Uw leverancier beroept zich op overmacht en levert niet: wat artikel 6:75 BW, ontbinding onder artikel 6:265 BW en onvoorziene omstandigheden van artikel 6:258 BW voor u als koper betekenen

Een meubelmakerij bestelt een CNC-freesmachine van € 68.000 en betaalt 30 procent aan. Vlak voor de afgesproken leverdatum meldt de leverancier dat zijn Italiaanse toeleverancier na een brand niet kan leveren. Hij beroept zich op overmacht, schuift de levering zes maanden op en wijst elke schadeclaim af. Het voorbeeld is fictief. In iedere toeleveringsketen komt dezelfde vraag terug: wat kan de koper dan nog?

Overmacht onder artikel 6:75 BW en de overmachtsclausule van de leverancier

Volgens artikel 6:75 BW is een tekortkoming niet toerekenbaar als de leverancier geen schuld heeft en het risico ook niet volgens de wet, het contract of de verkeersopvattingen bij hem ligt. Het uitvallen van een eigen toeleverancier komt in de regel voor rekening van de verkoper, want hij kiest zelf waar hij inkoopt. Een overmachtsclausule in de algemene voorwaarden kan dat risico verschuiven, mits de voorwaarden geldig van toepassing zijn. Een kleinere zakelijke koper kan zo'n beding soms vernietigen als onredelijk bezwarend; grotere ondernemingen sluit artikel 6:235 BW van die toets uit.

Ontbinding onder artikel 6:265 BW, ook zonder toerekening

Ook als de leverancier gelijk krijgt over de overmacht, kan de koper vaak van de koop af, tenzij het contract ontbinding uitsluit of aan een wachttermijn bindt. Artikel 6:265 BW verbindt het recht op ontbinding aan elke tekortkoming, toerekenbaar of niet. Kan de leverancier nog leveren, dan moet hij eerst in verzuim zijn, en dat vraagt meestal een ingebrekestelling, tenzij een fatale leverdatum is verstreken. Is levering tijdelijk onmogelijk, dan is verzuim niet nodig. Na ontbinding moet de leverancier de aanbetaling terugbetalen.

Prijsverhoging en artikel 6:258 BW: het arrest van de Hoge Raad van 24 december 2021

Wil de leverancier alleen leveren tegen een hogere prijs, dan komt artikel 6:258 BW in beeld. Rechters passen die bepaling terughoudend toe. In het coronahuurarrest van 24 december 2021 oordeelde de Hoge Raad dat de maatregelen een onvoorziene omstandigheid konden zijn voor huurders die afhankelijk zijn van publiek, omdat partijen ze in contracten van vóór 15 maart 2020 in de regel niet hadden verdisconteerd. Gewone prijsschommelingen in een volatiele markt halen die drempel zelden. Wie bij een grote bestelling vooraf de levertermijn, de overmachtsclausule, een beëindigingsrecht en prijsaanpassingen vastlegt, weet bij vertraging meteen waar hij staat.

Read more

Uw klantenservice-chatbot belooft een klant gratis retour of korting: wanneer uw bedrijf daaraan gebonden is onder artikel 3:33, 3:35 en 6:217 BW, en wat Moffatt v. Air Canada (2024) daarover zegt

Een webshop verkoopt een espressomachine van € 2.400 aan een café. Maanden later vraagt de eigenaar via de chat op de website of hij de machine nog kan terugsturen. De chatbot antwoordt dat dat binnen 90 dagen gratis kan, met volledige terugbetaling. De algemene voorwaarden kennen voor zakelijke kopers geen retourrecht. Het café stuurt de machine terug en wil zijn geld. Het voorbeeld is fictief, de vraag speelt bij steeds meer ondernemers die een AI-assistent inzetten voor klantenservice, offertes of orderstatus.

Waarom de chatbot voor uw bedrijf spreekt

Een chatbot heeft geen eigen wil en is geen rechtspersoon. Of zijn antwoord aan de onderneming wordt toegerekend, hangt af van hoe zij hem inzet en presenteert, bijvoorbeeld als officieel klantenkanaal op haar website. Onder artikel 3:33 en 3:35 BW telt wat de klant redelijkerwijs mocht begrijpen, dus de gebondenheid aan een chatbot-toezegging hangt af van het vertrouwen van de klant. Dat de software zich vergiste, helpt de webshop dan weinig. In Canada oordeelde het Civil Resolution Tribunal in februari 2024 in Moffatt v. Air Canada dat de luchtvaartmaatschappij verantwoordelijk was voor wat haar chatbot over kortingen had gezegd, en kende het de klant schadevergoeding toe.

Wanneer een klant niet op het antwoord mag vertrouwen

Dat vertrouwen is beschermd zolang het redelijk is. In 2007 oordeelde de Rechtbank Breda dat Otto niet gebonden was aan een televisie voor € 99, omdat kopers de prijsfout hadden moeten zien. Een retourtermijn van 90 dagen klinkt geloofwaardig. Bij zakelijke kopers weegt mee of zij de voorwaarden hadden kunnen lezen en of de chatbot ernaar verwees. Voor consumenten geldt daarnaast de bescherming tegen misleidende handelspraktijken.

Disclaimer, AI-verordening en leverancierscontract

Een regel dat aan chatbot-antwoorden geen rechten kunnen worden ontleend, kan meewegen bij wat de klant mocht verwachten. Als uitsluiting van aansprakelijkheid moet hij geldig van toepassing zijn. Artikel 50 van de AI-verordening vraagt sinds 2 augustus 2026 dat klanten weten dat ze met AI praten. Of u de schade kunt verhalen op uw leverancier, hangt af van zijn verplichtingen, een eventuele tekortkoming en de geldigheid van de aansprakelijkheidsbeperking in uw SaaS-contract.

Read more

Uw klant betaalt de reparatie niet: wanneer u de machine of bestelbus mag vasthouden onder het retentierecht van artikel 3:290 en 3:291 BW, ook tegenover de leasemaatschappij

Een werkplaats in Tilburg vervangt de aandrijfunit van een elektrische bestelbus van een bakkerij. De rekening van € 8.400 blijft onbetaald, en de werkplaats laat de bus op het terrein staan. Dan belt de leasemaatschappij: de bus is van haar en zij wil hem ophalen. Mag de werkplaats weigeren? Het voorbeeld is fictief, de vraag speelt bij garages, installateurs, machinebouwers en opslagbedrijven geregeld.

Wat artikel 3:290 BW de reparateur toestaat

Het retentierecht van artikel 3:290 BW geeft een schuldeiser de bevoegdheid om de afgifte van een zaak op te schorten tot zijn vordering betaald is. De grondslag ligt meestal in het opschortingsrecht van artikel 6:52 BW, dat voldoende samenhang vraagt tussen de vordering en de plicht om de zaak terug te geven. Bij een reparatierekening voor precies die bus is die samenhang er. Voor oude rekeningen voor andere voertuigen van dezelfde klant hangt het af van de vraag of partijen regelmatig met elkaar zaken doen. Ook de kosten van zorgvuldige stalling vallen onder het recht.

Tegenover de leasemaatschappij en in faillissement

Artikel 3:291 BW bepaalt tegen welke derden het recht werkt. Tegen een derde met een ouder recht, zoals een leasemaatschappij, een leverancier met eigendomsvoorbehoud of een bank met een ouder pandrecht, kan de reparateur het recht inroepen als de klant bevoegd was om de reparatie te laten uitvoeren, of als de reparateur geen reden had om aan die bevoegdheid te twijfelen. Wat het leasecontract over onderhoud en goedkeuring zegt, beslist dus vaak de zaak.

Gaat de klant failliet, dan blijft het retentierecht op zijn eigen zaken bestaan onder artikel 60 Faillissementswet. De curator kan betalen of de zaak verkopen met behoud van uw voorrang, en als de curator te lang wacht, kunt u hem een redelijke termijn stellen.

Het recht eindigt zodra de zaak weer bij de klant of de eigenaar is (artikel 3:294 BW). Wie de bus meegeeft op een belofte van betaling, verliest zijn zekerheid. Het volledige artikel bevat een checklist voor werkplaatsen en de wetteksten waarop het steunt.

Read more

Algemene voorwaarden alleen via een link op uw website: wanneer een zakelijke klant uw aansprakelijkheidsbeperking kan vernietigen onder artikel 6:233, 6:234 en 6:235 BW

Een installatiebedrijf plaatst een warmtepomp op het dak van een familiehotel en verwijst in de offerte naar "onze algemene voorwaarden, te vinden op onze website". Als de installatie in de winter uitvalt en het hotel € 38.000 schadevergoeding vraagt, beroept de installateur zich op zijn aansprakelijkheidsbeperking. Het hotel antwoordt dat het beding vernietigbaar is, omdat de voorwaarden nooit zijn overhandigd. Het voorbeeld is fictief, maar het probleem komt in het mkb veel voor.

Wat de wet vraagt bij het verstrekken van algemene voorwaarden

Artikel 6:233 onder b BW maakt een beding vernietigbaar als de klant geen redelijke mogelijkheid had om van de voorwaarden kennis te nemen. Artikel 6:234 BW werkt dat uit: de hoofdregel is dat u de voorwaarden vóór of bij het sluiten van de overeenkomst ter hand stelt. Bij een overeenkomst die elektronisch tot stand komt, mag u ze ook elektronisch beschikbaar stellen, mits de klant ze kan opslaan en later kan raadplegen. De Hoge Raad oordeelde in Geurtzen/Kampstaal (1 oktober 1999) dat terhandstelling de norm is, en in First Data/Attingo (11 februari 2011) dat de mogelijkheid om de voorwaarden zelf op internet te zoeken niet genoeg is. De gebruiker moet het initiatief nemen. Voor dienstverrichters, zoals een installateur, kan volgens de Hoge Raad (2 juni 2023) ook een verwijzing naar een meegedeeld webadres volstaan, als de voorwaarden daar zonder noemenswaardige inspanning te vinden zijn. Een vage verwijzing naar "onze website" blijft dan kwetsbaar.

Welke zakelijke klanten zich niet op vernietiging kunnen beroepen

Artikel 6:235 BW beperkt de bescherming tot kleinere wederpartijen. Een bv of nv die haar laatste jaarrekening openbaar heeft gemaakt (of de groepsvrijstelling van artikel 2:403 toepaste), en een onderneming met vijftig of meer medewerkers, kunnen zich niet op deze vernietigingsgronden beroepen. Het familiehotel uit het voorbeeld is een vof met achttien medewerkers en kan dat wel. Kijk daarom bij elke nieuwe klant in het Handelsregister welke rechtsvorm hij heeft.

Waarom het probleem pas jaren later opduikt

De verjaringstermijn voor een vordering tot vernietiging gaat volgens artikel 6:235 lid 4 BW pas lopen op de dag nadat u zich op het beding hebt beroepen, en in een procedure kan de klant de vernietigingsgrond bovendien altijd als verweer gebruiken. Een fout bij het verstrekken van de voorwaarden in een offerte kan daardoor jaren later uw belangrijkste verweer kosten, juist bij een flinke aansprakelijkheidsbeperking. In het volledige artikel leest u hoe de rechtspraak de uitzonderingen afbakent en welke vijf controles u in uw offerte, orderbevestiging en webshop kunt inbouwen.

Read more

Uw prototype uitlenen aan een afnemer of distributeur: wat artikel 3 Wet bescherming bedrijfsgeheimen toestaat aan demontage en reverse engineering, en wat uw NDA daarom moet regelen

Een motorenbouwer uit Helmond leent drie prototypes van een nieuwe middenmotor voor elektrische bakfietsen uit aan een fietsfabrikant die de motor wil testen. Beide partijen tekenen een standaard-NDA over "vertrouwelijke informatie". De motoren komen terug, één behuizing is geopend geweest, en een half jaar later brengt de fabrikant een eigen motor uit met een vergelijkbare tandwieloverbrenging. Kan de motorenbouwer iets doen? De gebruiksbeperking in de NDA kan concurrerend gebruik al in de weg staan, afhankelijk van de uitleg van het contract. Veel sterker staat hij met een bepaling die in veel NDA's ontbreekt: een verbod op demontage en reverse engineering.

Wat de Wet bescherming bedrijfsgeheimen toestaat

De Wet bescherming bedrijfsgeheimen geldt sinds 23 oktober 2018. Artikel 3 lid 1 sub b bepaalt dat het verkrijgen van een bedrijfsgeheim door observatie, onderzoek, demontage of testen van een product niet onrechtmatig is als de verwerver het product rechtmatig bezit en niet gebonden is aan een rechtsgeldige verplichting om dat verkrijgen te beperken. Wie een prototype netjes in bruikleen heeft gekregen zonder contractueel verbod, mag het dus openschroeven en opmeten. Of hij die kennis daarna voor een eigen product mag gebruiken, hangt af van de gebruiksbeperking in de NDA. Ook een onafhankelijk eigen ontwerp is toegestaan.

Wat uw NDA daarom moet regelen

Een NDA die alleen over verstrekte informatie gaat, dekt het fysieke product vaak niet. Een demontageverbod is een rechtsgeldige beperking van het verkrijgen, waardoor de uitzondering van artikel 3 niet meer opgaat. Voor het gebruik daarna geldt artikel 2 lid 2 Wbb: gebruik van een bedrijfsgeheim is onrechtmatig bij inbreuk op een geheimhoudingsovereenkomst of op een contractuele beperking van het gebruik. Een helder verbod op openen, demonteren, scannen en analyseren, gecombineerd met de afspraak dat het prototype uw eigendom blijft, een vaste teruggavedatum en een boete per overtreding, geeft de rechter iets om op te bouwen. Bij een voorlopig verbod onder artikel 5 en de maatregelen van artikel 6 Wbb weegt de rechter bovendien mee welke maatregelen de houder zelf nam.

Octrooi en het moment van tonen

Wie de techniek wil octrooieren, moet ook op artikel 4 Rijksoctrooiwet 1995 letten. Wat vóór de aanvraag openbaar toegankelijk is gemaakt, ook door toepassing, behoort tot de stand van de techniek. Een prototype zonder geheimhoudingsafspraak meegeven kan de nieuwheid van een latere aanvraag schaden. In het artikel vindt u zes bepalingen voor een evaluatieovereenkomst bij een prototype.

Read more

Uw zakelijke klant betaalt een termijn niet: wanneer u mag stoppen met leveren onder het opschortingsrecht van artikel 6:52, 6:262 en 6:263 BW

Een machinebouwer levert een flowpack-verpakkingsmachine van 240.000 euro aan een koekjesfabriek. De eerste termijn is betaald, maar de factuur van 120.000 euro voor de tweede termijn blijft liggen. De fabriek meldt dat de sealbekken lekken en wil pas betalen als alles werkt; de monteurs van de machinebouwer stoppen met inregelen. Beide partijen beroepen zich op hetzelfde middel: het opschortingsrecht van artikel 6:262 BW. Wie heeft gelijk, en hoeveel mag ieder inhouden?

Wat de wet toestaat als de ander niet betaalt of gebrekkig levert

Komt een partij bij een wederkerige overeenkomst haar verbintenis niet na, dan mag de wederpartij haar eigen prestatie opschorten. Bij een gedeeltelijke of niet behoorlijke nakoming mag dat alleen voor zover de tekortkoming de opschorting rechtvaardigt. Hoeveel de fabriek mag inhouden, hangt af van de ernst van het gebrek. De herstelkosten zijn daarbij niet doorslaggevend: ook de bruikbaarheid van de machine en de druk om herstel af te dwingen bepalen of volledige inhouding gerechtvaardigd is. De machinebouwer kan alleen opschorten voor het deel dat de fabriek ten onrechte inhoudt. Wie eerst moet presteren, kan onder artikel 6:263 BW toch opschorten als na het sluiten van het contract feiten bekend worden die goede grond geven te vrezen dat de klant niet zal betalen. Het algemene opschortingsrecht van artikel 6:52 BW reikt verder, tot verbintenissen die voldoende samenhangen, bijvoorbeeld uit zaken die partijen regelmatig met elkaar doen.

Waar het opschortingsrecht stopt

Wie de wederpartij zelf verhindert na te komen, bijvoorbeeld door monteurs geen toegang te geven, mag niet opschorten (artikel 6:54 onder a BW). Zekerheidstelling beëindigt een opschorting onder 6:52, tenzij de voldoening daardoor onredelijk wordt vertraagd; volgens artikel 6:264 BW geldt die regel niet voor opschorting onder 6:262 en 6:263. Een beding in algemene voorwaarden dat de afnemer opschorting ontzegt, staat tegenover consumenten op de zwarte lijst; tussen bedrijven is het in beginsel geldig, onder toetsing aan de redelijkheid. En wie te ruim of ten onrechte opschort, schiet zelf tekort.

In het artikel leest u hoe de zaak van de koekjesfabriek afloopt, hoe het retentierecht van artikel 3:290 BW werkt voor zaken van de klant in uw werkplaats, en welk schema voor een rechtmatige opschorting u helpt om stil te leggen zonder zelf in verzuim te raken.

Read more

Te laat geklaagd over een gebrekkige levering: de klachtplicht van artikel 7:23 en 6:89 BW en de arresten van de Hoge Raad van 29 juni 2007, 25 maart 2011 en 8 februari 2013 over bekwame tijd

Een groothandel ontvangt twintig pallets sinaasappels uit een koelwagen, tekent de vrachtbrief zonder opmerkingen en ontdekt op donderdag dat een deel van de vruchten bevroren is geweest. De inkoper belt de leverancier pas drie weken later. De leverancier antwoordt dat de klacht te laat komt. Of dat klopt, hangt af van de klachtplicht van artikel 7:23 BW bij koop en van artikel 6:89 BW bij een gebrekkige prestatie buiten koop, zoals dienstverlening.

Wat de wet vraagt van een zakelijke koper of opdrachtgever

Wie een gebrek niet binnen bekwame tijd meldt nadat hij het heeft ontdekt of redelijkerwijs had moeten ontdekken, verliest zijn rechten. Dat geldt voor ontbinding, schadevergoeding, herstel en vervanging tegelijk, ook als het gebrek vaststaat. Voor consumenten is een melding binnen twee maanden na ontdekking tijdig. Tussen bedrijven bestaat geen vaste termijn. Bij koop verjaart de vordering bovendien twee jaar na de kennisgeving.

Hoe de Hoge Raad de termijn invult in 2007, 2011 en 2013

Sinds het arrest van 29 juni 2007 moet de zakelijke koper eerst het onderzoek doen dat redelijkerwijs van hem mag worden verwacht en daarna binnen bekwame tijd melden wat hij vond. Op 25 maart 2011 voegde de Hoge Raad in een zaak over een verontreinigd tankstation toe dat een vaste termijn niet als uitgangspunt mag dienen, en dat een koper die op geruststellende mededelingen van de verkoper mag vertrouwen minder snel hoeft te onderzoeken. Op 8 februari 2013 maakte de Hoge Raad duidelijk dat ook het nadeel van de wederpartij meeweegt, zoals een slechtere bewijspositie of een gemiste kans om de schade te beperken.

In het artikel leest u hoe die drie arresten samen werken, waarom de sinaasappelgroothandel met een melding op donderdag en de uitlezing van de temperatuurlogger veel sterker had gestaan, en hoe een klachttermijn in algemene voorwaarden tussen bedrijven werkt. U vindt ook een praktisch schema voor het moment van ontvangst, de eerste dagen daarna, langer lopend onderzoek, de klacht zelf en de verjaring, plus de fouten die ondernemers na een gebrekkige levering het vaakst maken.

Read more

Kwartaalbrief najaar 2026: de Cyberbeveiligingswet in uw contracten, aanbetalingen en freelancers

Op 6 oktober 2026 ging de kwartaalbrief van najaar 2026 naar de lezers van AIRecht, MuziekenRecht, MusicaJuridica en Juridisch Advies voor Bedrijven. Hier staat hij in zijn geheel, met eerst wat Juridisch Advies voor Bedrijven dit kwartaal schreef en daarna de drie andere praktijken. Per stuk in drie regels: voor wie, wat en waarom.

Wat verandert er dit najaar voor jou en je bedrijf? Sinds 15 augustus geldt de Cyberbeveiligingswet, en veel mkb-bedrijven merken die via de contracten van hun klanten. Uiterlijk 9 december moeten de lidstaten de nieuwe productaansprakelijkheidsrichtlijn omzetten, en die rekent software uitdrukkelijk tot producten. En wie muziek maakt, leest over AI-stemmen in covers, credits, splitsheets en wat er met je masters gebeurt als een label omvalt.

Juridisch Advies voor Bedrijven — ondernemingsrecht

Sinds 15 augustus bereikt de zorgplicht u via de contracten van uw klanten

  • Voor wie: mkb-leveranciers van onder meer netbeheerders, energie, digitale infrastructuur en overheid
  • Wat: klanten die onder de Cyberbeveiligingswet vallen, leggen u eisen voor via vragenlijsten en addenda
  • Waarom: zo'n addendum is een contract; beoordeel het voordat u tekent

Uw aanbetaling staat niet apart

  • Voor wie: bedrijven die vooruitbetalen voor maatwerk of machines
  • Wat: gaat uw leverancier failliet, dan is uw aanbetaling zonder extra zekerheid doorgaans een gewone vordering zonder voorrang
  • Waarom: een vooruitbetalingsgarantie of betaling per fase beperkt dat risico

Een freelancer maakt uw logo, website of software: wie is eigenaar? Het auteursrecht van de maker (artikel 1 Auteurswet) en de schriftelijke akte van artikel 2 lid 3

  • Voor wie: ondernemers die freelancers inhuren
  • Wat: het auteursrecht op uw logo, website of software ligt in beginsel bij de maker, ook na betaling van de factuur
  • Waarom: een ondertekende akte waarin de maker de auteursrechten op het werk aan u overdraagt, maakt het van u

De volgende kwartaalbrief verschijnt in januari. Tussendoor lees je alles op de sites zelf, en een contract laten screenen kan altijd: €119 voor 1-5 pagina's.

Read more

Een freelancer maakt uw logo, website of software: wie is eigenaar? Het auteursrecht van de maker (artikel 1 Auteurswet) en de schriftelijke akte van artikel 2 lid 3

Een webwinkel laat een logo ontwerpen door een zelfstandig ontwerper en een koppeling bouwen door een freelance ontwikkelaar. De facturen zijn betaald. Jaren later wil de eigenaar het logo als merk inschrijven en een ander bureau aan de koppeling laten werken. De ontwikkelaar weigert de broncode af te geven, en de ontwerper vraagt extra geld voor gebruik op vrachtwagens. Dit artikel legt uit bij wie het auteursrecht ligt en hoe overdracht van auteursrecht volgens de Auteurswet werkt.

Artikel 1 en 7 Auteurswet: de maker is rechthebbende, bij een werknemer de werkgever

Artikel 1 Auteurswet legt het auteursrecht bij de maker. Dat geldt voor logo's, websites, teksten en software, mits het resultaat een eigen, oorspronkelijk karakter heeft. Artikel 7 maakt de werkgever tot maker van werk waarvan het vervaardigen tot de werkzaamheden van een werknemer behoort. Die regel ziet op een arbeidsovereenkomst. Een zzp'er of een bureau dat u inhuurt via een overeenkomst van opdracht valt er niet onder. Wie betaalt, wordt dus niet vanzelf eigenaar van het recht. U krijgt een geleverd exemplaar en een gebruiksrecht; het recht om het werk te verveelvoudigen en openbaar te maken blijft bij de maker.

Artikel 2 lid 3 Auteurswet: schriftelijk, bij akte en alleen voor wat er staat

Een overdracht of exclusieve licentie wordt schriftelijk aangegaan, de levering gebeurt bij een daartoe bestemde akte (artikel 3:95 BW), en een overdracht door de maker zelf omvat alleen wat uitdrukkelijk in de overeenkomst staat of noodzakelijk uit de strekking volgt. Een betaalde factuur of een offerte met "alle rechten voor de klant" is daarvoor te mager. Zonder akte volgt uit de opdracht en de redelijkheid en billijkheid vaak een stilzwijgende licentie voor het gebruik waarvoor het werk is besteld, en voor software geeft artikel 45j het recht op de handelingen die nodig zijn voor het beoogde gebruik. Nieuwe functionaliteit door een ander bureau, een merkinschrijving of nieuw gebruik vraagt in de regel meer. Afgifte van broncode volgt niet automatisch uit het auteursrecht; spreek die daarom uitdrukkelijk af.

Wat de maker houdt en wat in uw opdrachtovereenkomst hoort

De maker houdt zijn persoonlijkheidsrechten uit artikel 25. Bij een zzp-maker kan het auteurscontractenrecht meespelen; de vergoedingsregels daarvan horen bij exploitatieovereenkomsten, terwijl artikel 25f, dat onredelijk bezwarende bedingen vernietigbaar maakt, bij elke overdracht door de maker geldt. Het artikel eindigt met vijf punten voor een opdrachtovereenkomst: een uitdrukkelijke overdracht die ook als akte dient, de omvang inclusief wijzigen en doorontwikkelen, afstand van wijzigingsrechten waar de wet dat toestaat, afgifte van broncode en bronbestanden, en een garantie over werk van derden.

Read more

Uw adviseur levert een rapport af dat deels met AI is geschreven: persoonlijke uitvoering onder artikel 7:404 BW, de zorgplicht van 7:401 en aansprakelijkheid onder 6:77 BW

Een groothandel betaalt een adviesbureau 18.000 euro voor een rapport over het uitbesteden van de bezorging. Een controller zoekt één van de aangehaalde uitspraken op en vindt hem niet; ook een genoemd brancheonderzoek blijkt niet te bestaan. Het bureau zegt dat een deel van de tekst met een AI-tool is gemaakt. Wat mag de groothandel dan verlangen, en wie draagt de schade? Dit artikel bespreekt de zorgplicht van de opdrachtnemer in artikel 7:401 BW, de regel over persoonlijke uitvoering in artikel 7:404 BW en de aansprakelijkheid voor hulppersonen en hulpmiddelen in de artikelen 6:76 en 6:77 BW.

Deloitte, oktober 2025, en de maatstaf van artikel 7:401 BW

In oktober 2025 meldde The Guardian dat Deloitte een deel van de vergoeding voor een rapport van 440.000 Australische dollar zou terugbetalen aan het Australische ministerie van Werkgelegenheid, nadat er meerdere fouten in waren gevonden. In de herziene versie vermeldde Deloitte dat een deel was gemaakt met een toolketen op basis van GPT-4o. Naar Nederlands recht is een adviesopdracht een overeenkomst van opdracht. De wet verbiedt geen hulpmiddelen. De adviseur moet wel werken als een redelijk bekwame en redelijk handelende vakgenoot, en die controleert of een bron bestaat voordat hij hem citeert. Artikel 7:403 lid 2 BW geeft u bovendien het recht op verantwoording over de werkwijze.

Persoonlijke uitvoering, hulpmiddelen en afspraken vooraf

Is de opdracht gegeven met het oog op een bepaalde deskundige, dan moet die het werk volgens artikel 7:404 BW zelf doen, tenzij uit de opdracht volgt dat hij het onder zijn verantwoordelijkheid door anderen mag laten uitvoeren. Of dat ook voor een taalmodel geldt, zegt de wet niet. Voor fouten van ingeschakelde freelancers staat het bureau in (artikel 6:76 BW). Of artikel 6:77 BW ook op software van toepassing is, staat ter discussie; via de zorgplicht en artikel 6:75 BW komt een fout van het hulpmiddel doorgaans toch voor rekening van het bureau. Het artikel sluit af met een lijst van zes punten voor de opdrachtbevestiging: melding van AI-gebruik, menselijke controle van bronnen en cijfers, met naam genoemde adviseurs, vertrouwelijkheid van uw gegevens, verantwoording op verzoek en een aansprakelijkheidsbeperking die niet geldt voor ongecontroleerde AI-tekst.

Read more