Scan uw zakelijke contract direct online — vaste prijs, vandaag resultaat
Blog van juridisch advies voor bedrijven met kennisartikelen. Juridisch advies MKB over wetgeving voor webwinkels. Juristen regio Utrecht Amsterdam en Eindhoven. Vraag naar de starterskorting!
U tekent voor een winkelpand een huurovereenkomst op het ROZ-model, vijf jaar plus vijf jaar, met een jaarlijkse huurprijsaanpassing volgens de indexeringsbepaling van het model. In jaar vier wilt u weg, in jaar zes vindt u de huur te hoog vergeleken met de buren. Wat er dan kan, staat in de wet, in het model en in de bijzondere bepalingen. Dit artikel gaat verder waar het stuk van 24 augustus over de bestemmingsclausule ophield: u valt onder artikel 7:290 BW, en nu wilt u weten wat het contract met de looptijd, de opzegging en de huurprijs doet.
Een huurovereenkomst bedrijfsruimte geldt als hoofdregel voor vijf jaar, of langer als dat is afgesproken; een overeenkomst van vijf jaar wordt van rechtswege met vijf jaar verlengd, een langere eerste duur tot in totaal tien jaar; na tien jaar loopt zij voor onbepaalde tijd door, tenzij het contract iets anders regelt. Een contract van twee jaar of korter valt buiten die regels, tot het gebruik langer duurt: dan ontstaat als hoofdregel van rechtswege een vijfjaarscontract. Bij zo'n vijfjaarscontract kan de huurder alleen tegen het einde van een termijn opzeggen, bij exploot of aangetekende brief, met ten minste een jaar; wie in jaar vier weg wil, zit al aan de grens. De verhuurder moet gronden noemen en kan tegen het einde van de eerste vijf jaar alleen beëindigen als de bedrijfsvoering van de huurder niet is geweest zoals een goed huurder betaamt, of bij dringend eigen gebruik. Een afwijking ten nadele van de huurder is zonder goedkeuring van de kantonrechter vernietigbaar.
De indexering is een contractafspraak; de wet regelt haar niet. Sinds 10 april 2024 bieden de ROZ-modellen, na gesprekken met de ACM, een keuzemenu (artikel 4.5 in het model 2022, artikel 4.7 in het model 2025): CPI, een vast percentage, een index naar keuze of geen automatische aanpassing; is een ouder model met de oude CPI-bepaling overeengekomen en ongewijzigd gelaten, dan blijft die bepaling gelden. Daarnaast volgt de huurprijsherziening van artikel 7:303 BW de markt: zowel huurder als verhuurder kan na afloop van de overeengekomen duur, en daarna telkens na vijf jaar, de rechter vragen de huur nader vast te stellen naar het gemiddelde van vergelijkbare bedrijfsruimte ter plaatse over de voorafgaande vijf jaar, met een deskundigenadvies als voorwaarde volgens artikel 7:304 BW. Het artikel sluit af met zes controlepunten en de huurcontractcheck van JAVB, die het contract per clausule groen, oranje of rood kleurt.
Een leveranciers-, distributie- of dienstverleningsrelatie loopt jaren door zonder dat ooit is opgeschreven hoe zij eindigt. Dan komt de brief, met een termijn van een maand. De vraag is zelden of opzeggen mag, want dat mag in beginsel. De vraag is op welke grond, met welke termijn, en of er een vergoeding bij hoort.
In De Ronde Venen/Stedin van 28 oktober 2011 besliste de Hoge Raad dat een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd zonder opzegregeling in beginsel opzegbaar is, maar dat de eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen meebrengen dat een voldoende zwaarwegende grond nodig is, dat een bepaalde opzegtermijn in acht moet worden genomen, of dat de opzegging gepaard moet gaan met het aanbod tot betaling van een schadevergoeding. Auping/Beverslaap bevestigde die lijn in 2013 voor een distributieverhouding. In Goglio/SMQ Europe van 2 februari 2018 kwam daar de andere helft bij: staat er wél een opzegregeling in wet of contract, dan is dat beding het uitgangspunt en kunnen aanvullende eisen alleen worden gesteld voor zover wet en overeenkomst daarvoor ruimte laten. Een uitgeschreven opzegbeding is daarmee aanzienlijk sterker dan geen beding.
Rechters wegen de duur van de relatie, de afhankelijkheid, de omzet en vooral de investeringen die alleen binnen deze samenwerking waarde hebben. Daaruit volgt een anker dat zelden wordt gebruikt: de resterende afschrijvingstermijn van de machine, koppeling of certificering die voor deze afnemer is aangeschaft. Die termijn staat al jaren in de boeken, is door een accountant gezien, en zegt hoeveel tijd de opgezegde partij zelf nodig achtte om de investering terug te verdienen.
Bemiddelt de wederpartij tegen provisie op uw naam, dan gelden de dwingende opzegtermijn van artikel 7:437 BW en de klantenvergoeding van artikel 7:442 BW. Koopt zij voor eigen rekening in, dan is het distributie en geldt de open weging. Het artikel geeft zeven vragen die u beantwoordt voordat de opzeggingsbrief de deur uitgaat, en zegt wat u doet als de brief al is verstuurd of juist bij u is binnengekomen.
Of uw bedrijf onder de Cyberbeveiligingswet valt, hangt sinds 15 augustus 2026 af van uw sector en van uw omvang. Voor die omvang verwijzen artikel 8 en artikel 12 van de wet naar de mkb-definitie van de Europese Commissie uit 2003: wie 50 of meer fte heeft, of met minder dan 50 fte zowel een jaaromzet als een balanstotaal boven 10 miljoen euro, is groot genoeg en valt binnen de sectoren van bijlage 1 en 2 onder de wet; wie daaronder blijft, valt er alleen onder als zijn soort dienst zonder omvangseis is aangewezen. Veel ondernemers rekenen die toets met de cijfers van hun eigen werkmaatschappij. Dat is de fout die dit artikel uitlegt.
De bijlage bij Aanbeveling 2003/361/EG onderscheidt zelfstandige, partner- en verbonden ondernemingen. Een partner houdt 25 procent of meer van kapitaal of stemrechten; een verbonden onderneming heeft een meerderheids- of zeggenschapsband, ook als die via dezelfde natuurlijke persoon loopt en de bedrijven op dezelfde of een verwante markt actief zijn. Artikel 6 zegt hoe u rekent: partners naar rato erbij, verbonden ondernemingen voor 100 procent. Het NCSC zegt het in één zin op zijn reikwijdtepagina: tel ook partner- en verbonden ondernemingen mee bij medewerkers, jaaromzet en balanstotaal. Een installatiebedrijf met 38 eigen fte en een zuster met 25 fte waarin de holding 60 procent houdt, komt zo op 63 fte en boven de grens uit.
Het artikel loopt ook langs wat de Cyberbeveiligingswet uit de aanbeveling schrapt, namelijk de regel dat een onderneming met een overheidsaandeelhouder van 25 procent of meer niet als mkb kan gelden, en wat zij laat staan: de referentieperiode van het laatste afgesloten boekjaar en de regel dat een drempel pas na twee opeenvolgende boekjaren telt. Daarna volgen vijf stappen om de omvangstoets te doen en met datum vast te leggen: de structuur tekenen, elke lijn kwalificeren, rekenen volgens artikel 6, de RDI-zelfevaluatie invullen met de opgetelde cijfers, en de uitkomst bewaren.
Is het antwoord "ja", dan gelden drie plichten tegelijk: registratie bij het NCSC, de zorgplicht van artikel 21 Cyberbeveiligingswet zoals het Cyberbeveiligingsbesluit die uitwerkt, en de meldplicht voor significante incidenten van artikel 25 en volgende. Onderdeel van die zorgplicht is het beheersen van de beveiligingsrisico's in uw eigen toeleveringsketen onder artikel 10 van dat besluit, met de acceptatietest uit het artikel over artikel 7:17 BW als praktisch hulpmiddel. Is het antwoord "nee", dan bereikt de wet u zoals op 20 augustus beschreven via de contracten van klanten die er wél onder vallen.