.


Ontbinden ook bij overmacht: artikel 6:265 BW, verzuim en de fatale termijn van artikel 6:83 BW

Volgens artikel 6:265 lid 1 BW geeft elke tekortkoming de wederpartij de bevoegdheid de overeenkomst te ontbinden, tenzij de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis dat niet rechtvaardigt. Toerekenbaarheid is daarvoor geen voorwaarde. Bevat het contract geen afwijkende regeling, dan kan de meubelmakerij dus ook ontbinden als de leverancier gelijk krijgt over de overmacht. Ontbinding gaat buiten de rechter om, met een schriftelijke verklaring (artikel 6:267 BW), en verplicht de leverancier de aanbetaling terug te betalen (artikel 6:271 BW).

Lid 2 van artikel 6:265 voegt een voorwaarde toe. Kan de leverancier nog leveren, dan ontstaat de bevoegdheid tot ontbinding pas als hij in verzuim is. Verzuim vraagt meestal een ingebrekestelling met een redelijke termijn (artikel 6:82 BW); hoe een klacht zich daartoe verhoudt, staat in ons eerdere artikel over klacht, ingebrekestelling en stuiting. Een ingebrekestelling is niet nodig als een termijn voor de levering is bepaald en die verstrijkt, tenzij blijkt dat de termijn een andere strekking heeft (artikel 6:83 sub a BW). Veel algemene voorwaarden bepalen precies dat: "opgegeven levertermijnen zijn nooit fataal". Is de levering door de brand tijdelijk onmogelijk, dan is volgens lid 2 geen verzuim nodig. De tegenuitzondering van lid 1 blijft dan wel gelden: een korte vertraging rechtvaardigt niet altijd ontbinding. Een uitstel van zes maanden voor een machine die voor een concreet project is gekocht, weegt zwaarder.

Na het verstrijken van de leverdatum mag de koper ook de eigen betalingen opschorten die tegenover de levering staan, zoals een termijn die bij levering verschuldigd is. Dat opschortingsrecht van artikel 6:262 BW geldt alleen voor zover de tekortkoming het rechtvaardigt; een vooruitbetaling die al vóór de leverdatum opeisbaar was, valt er niet zonder meer onder. We bespraken deze regel eerder vanuit de positie van de leverancier in ons artikel over opschorting bij een niet-betalende klant.


Onvoorziene omstandigheden onder artikel 6:258 BW en het coronahuurarrest van de Hoge Raad van 24 december 2021

Soms beroept een leverancier zich op iets anders: hij kan wel leveren, maar alleen tegen een veel hogere inkoopprijs, en hij wil de prijs aanpassen. Daarvoor is artikel 6:258 BW bedoeld. De rechter kan de gevolgen van een overeenkomst wijzigen of haar ontbinden op grond van onvoorziene omstandigheden die zo zwaar wegen dat de wederpartij ongewijzigde instandhouding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet mag verwachten. Lid 2 sluit dit uit voor zover de omstandigheid voor rekening komt van wie zich erop beroept.

Rechters passen deze bepaling terughoudend toe. Het bekendste recente voorbeeld is de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad van 24 december 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1974) over horecahuur tijdens de coronamaatregelen. De Hoge Raad oordeelde dat die maatregelen een onvoorziene omstandigheid konden zijn voor huurders van bedrijfsruimte die voor hun omzet afhankelijk zijn van publiek. Bij huurovereenkomsten van vóór 15 maart 2020 moet worden aangenomen, behoudens concrete aanwijzingen voor het tegendeel, dat partijen die omstandigheid niet in hun afspraken hebben verdisconteerd. Of een omstandigheid in de overeenkomst is verdisconteerd, moet volgens de Hoge Raad door uitleg van de overeenkomst worden vastgesteld. Een stijging van grondstofprijzen in een sector waar prijzen altijd schommelen, haalt die drempel zelden. Een contract met een prijsherzieningsclausule laat zien dat partijen het risico juist hebben voorzien.


Vier vragen voor ondernemers die een machine of grote levering bestellen

  • Levertermijn: is de leverdatum in de offerte of orderbevestiging uitdrukkelijk een fatale termijn, of verklaren de voorwaarden van de leverancier alle termijnen tot streefdata?
  • Overmacht: welke gebeurtenissen rekent de overmachtsclausule tot overmacht, en vallen problemen bij toeleveranciers daaronder?
  • Uitweg: kunt u na een vaste periode van overmacht, bijvoorbeeld zestig dagen, de overeenkomst zonder kosten beëindigen en uw aanbetaling terugkrijgen?
  • Prijs: mag de leverancier de prijs tussentijds verhogen, en heeft u dan het recht de bestelling te annuleren?

De meubelmakerij uit het voorbeeld had die vragen moeten stellen toen de orderbevestiging binnenkwam. Achteraf blijft vooral de ontbinding over, met de aanbetaling terug en de kosten van een huurmachine als twistpunt.

Staat er binnenkort een bestelling van een machine, een installatie of een grote partij materiaal op de planning, laat de orderbevestiging en de algemene voorwaarden van uw leverancier dan gerust even door onze contractscan lopen. U ziet dan snel wat er over levertermijnen en overmacht is afgesproken, en u kunt nog bijsturen voordat u de aanbetaling overmaakt.

Bronnen: Burgerlijk Wetboek Boek 6, artikelen 6:74, 6:75, 6:82, 6:83, 6:233, 6:258, 6:262, 6:265, 6:267 en 6:271; Hoge Raad 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1974 (prejudiciële beslissing, huur bedrijfsruimte en coronamaatregelen). Bronnen geraadpleegd op 28 oktober 2026. Het voorbeeld van de meubelmakerij is fictief.