Een installatiebedrijf stuurt in juni een offerte voor een zonne-carport van € 84.000, "geldig tot 31 juli 2026". De klant tekent op 20 oktober, als staal en zonnepanelen ruim tien procent duurder zijn geworden. Moet de installateur bouwen voor de oude prijs? Het voorbeeld is fictief, de vraag speelt in elke branche die met offertes werkt.
Geldigheidstermijn en redelijke tijd
Een offerte met prijs en omschrijving is in de regel een aanbod. Volgens artikel 6:219 lid 1 BW is een aanbod met een termijn voor aanvaarding onherroepelijk tot die datum. Na de einddatum is het vervallen. Een handtekening van 20 oktober sluit dan geen overeenkomst meer en geldt hooguit als nieuw aanbod van de klant. Staat er geen termijn in de offerte, dan vervalt een schriftelijk aanbod volgens artikel 6:221 lid 1 BW als het niet binnen een redelijke tijd wordt aanvaard. Hoe lang dat is, hangt af van de opdracht, de branche en de prijsontwikkeling.
Te late aanvaarding onder artikel 6:223 BW
De aanbieder kan een te late aanvaarding toch laten gelden als hij dat onverwijld meldt. Lid 2 werkt de andere kant op: begrijpt hij of moet hij begrijpen dat het voor de klant niet duidelijk was dat hij te laat was, dan geldt de aanvaarding als tijdig, tenzij hij onverwijld laat weten dat hij het aanbod als vervallen beschouwt. Wie weken zwijgt, kan dus aan de oude prijs vastzitten. Een korte e-mail op de dag dat de handtekening binnenkomt, voorkomt dat.
Vrijblijvende offertes en tegenstrijdige voorwaarden
Een vrijblijvend aanbod kan volgens artikel 6:219 lid 2 BW nog onverwijld na de aanvaarding worden herroepen. Staat er op de offerte een einddatum en in de algemene voorwaarden dat alle offertes vrijblijvend zijn, dan beslist de uitleg volgens de Haviltex-maatstaf. Het artikel behandelt ook aanvaarding met wijzigingen onder artikel 6:225 BW en geeft vijf punten voor elke offerte die u verstuurt.
Read more