Door JAVB Editor
Voor duizenden Nederlandse ondernemers veranderde er op 1 januari van dit jaar iets wezenlijks zonder dat er één nieuw wetsartikel werd aangenomen: sinds die datum geldt de Wet franchise óók volledig voor franchiseovereenkomsten die vóór 2021 zijn gesloten. De overgangsperiode van twee jaar is voorbij — en daarmee zijn bepalingen over goodwill, concurrentiebedingen en instemmingsrechten nu dwingend recht voor élke lopende formule, van de bakkersketen tot de sportschoolfranchise. Weet u zeker dat uw franchiseovereenkomst — als gever of als nemer — de toets doorstaat?
De franchiseovereenkomst: tegen vergoeding, op aangewezen wijze.
In dit artikel zetten we de Wet franchise praktisch op een rij: voor wie zij geldt, wat er sinds 1 januari 2023 voor bestaande contracten bij is gekomen, de informatieplichten en de standstill-periode vóór het tekenen, en de punten waarop wij in de praktijk de meeste fouten zien. Twijfelt u over uw eigen contract? Onze pagina over contracten beschrijft hoe wij daarnaar kijken. Geschreven voor franchisegevers, franchisenemers en iedereen die een formule bouwt of erin stapt. Dit is algemene, educatieve informatie en geen juridisch advies op maat.
Wat is franchise — en wie valt onder de wet?
De wet definieert de franchiseovereenkomst breed:
"De franchiseovereenkomst is de overeenkomst waarbij de franchisegever aan een franchisenemer tegen vergoeding het recht verleent en de verplichting oplegt om een franchiseformule op de door de franchisegever aangewezen wijze te exploiteren voor de productie of verkoop van goederen dan wel het verrichten van diensten." — artikel 7:911 lid 1 Burgerlijk Wetboek Boek 7
Let op het materiële karakter: het etiket op het contract doet er niet toe. Wie tegen vergoeding een formule (handelsnaam, huisstijl, knowhow, een voorgeschreven werkwijze) laat exploiteren, zit mogelijk in een franchiseverhouding — ook als het document "samenwerkingsovereenkomst", "licentie" of "dealercontract" heet. Voor in Nederland gevestigde franchisenemers is de wet bovendien dwingend recht (artikel 7:922 BW): afwijken ten nadele van de nemer kan niet — naar de letter van de wet "ongeacht het recht dat de franchiseovereenkomst beheerst".
Per 1 januari 2023 geldt de wet ook voor bestaande contracten.
Wat er per 1 januari 2023 bij kwam voor bestaande contracten
De Wet franchise trad op 1 januari 2021 in werking, maar drie kernonderdelen kregen voor bestaande overeenkomsten twee jaar respijt. Dat respijt is op — sinds 1 januari geldt voor álle franchiseovereenkomsten:
1. De goodwill-bepaling
De overeenkomst moet regelen hóe wordt vastgesteld of er goodwill in de onderneming van de franchisenemer zit, welk deel daarvan aan de nemer is toe te rekenen, en hoe die goodwill bij beëindiging aan de nemer wordt vergoed als de gever de zaak overneemt. Een contract dat hierover zwijgt, voldoet niet — en dat is sinds dit jaar geen schoonheidsfout meer maar een gebrek dat bij elke exit op tafel komt.
2. Het concurrentiebeding: maximaal één jaar, alleen het eigen gebied
Een non-concurrentiebeding na afloop is alleen nog geldig (artikel 7:920 BW) als het schriftelijk is, beperkt tot de goederen of diensten van de formule, onmisbaar is om de overgedragen knowhow te beschermen, maximaal één jaar duurt én niet verder reikt dan het gebied waarbinnen de nemer de formule mocht exploiteren. De jarenlange, landelijke verboden die in oudere contracten rondzwerven, zijn in die vorm niet langer houdbaar.
3. Het instemmingsrecht bij formulewijzigingen
Wil de gever de formule wijzigen of een afgeleide formule starten op een manier die de nemer geld kost (investeringen, fees, omzetderving boven een afgesproken drempel), dan is instemming nodig (artikel 7:921 BW) — van de meerderheid van de Nederlandse nemers of van elke geraakte nemer afzonderlijk. Contracten moeten die drempelwaarden benoemen; wie dat naliet, heeft feitelijk een drempel van nul — althans een sterk verhoogd risico dat élke kostenverhogende wijziging instemmingsplichtig blijkt.
Vóór het tekenen: informatieplicht en vier weken afkoelen
Voor nieuwe franchisenemers (en, behoudens de wettelijke uitzonderingen voor opvolgende overeenkomsten, bij verlengingen met gewijzigde voorwaarden) geldt sinds 2021 een streng voortraject (artikelen 7:913 en 7:914 BW). De gever verstrekt tijdig de relevante informatie — de concept-overeenkomst en bijlagen, de gevraagde vergoedingen en investeringen, financiële gegevens over de beoogde locatie of de formule, en informatie over overleg met de nemersvereniging. Daarna geldt een standstill van vier weken: in die periode mag de overeenkomst niet worden gesloten of gewijzigd ten nadele van de nemer, en mag de kandidaat niet tot betalingen of investeringen worden bewogen. De ratio is simpel: een formule-instap is voor veel nemers de grootste financiële beslissing van hun leven, en bezinning hoort vóór de handtekening. Voor gevers betekent het: richt het wervingsproces in op deze termijnen, want een overhaaste deal is een aanvechtbare deal. Wat er verder bij de start van een onderneming komt kijken, leest u in onze blog over het afdekken van risico's met algemene voorwaarden.
De fouten die wij in de praktijk het meest zien
"Wij zijn geen franchise." Dealerschappen, licentie- en samenwerkingsconstructies die materieel wél een formule tegen vergoeding voorschrijven — en dus onder de wet vallen, met alle dwingendrechtelijke gevolgen. Laat de kwalificatie toetsen vóór de wederpartij het doet.
Verouderde concurrentiebedingen die sinds 1 januari hun geldigheid (deels) verloren, maar nog steeds als drukmiddel worden ingezet.
Geen goodwill-mechanisme. Bij een overname door de gever ontstaat dan precies de waarderingsdiscussie die de wet wilde voorkomen.
Ontbrekende drempelwaarden voor het instemmingsrecht, waardoor elke formule-aanpassing een onderhandelingsronde wordt.
Vennootschapsstructuur vergeten. Wie als vof of persoonlijk tekent, draagt persoonlijke risico's die met een passende rechtsvorm beheersbaar waren geweest — zie ook onze blog over het vof-contract opstellen of beëindigen.
Veelgestelde vragen
Mijn franchisecontract stamt uit 2018 en is nooit aangepast. Is het nu ongeldig?
Niet als geheel — maar de onderdelen die met de wet botsen (zoals een te ruim concurrentiebeding) zijn niet langer afdwingbaar, en het ontbreken van de verplichte goodwill- en drempelbepalingen geeft discussiestof bij elke wijziging of exit. Een contract-update is geen luxe maar achterstallig onderhoud.
Geldt de wet ook voor mijn buitenlandse franchisegever?
Voor in Nederland gevestigde franchisenemers is de wet dwingend recht; een buitenlandse rechtskeuze zet die bescherming niet opzij.
Wat als de gever de vierwekentermijn niet respecteerde?
Dan kan de overeenkomst (of het beding) wegens strijd met dwingend recht worden vernietigd — een vernietiging die wel actief moet worden ingeroepen, buitengerechtelijk of via de rechter, en waarvan de gevolgen per casus verschillen. Een serieus drukmiddel, maar geen automatisme.
Ik wil mijn formule wijzigen. Moet ik nu voor álles instemming vragen?
Nee — alleen voor wijzigingen die de nemers raken boven de afgesproken drempelwaarden. Het loont dus om die drempels alsnog (redelijk) overeen te komen; zonder drempels is de facto alles instemmingsplichtig.
Duidelijkheid is de beste bescherming.
Conclusie
De Wet franchise is sinds 1 januari 2023 af — niet omdat er iets nieuws bijkwam, maar omdat de laatste overgangstermijn verstreek en het volledige bouwwerk nu op élke formule rust. Voor gevers is dit het moment om contracten, wervingsproces en formulegovernance langs de wet te leggen; voor nemers het moment om te weten welke rechten er stilletjes zijn bijgekomen. Laat uw franchiseovereenkomst dit jaar nog herzien of toetsen — in een verhouding die op wederzijds vertrouwen draait, is duidelijkheid de beste bescherming, want afspraak is afspraak.
Laatst bijgewerkt: 14 maart 2023.