Uw offerte wordt na de geldigheidstermijn alsnog getekend: moet u leveren tegen de oude prijs? Verval, herroeping en te late aanvaarding onder artikel 6:219, 6:221 en 6:223 BW

Een installatiebedrijf uit Zwolle stuurt in juni een offerte voor een zonne-carport op het parkeerterrein van een distributiecentrum: 48 parkeerplaatsen onder een dak van zonnepanelen, voor € 84.000 exclusief btw. Onderaan staat "Deze offerte is geldig tot 31 juli 2026". De klant reageert niet. Op 20 oktober komt de offerte getekend terug, met de vraag wanneer de bouw kan beginnen. Staal en panelen zijn inmiddels ruim tien procent duurder, en de installateur vraagt zich af of hij voor de oude prijs moet bouwen. Het voorbeeld is fictief. De vraag komt in elke branche voor waarin offertes met een geldigheidstermijn worden verstuurd.

Gegalvaniseerde stalen kolom met oranje voet en uitkragende liggers die een dak van zonnepanelen dragen, een zonne-carport op een leeg parkeerterrein van een bedrijventerrein bij laagstaande ochtendzon

Het antwoord staat in afdeling 6.5.2 van het Burgerlijk Wetboek, de regels over aanbod en aanvaarding. Volgens artikel 6:217 lid 1 BW komt een overeenkomst tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan. Een offerte met een prijs, een omschrijving van het werk en een termijn is in de regel zo'n aanbod. De getekende offerte is dan de aanvaarding, die werkt zodra zij de installateur bereikt (artikel 3:37 lid 3 BW). Of die aanvaarding nog een overeenkomst oplevert, hangt af van het moment waarop zij binnenkomt en van wat er in de offerte stond.


Wat een geldigheidstermijn in uw offerte betekent onder artikel 6:219 en 6:221 BW

Artikel 6:219 lid 1 BW bepaalt dat een aanbod kan worden herroepen, tenzij het een termijn voor de aanvaarding inhoudt. Met de zin "geldig tot 31 juli" bindt de installateur zich dus tot die datum aan zijn prijs. Bereikt de getekende aanvaarding de installateur op 15 juli, dan komt de overeenkomst in beginsel tot stand, ook als de installateur intussen spijt heeft. Na 31 juli is het aanbod vervallen. Een handtekening van 20 oktober sluit dan geen overeenkomst meer. Zij geldt hooguit als een nieuw aanbod van de klant, dat de installateur kan aanvaarden of afwijzen.

Zonder termijn ligt het minder scherp. Artikel 6:221 lid 1 BW zegt dat een schriftelijk aanbod vervalt als het niet binnen een redelijke tijd wordt aanvaard. Hoe lang dat is, regelt de wet niet. Het hangt af van de omvang van de opdracht, van wat in de branche gebruikelijk is en van de prijsontwikkeling. Bij een carport waarvan de materiaalprijs per kwartaal beweegt, is vier maanden al snel te lang. Bij een vaste dienst met stabiele tarieven kan het langer zijn. Een ondernemer die de vraag "redelijke tijd" aan een rechter overlaat, neemt dus een risico dat hij met één datum in de offerte had kunnen vermijden. Volgens artikel 6:221 lid 2 BW vervalt een aanbod ook als de klant het verwerpt, bijvoorbeeld met de mededeling dat hij voor een andere installateur heeft gekozen.


Wat u moet doen als een klant te laat tekent: artikel 6:223 BW

Artikel 6:223 BW geeft de aanbieder twee dingen in handen. Volgens lid 1 kan hij een te late aanvaarding toch als tijdig laten gelden, mits hij dat onverwijld aan de klant meedeelt. Wil de installateur de opdracht ondanks de hogere kosten toch hebben, dan bevestigt hij dat meteen schriftelijk en is de overeenkomst gesloten tegen de prijs uit de offerte. Wil hij een nieuwe prijs, dan kan hij de handtekening laten voor wat zij is en een nieuwe offerte sturen.

Lid 2 is het artikel waar ondernemers zich op verkijken. Begrijpt de aanbieder, of had hij moeten begrijpen, dat het voor de klant niet duidelijk was dat hij te laat was, dan geldt de aanvaarding als tijdig. Dat is anders als de aanbieder onverwijld laat weten dat hij het aanbod als vervallen beschouwt. Denk aan een offerte met een onleesbare of tegenstrijdige termijn, of aan een klant die in september nog een vraag stelde en een inhoudelijk antwoord kreeg zonder opmerking over de verstreken datum. Wie dan weken zwijgt en pas reageert als de klant naar een startdatum vraagt, kan aan de oude prijs vastzitten. Een korte e-mail op de dag dat de handtekening binnenkomt, voorkomt dat. Een verklaring als deze werkt pas als zij de klant bereikt (artikel 3:37 lid 3 BW), dus een e-mail naar het adres waarmee de klant zelf communiceert, is het veiligst.


Een vrijblijvende offerte herroepen na aanvaarding

Veel algemene voorwaarden bevatten de zin "Al onze offertes zijn vrijblijvend". Artikel 6:219 lid 2 BW geeft daar een eigen regel voor. Een gewoon aanbod kan alleen worden herroepen zolang het niet is aanvaard en de klant nog geen aanvaarding heeft verzonden. Bevat het aanbod de mededeling dat het vrijblijvend is, dan kan de herroeping nog onverwijld na de aanvaarding plaatsvinden. Onverwijld betekent: zo snel als redelijkerwijs mogelijk nadat de aanvaarding binnenkomt. Wie een week later bedenkt dat de prijs te laag was, is in de regel te laat.

In de praktijk staan de geldigheidstermijn en het woord "vrijblijvend" vaak tegelijk in hetzelfde dossier: de termijn op de offerte, de vrijblijvendheid in de voorwaarden. Die twee bepalingen botsen. Volgens artikel 6:219 lid 1 BW maakt een termijn het aanbod onherroepelijk, terwijl lid 2 een vrijblijvend aanbod herroepelijk houdt. Welke uitleg wint, beoordeelt de rechter volgens de maatstaf uit het Haviltex-arrest van de Hoge Raad van 13 maart 1981: wat mochten partijen in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs van elkaar verwachten. Een klant die een offerte met een concrete einddatum ontvangt, mag er al snel op vertrouwen dat die datum betekenis heeft. Bovendien moeten de voorwaarden van toepassing zijn, en moet de klant in beginsel een redelijke mogelijkheid hebben gekregen om er kennis van te nemen; die regel en de uitzonderingen daarop behandelden we eerder in ons stuk over algemene voorwaarden die alleen via een link op de website staan.


Als de klant tekent met wijzigingen: artikel 6:225 BW

Soms komt de offerte terug met een doorgehaalde betalingstermijn of een handgeschreven opleverdatum. Artikel 6:225 lid 1 BW bepaalt dat een aanvaarding die van het aanbod afwijkt, geldt als een nieuw aanbod en als verwerping van het oorspronkelijke. Wijkt het antwoord slechts op ondergeschikte punten af, dan komt de overeenkomst volgens lid 2 toch tot stand op de voorwaarden van de klant, tenzij de aanbieder onverwijld bezwaar maakt. Een andere betaaltermijn of een vaste opleverdatum is voor een installateur zelden ondergeschikt. Verwijzen offerte en aanvaarding naar verschillende algemene voorwaarden, dan geldt artikel 6:225 lid 3 BW, dat we uitwerkten in het stuk over welke algemene voorwaarden gelden bij een order per e-mail.

Artikel 6:217 lid 2 BW maakt al deze regels aanvullend recht: zij gelden tenzij uit het aanbod zelf, een andere afspraak of een gewoonte iets anders voortvloeit. Een ondernemer kan in zijn offerte dus zelf vastleggen hoe en tot wanneer die kan worden aanvaard.


Vijf punten voor elke offerte die u verstuurt

  • Een einddatum: noem een concrete datum ("geldig tot en met 15 december 2026"), geen "30 dagen" zonder vertrekpunt.
  • Eén lijn over herroepelijkheid: gebruikt u een geldigheidstermijn, laat uw voorwaarden dan niet tegelijk alle offertes vrijblijvend noemen.
  • Prijsherziening: wilt u materiaalprijzen kunnen doorberekenen tussen ondertekening en uitvoering, leg dan in de offerte vast welke prijzen, welke index of bron en welk plafond gelden.
  • De wijze van aanvaarding: bepaal of een handtekening, een e-mail of een aanbetaling geldt als aanvaarding, en vanaf welk moment de levertermijn loopt.
  • Een vaste reactie op late handtekeningen: spreek intern af dat iemand dezelfde dag reageert met "wij houden de offerte aan" of "de offerte is vervallen, hierbij een nieuwe".

De installateur uit het voorbeeld is vrij. Zijn offerte had een heldere einddatum, de klant tekende ruim elf weken te laat en uit niets blijkt dat de klant mocht denken dat hij op tijd was. Een korte e-mail met een nieuwe offerte volstaat. Had hij geen datum genoemd, dan was het een discussie over redelijke tijd geworden. Had hij moeten begrijpen dat de klant zijn handtekening voor tijdig hield, bijvoorbeeld omdat hij in september nog inhoudelijk op de offerte had gereageerd, dan had artikel 6:223 lid 2 BW hem kunnen binden zolang hij niet onverwijld liet weten dat de offerte was vervallen. Voor de bijkomende vraag wanneer extra werk na ondertekening verschuldigd is, verwijzen we naar ons stuk over meerwerk zonder handtekening.

Wilt u weten hoe uw eigen offertesjabloon en algemene voorwaarden met termijnen, vrijblijvendheid en prijsherziening omgaan, laat ze dan gerust door onze contractscan lopen. U ziet dan snel of uw offerte en uw voorwaarden elkaar tegenspreken over de einddatum, de vrijblijvendheid of de prijs.

Bronnen: Burgerlijk Wetboek Boek 6, artikelen 6:217, 6:219, 6:221, 6:223 en 6:225; Burgerlijk Wetboek Boek 3, artikel 3:37; Hoge Raad 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158 (Haviltex). Bronnen geraadpleegd op 1 november 2026. Het voorbeeld van het installatiebedrijf is fictief.